Shinran Shonins familiestamboom

Shinran Shonins familiestamboom 

Hino Tsunemasa: een afstammeling van de Fujiwara clan: Shinrans grootvader; vicegouverneur van de Awa provincie; befaamd voor zijn losbandig gedrag.

Hino Noritsuna: een hofbeambte bij de ex-keizer Goshirakawa (nadien benoemd tot landsheer van de Wakasa provincie); de oudere broer van Shinrans vader die zijn pleegvader werd nadat zijn vader zijn familie verliet – Shinran was toen nog heel jong. Toen de ex-keizer Goshirakawa stierf in 1192, verzaakte Noritsuna de wereld en werd een boeddhistische kluizenaar. Hij begeleidde Shinran naar Shoren-in toen Shinran 9 jaar oud was.

Hino Munerari: Shinrans oom; benoemd tot doctor in de literatuur, en later vice-minister van het Bureau van Ceremonies.

Hino Arinori: de vader van Shinran en zijn vier jongere broers. Men vermoedt dat hij is gestorven toen Shinran vier jaar oud was, maar het is meer aannemelijk dat hij na zijn opruststelling uit zijn job bij het bureau van Keizerin Dowager, als kluizenaar een hoge leeftijd bereikte.

Kikkyonyo: Vermoedelijk Arinori’s vrouw en Shinrans moeder, maar de eerste bron waarin zij vernoemd wordt, dateert van ongeveer tweehonderd jaar later; dus zijn deze gegevens over haar onbetrouwbaar.

Shinran: 1173-1262; als kind droeg hij de namen Matsuwakamaro en Tsurumitsumaro; toen hij geordineerd was Hannen; nadat hij Honens leerling werd eerst Shakku, en nadien gewijzigd in Zenshin; tenslotte gebruikte hij de naam Shinran.

Jinnu: Shinrans broer; geordineerd op vroege leeftijd; hij werd abt van Zenbo-in en verbleef in een aan Zenbo-in geaffilieerde tempel in Kyoto; Shinran verbleef tijdens zijn laatste jaren bij hem en stierf in diens verblijfplaats.

Ken’u: Shinrans broer; werd monnik en verbleef in Shogo-in.

Eshinni: Vermoedelijk een dochter van Miyoshi Tamenori, een nobele van de middenklas die in Kyoto leefde (volgens een andere bron was hij een man van aanzien in de Echigo provincie); hij was vanuit de familiale traditie een volgeling van het Reine Landboeddhisme. Men identificeert haar ook met de persoon van Tamahi, een dochter van Kujo Kanezane, vernoemd in Shinran Shonins Go-innen; zij huwde Shinran in Kyoto en vergezelde hem naar Echigo; zij keerde met hem vanuit Kanto terug naar Kyoto, maar ging alleen naar Echigo toen ze 70 jaar was; haar 11 brieven die ze aan haar dochter Kakushinni schreef, zijn bewaard in Nishi Hongwanji.

Hanni: Vermoedelijk Shinrans eerste zoon; volgens de Kohon Honganji keizu, was zijn moeder Tamahi, Kujo Kanezane’s dochter; hij werd een leerling van Ji-en en werd eerst Daini Ajari genoemd, later gewijzigd in Inshin; vermoedelijk is hij gestorven op 82-jarige leeftijd.

Oguro nyobo: Shinrans dochter; zij vergezelde Shinran samen met Eshinni en keerde met hem terug naar Kyoto; later verhuisde ze naar Echigo, waar ze huwde. Na haar dood, zorgde Eshinni voor haar zoon en dochter.

Zenran: Shinrans derde kind; volgens de Meireki Honganji keizu , was zijn moeder Tamahi; hij werd geordineerd op een vroege leeftijd en kreeg de naam Jishin-bo. Toen onder de volgelingen in Kanto een discussie ontstond na de terugkeer van Shinran naar Kyoto, werd Zenran daarheen gestuurd, maar hij onderrichte er afwijkende visies en maakte onjuiste opmerkingen omtrent de leer die hij volgens eigen zeggen van Shinran had ontvangen: hiermee verwarde hij de Shin sangha in de Kanto regio. Wegens zijn ontoelaatbare gedrag onterfde Shinran (toen 84 jaar oud) hem in 1256. De Hongwanji en Kibe scholen van de Jodo-Shinshu erkennen Zenran niet als Shinrans opvolger – dat wil zeggen als tweede hoofdabt - terwijl de Izumoji en Yamamoto scholen hem wel als zodanig accepteren.

Myoshin: Ook Shinren-bo; Shinrans zoon in Echigo geboren; hij werd een boeddhistisch kluizenaar en leefde zijn ganse leven als alleenstaande; vermoedelijk volgde hij de praktijk van de fudan nembutsu, (het voor een bepaalde periode ononderbroken reciteren van de nembutsu); hij stierf op 64-jarige leeftijd in 1274.

Arifusa: Shinrans jongste zoon; zijn boeddhistische naam was Dosho; Eshinni sprak hem meestal aan als ‘Masukata’ omdat hij leefde in het dorp Masukata in Echigo; hij bleef een leek, en werd een locale landsheer. Hij bezocht vaak Kyoto; toen Shinran stierf, zat hij aan diens doodsbed.

Kakushinni: Shinrans jongste dochter, ook gekend onder de naam Ogozen; nadat ze samen met Shinran naar Kyoto verhuisde, huwde ze Hino Hirotsuna; na de dood van haar man leefde ze samen met Shinran en verzorgde ze hem tot aan zijn dood; na Shinrans dood, hertrouwde ze met Onomiya Zennen en baarde hun zoon Yuizen. Zij bouwde Shinrans mausoleum op land dat eigendom was van Zennen, en werd de eerste rusushiki (curator) en creëerde hiermee de basis van de Hongwanji instelling.

Geïllustreerde biografie van Shinran
Hongwanji Shonin

jikōji - 慈光寺

© 2010

info-at-jikoji.com

          home