Gebeurtenissen in Shinrans leven

Deze tabel bevat het overzicht van belangrijke gebeurtenissen in Shinrans leven.

De kolommen bevatten achtereenvolgens:
A - Westerse kalender
B - Japanse jaarrekening
C - Shinrans leeftijd
D - gebeurtenissen in Shinrans leven
E - Verificatie voor datering

naar Takahatake, Takamichi, Young Man Shinran - A Reappraisal of Shinran’s Life, Wilfrid Laurier University Press, Waterloo, Ontario,, 1987, 228 pages, ISBN 0889201692.

A/strong> B C D E

1173

Jōan 3
治承 3

 

21/05: Shinran wordt geboren in Hino Tanjo-in.

gebaseerd op zijn Jōdo-wasan, enz.

1181

Yōwa


9

Hij treedt het Tendai kloosterleven op de Berg Hiei in, en begint zijn praktijk als een ‘gewone tempelmonik’ (dōsō).

Shinran-shōnin dene (Hoofdstuk 1);
Eshinni monjo (Brief 3)

1182

Juei 1
寿永 1

10

Shinrans toekomstige vrouw Eshinni wordt geboren.

Eshinni monjo (Brieven 8 & 9)

1201

Kennin 1
建仁 1

29

Shinran besteedde 20 jaar aan de studie van de encyclopedische organisatie van de overheersende boeddhistische doctrine en praktijk van de Tendai school, terwijl hij als kloosterling op de Berg Hiei leefde. Tijdens dit verblijf begint hij meer te neigen naar de Reine Land beweging als de belangrijkste weg naar de bevrijding van het existentiële bestaan. Uiteindelijk is deze overtuiging zo sterk dat hij besluit de Reine Land meester Hōnen op te zoeken en zijn volgeling te worden.

 

 

 

 

Shinran bezoekt de Rokkakudō tempel (waarvan verteld wordt dat hij is gebouwd door Shōtoku-taishi) om te bidden en te mediteren voor voldoende moed om duidelijk zijn uiteindelijke beslissing te kunnen maken.

Eshinni monjo (Brief 3)

 

 

 

Hij trekt zich gedurende 100 dagen terug.

 

 

 

 

Tijdens de ochtend van de 95ste dag, verschijnt Shōtoku-taishi hem in een droom – dit overtuigt Shinran Hōnen te volgen.

 

 

 

 

Shinran verlaat de Berg Hiei.          

Kyōgyōshinshō (Volume 6)

1203

Kennin 3

建仁 3

31

05/04: Een bodhisattva verschijnt aan Shinran tijdens een droom. Gebaseerd op de openbaring uit deze droom besluit hij te huwen.

Shinran muki;
Shinran-shōnin dene (Hoofdstuk 3)

1204

Genkyū 1
元久 1

32

07/11: Als gevolg van groeiende kritiek van de religieuze Hiei-authoriteiten omtrent de Reine Land leer en omtrent de praktijken van Hōnens beweging, stelt zijn leerling Seikaku een verontschuldiging op, en schrijft Shinkū een verdediging voor Hōnen getiteld de ‘Plechtige Belofte van Zeven Artikelen’, en nodigt de belangrijkste leerlingen uit ze te ondertekenen.

08/11: Shinran ondertekent de ‘Plechtige Belofte van Zeven Artikelen’ (niet als ‘Shinran’ maar als ‘Shakkū’, de destijds door hemzelf gekozen naam).

Saihō shinan-shō

1205

Genkyū 2

元久 2

33

14/04: Shinran kopieerde, met de toestemming van Hōnen, Hōnen’s Reine Land meesterwerk: de Senjaku-hongan nembutsu-shū. Hōnen draagt de kopie op met ‘Namu amida butsu – de basis voor de werking van de wedergeboorte is de Nembutsu’.

29/07: Shinran ontleent en kopieert het portret van Hōnen. Hōnen draagt het op met een gewijzigde passage uit Shan-tao’s Wang-sheng li-tsan-chieh.

Kyōgyōshinshō (Volume 6)

 

 

 

Oktober: het belangrijkste Nara boeddhistische klooster, Kōfukuji, vraagt een keizerlijke verbod op de Nembutsu beweging, op grond van een negen artikels tellende petitie voorgesteld door Jōkei, leerling-monnik van de Hossō School, getiteld ‘Kōfukuji Rapport voor de Troon’ (Kōfukiji-sōjō). Hierin beschuldigt hij Hōnen en zijn volgelingen van ketterij. (Sommige moderne leerlingen claimen dat Shinran misschien nadien zijn Kyōgyōshinshō zou hebben geschreven om Jōkei’s petitie te weerleggen.)

