Scroll 4 - Sectie 18 - Shinrans ziekte en dood

① Shinran ontmoet zijn volgelingen ② Kenchi, Dosho van Masukata [Shinrans vijfde kind], Ren’i en anderen ① Shinrans overlijden ② Senshin-bo ③ Mogelijkerwijze Shinrans dochter Kakushin-ni ① Shinrans volgelingen dragen de zerk ② De priesters begeleiden de rouwenden ③ De mannen verantwoordelijk voor de crematie Image Map
Scroll 4 - Sectie 18 - Shinrans ziekte en dood

<Rechts> Shinran wordt ziek terwijl hij in de tempel van zijn jongste broer (Jin’u) is
    Shinran ontmoet zijn volgelingen
    Kenchi, Dosho van Masukata [Shinrans vijfde kind], Ren’i en anderen

<Midden> Shinran op zijn sterfbed op de leeftijd van 90 jaar
    Shinrans overlijden
    Senshin-bo
    Mogelijkerwijze Shinrans dochter Kakushin-ni

<Links> Op weg naar het crematorium
    Shinrans volgelingen dragen de zerk
    De priesters begeleiden de rouwenden
    De mannen verantwoordelijk voor de crematie

Hoofdstuk 14 - Shinrans ziekte en dood

[Vermits zowel Sectie 18 als Sectie 19 van Scroll 4 van de Go-eden in hetzelfde hoofdstuk 14 van de Godensho worden behandeld, komt deze tekst op onze website twee keer voor...]

Tegen het einde van de elfde maand in het tweede jaar Kocho [het jaar van water/hond] (1262), werd Shinran ziek. Vanaf die tijd sprak hij niet meer over wereldlijke dingen, maar hij sprak enkel nog in diepe waardering over Boeddha’s welwillendheid. Hij uitte geen enkel ander woord, maar reciteerde uitsluitend en zonder ophouden de nembutsu.
Tijdens de achtste dag van dezelfde maand, op het uur van het paard[1], op zijn rechterzijde gelegen, met zijn gezicht naar het westen en zijn hoofd naar het noorden gekeerd[2], blies Shinran zijn laatste adem uit terwijl hij de nembutsu reciteerde. Hij was negentig jaar oud.
Zijn kluis bevond zich in Kyoto, ten zuiden van de Oshi-koji straat en ten oosten van de Madeno-koji steeg[3]. De zerk werd oostwaarts over de Kamo rivier naar Ennin-ji gedragen, ten zuiden van Toribeno aan de westervoet van Higashiyama, waar de begrafenis plaats vond. Zijn overblijfselen werden verzameld en neergelegd in Otani, ten noorden van Toribeno aan de voet van Higashiyama. Al zijn leerlingen en volgelingen, zowel jong als oud, die getuigen waren van zijn laatste ogenblikken, die innig de voorbije gelukkige dagen toen hij nog in leven was, in herinnering hielden en die nu over zijn heengaan griefden, weenden bitter met diepe smacht.

[1] Het uur van het paard komt overeen met middag. Het is de traditionele gewoonte in Japan dat het uur van de dood van een uitmuntend monnik het uur van het paard is, ook al sterft hij op een ander ogenblik.
[2] Dit is de houding die Shakyamuni aannam toen hij overstak naar nirvana. Daarom is dit een standaard houding geworden voor stervende boeddhisten. Waarom hield hij zijn hoofd naar het noorden? Volgens een bepaalde theorie is dit omdat hij wilde aantonen dat zijn lering naar het noorden zou verspreid worden. Waarom lag hij op zijn rechterzij? Volgens een bepaalde theorie is dat omdat hij de houding wilde navolgen die de koning der leeuwen aanneemt; men vermoedde ook dat een godheid sterft met zijn gelaat naar boven, een duivel met zijn gelaat naar beneden, en een gulzigaard terwijl hij op zijn linkerzij ligt.
[3] De locatie van deze plek is vermoedelijk Sanjo tomikoji in het Ukyo gedeelte van Kyoto, waar er een Tendai tempel was met de naam Zenpo-in. Shinrans jongere broer, Jinnu, was de hoofdpriester van deze tempel. Shinran bracht er zijn laatste jaren door en stierf er. Op deze plaats (i.c. Yamanouchi, Saiin, Ukyoku, Kyoto), bouwde Hongwanji een geaffilieerde tempel, Sumino-bo, in 1857.
Geïllustreerde biografie van Shinran
Hongwanji Shonin

jikōji - 慈光寺

© 2010

info-at-jikoji.com

          home