Scroll 4 - Sectie 17 - Heitaro's bezoek aan Kamano Gongen

① Het kantoor van het schrijn in de Kumano Gongen ② Heitaro heeft een visioen over Shinran in een droom ③ Satake Suekata ④ Suekata’s vrouw ⑤ Kuruhon-bo, een yamabushi leider ⑥ De hoofdhal, Shojoden genoemd, die in de droom voorkomt ⑦ Shinran praat met een lekenvolgeling van het schrijn ⑧ De lekenvolgeling van het schrijn Image Map
Scroll 4 - Sectie 17 - Heitaro's bezoek aan Kamano Gongen

   Het kantoor van het schrijn in de Kumano Gongen
   Heitaro heeft een visioen over Shinran in een droom
   Satake Suekata
   Suekata’s vrouw
   Kuruhon-bo, een yamabushi leider
   De hoofdhal, Shojoden genoemd, die in de droom voorkomt
   Shinran praat met een lekenvolgeling van het schrijn
   De lekenvolgeling van het schrijn

Hoofdstuk 13 - Heitaro's bezoek aan Kamano Gongen

Toen Shinran terug thuis kwam in Kyoto, dacht hij na over de voorbije dagen; de jaren waren voorbijgevlogen als een droom of een illusie. Zijn oude verblijf in de hoofdstad was nauwelijks herkenbaar. Shinran verhuisde van de ene naar de andere plaats, tot hij de wijk Gojo Nishi-no-toin vond. Vermits hij het daar naar zijn zin had, verbleef hij er een tijd. Zijn leerlingen die van hem persoonlijk, van man tot man, de leer hadden ontvangen, smachtten naar de vroegere dagen van nabij contact met Shinran, en ze stroomden samen aan zijn deur.
Onder hen was er een man met de naam Heitaro van het dorp Obu in het Nakanosai graafschap in de Hitachi provincie. Hij verdedigde Shinrans lering met eensgericht gemoed.
Op een zekere dag was Heitaro verplicht om vanuit zijn openbare functie een pelgrimstocht te maken naar het Kumano schrijn. Om Shinrans advies te vragen, ging hij bij hem te rade. Shinran zei:

“Menigvuldig zijn de heilige leringen. Indien bij de juiste personen correct toegepast, brengen ze veel verdiensten. Nu echter, in deze tijd van de Vervallen Dharma, kunnen de praktijken van het Pad der Wijzen niet [meer] volbracht worden. [Om Tao-ch’o aan te halen.] ‘In deze tijd van de Vervallen Dharma, zelfs als miljoenen mensen uiteenzetten hoe de praktijken dienen volbracht te worden, zal niet een enkel iemand bevrijding bereiken.’ Ook nog, ‘Enkel het Reine Landpad is begaanbaar voor ons.’ Deze passages zijn klare bewijzen uit de geschriften, en ze zijn Tathagata’s gouden woorden.

Betreffende de ware lering van het Reine Landpad, waardeer ik zeer de patriarchen van de drie landen[1] om deze lering uiteen te zetten. Vandaar, hetgeen ik, Gutoku, aanbeveel is niet mijn eigen idee. Het zou moeten genoteerd worden dat aandacht in eensgericht gemoed de essentie is van de weg die leidt naar geboorte in het Reine Land, en de kern van deze school. Ook al hebben de drie sutra’s[2] zowel impliciete als expliciete aspecten, ze verklaren dit alledrie ofwel onder duidelijke termen ofwel onder impliciete bewoordingen. In het Grote Sutra, in de sectie over de drie groepen aspiranten[3], wordt aandacht in eensgericht gemoed aanbevolen, en in de sectie over de overdracht van de lering[4] wordt dit aan Maitreya overgedragen. In het Meditatiesutra worden, in de sectie over de negen graden van aspiranten, de Drie Gemoedstoestanden[5] voorgesteld, en ze worden aan Ananda overgedragen. Over het Ene Gemoed wordt in het Kleine Sutra [Amida Sutra] door zovele boeddha’s getuigenis afgelegd[6]. De Meester-Redenaar [Vasubandhu] zet het Ene Gemoed uiteen[7] en de Meester [Shan-tao] gebruikt de term ‘eensgericht gemoed (praktijk van de Nembutsu.)’[8]
De oorspronkelijke vorm van (de godheid bewaard in) the Shojoden Hal[9] is de Heer Prediker over wie we het hebben[10]. Uit diep mededogen om banden met de voelende wezens te smeden, heeft hij zijn incarnatie (als Kumano Gongen) gemanifesteerd door zijn originele majestueuze lichaam verborgen te houden. Op zich is zijn intentie om zijn geïncarneerde lichaam te verlaten bedoeld om wezens die nauwe banden met Amida hebben, te leiden naar de oceaanachtige Voortijdelijke Gelofte.
Om deze reden kunnen diegenen die zichzelf toevertrouwen aan de Gelofte van het originele boeddhaschap en de Nembutsu reciteren met eensgericht gemoed, zeer zeker hun openbare functie uitvoeren en, volgens het bevel van de heer van het district, een pelgrimstocht maken naar de heilige site (in Kumano) en er eer bewijzen aan de godheid in het schrijn; u doet dit niet uit eigen beweging. Terwijl u ijdele en bedrieglijke gedachten koestert, zou u zichzelf niet mogen tonen als wijs, goed en ijverig jegens de geïncarneerde godheid. Geef uzelf over aan de Gelofte van de oorspronkelijke Boeddha. Hoe dankbaar ben ik! Uw bezoek betekent geen minachting van de godheid; het is heel onwaarschijnlijk dat de godheid u met een kwade blik zal bekijken.”
Daarop bezocht Heitaro Kumano. Hij nam de voorgeschreven regels omtrent de pelgrimstocht niet in acht. Hij verborg de gevoelens van een gewoon mens die voor eeuwig wegzakt in geboorte-en-dood niet, noch reinigde hij zijn verdorven lichaam. Integendeel, hij bleef de Voortijdelijke Gelofte gedenken, zowel tijdens het wandelen, staan, zitten of neerliggen. Hij was niet, zelfs voor een korte tijd, ongehoorzaam jegens de lering van de Meester.
Hij bereikte Kumano zonder enig voorval. Die nacht had Heitaro een visioen in een droom: de deur van het schrijn was open en een leek in het juiste ceremonieel gewaad en hoed kwam binnen en zei tot Heitaro: “Waarom bent u hier binnen gekomen in zo een verdorven en bezoedelde staat, zonder angst jegens de godheid?”
Op dat ogenblik verscheen plots Shinran voor hem en zei: “Hij praktiseert de Nembutsu in overeenstemming met Zenshins instructies.”
Daarop verhief de leek zijn scepter op de geëigende wijze en boog diep om zijn respect voor Shinran te tonen, zonder een woord te zeggen. Toen ontwaakte Heitaro. Hij was als door een onuitspreekbaar wonder getroffen.
Op zijn terugweg naar huis bezocht Heitaro Shinran en vertelde hem wat gebeurd was. Als antwoord zei Shinran: “Dat was goed.” Ook dit was een zeer meerwaardig voorval.

[1] India, China en Japan.
[2] De drie Reine Landsutra’s zijn het Grote Sutra, het Meditatiesutra en het Amida Sutra (of het Kleine Sutra).
[3] Zie hoofdstukken 23-25 van het Grote Sutra (Amida Net of horai.eu: http://horai.eu/dai-22-25.htm).
[4] Zie hoofdstuk 47 van het Grote Sutra (Amida Net of horai.eu: http://horai.eu/dai-41-48.htm).
[5] De Drie Gemoedstoestanden zijn oprecht vertrouwen, diep vertrouwen en het vertrouwen dat streeft naar geboorte in het Reine Land door verdienstenoverdracht; zie hoofdstuk 22 (Amida Net of horai.eu: http://horai.eu/tai-22-24.htm).
[6] Zie hoofdstukken 5 e.v. van het Amida Sutra (Amida Net of horai.eu: http://horai.eu/ami-4-5.htm).
[7] In zijn Verzen omtrent Aspiratie voor Geboorte, verklaart Vasubandhu: “Met eensgericht gemoed neem ik toevlucht tot de Tathagata van Ongehinderd Licht dat schijnt in de tien richtingen.” Shinran interpreteert ‘eensgericht gemoed’ als ‘het Ene Gemoed’ dat in essentie hetzelfde is als de ‘Drie Gemoedstoestanden’ van de Achttiende Gelofte, met andere woorden het Vertrouwen vanuit Anderkracht.
[8] Refereert naar Shan-tao’s uitleg in zijn Commentaar op het Meditatiesutra, in de sectie over de non-meditatieve goede praktijken: “Ook al heb ik hierboven de verdiensten uitgelegd zowel van de meditatieve als van de niet-meditatieve goede praktijken, hetgeen impliciet is bedoeld (in het sutra) is dat voelende wezens met eensgericht gemoed Amida Boeddha’s Naam zouden moeten reciteren.”
[9] Van al de twaalf schrijnen van Kumano Gongen, is Shojoden de belangrijkste.
[10] Refereert hier naar Amida.
Geïllustreerde biografie van Shinran
Hongwanji Shonin

jikōji - 慈光寺

© 2010

info-at-jikoji.com

          home