Kōfukuji Sōjō

1207

Jōgen 1
承元 1

35

Begin februari: de regering van het keizerlijk hof legt een ban op de Nembutsu beweging. Hōnen wordt verbannen naar Tosa en zijn belangrijkste volgelingen worden verbannen of geëxecuteerd. Shinran wordt verbannen naar Kokufu in het Echigo district. Zijn kloosterstatus wordt hem ontnomen en hem wordt de lekennaam ‘Yoshizane Fujii’ toegekend – hijzelf noemt zich nochtans tijdens zijn ballingschap ‘Toku’ (‘de kaalkop’).

Kyōgyōshinshō (Volume 6)

1211

Kenryaku 1
1

39

Maart: zijn zoon Shinrembō Myōshin wordt geboren.

Eshinni monjo (Brief 5)

 

 

 

17/11: Hōnen, Shinran en anderen worden uit ballingschap teruggeroepen.

Kyōgyōshinshō (Volume 6)

1212

Kenryaku 2

2

40

25/01: Hōnen sterft op de leeftijd van 80 jaar.

Kyōgyōshinshō (Volume 6)

1214

Kenpō 2
建保 2

42

Lente: Shinran verlaat Echigo en gaat naar het Kantō gebied (oostelijk Japan). Tijdens deze reis – vooral tijdens zijn meerdaags verblijf in Sanuki in Kōzukenokuni – begrijpt hij de echte ellende van het gewone Japanse volk. Daarom vat hij onmiddellijk het plan op 1 000 keer de drie Reine Land sūtras (Jōdo sanbukyō) te reciteren om karmische verdiensten voor dit door armoede geteisterde volk te creëren. Hij realiseert zich nochtans dat deze praktijk niet overeenstemt met een totale overgave aan de verlossende Anderkracht van Amida Boeddha’s mededogen; daarom stopt hij deze zelfkracht na een paar dagen.

Eshinni monjo (Brief 5)

1217

Kenpō 5

建保 5

45

Ergens vóór dit jaar vervolledigt Shinran zijn Kangyō-amidakyō-shūchū (Amitāyurdhyāna sūtra en Shukhāvati-vyūha sūtra met aantekeningen).

Kanmuryōjukyō-shūchū;
Amidakyō-shūchū

1224

Gennin 1
元仁 1

52

Shinrans dochter Kakushinni wordt geboren.

Eshinni monjo (Brief 4)

 

 

 

Wellicht vervolledigde Shinran tijdens dit jaar het eerste ontwerp van de globale structuur van zijn Kyōgyōshinshō. (Dit is gebaseerd op het gebruik van de tegenwoordige tijd – gevonden in volume 6 – en van het jaar zelf, door Shinran als 1224 aangegeven.)

Kyōgyōshinshō

 

 

 

Shinran schrijft dat 1224 het 683ste jaar van het vervallen van de Dharma is. Hij is verontwaardigd over de ban op Nembutsu, door de regering in augustus uitgevaardigd, omdat hij erin gelooft dat de Nembutsu in deze periode van de vervallen Dharma de enige leer tot bevrijding is.

Kyōgyōshinshō

(Volume 6)

1230

Kangi 2
2

58

25/05: Shinran kopieert Seikaku’s Yuishin-shō (Samenvatting van ‘Enkel-vertrouwen’). Beiden waren Hōnen’s volgelingen en goede vrienden. (Shinran kopieerde de Yuishin-shō meer dan welke andere tekst ook tijdens zijn leven – zes keer.)

Senjuji collectie

1231

Kangi 3

3

59

04-08/04: Tijdens een ziekte en het daaropvolgend herstel vertrouwt hij zijn vrouw toe wat hem gedurende 17 jaar dwarszat. Hij bekent dat hij als praktijk volgde de drie Reine Land sūtras 1 000 keer te reciteren om de wezens met gevoelens te bevrijden, ook al was dit geloof in strijd met een diep vertrouwen in de volkomen mededogende Anderkracht van Boeddha Amida.

Eshinni monjo (Brief 5)

1233

Tenpuku 1
天福 1

61

Op dit ogenblik verlaat Shinrans familie het Kantō gebied en verhuist naar Kyoto. (Dit gebeurde vanwege de groeiende vijandigheid tegenover de Nembutsu praktijk in oostelijk Japan. Op 24/07/1235 zou de Nembutsu praktijk worden verboden en de volgelingen uit Kamakura verbannen door de militaire bakufu regering.)

Kamakura bakufu

1235

Katei 1
1

63

19/06: Shinran kopieert de Yuishin-shō voor de tweede keer (dit keer in het Japanse hiragana lettergrepenschrift).

Senjuji collectie

 

 

 

Shinrans kleinzoon Nyoshin wordt geboren, de zoon van Zenran.

Geschreven op de achterkant van een portret van Nyoshin.

1241

Ninji 2
仁治 2

69

14/10: Shinran kopieert Seikaku’s Yuishin-shō voor de derde keer.

Shinshūji collectie

 

 

 

19/10: Shinran kopieert de Yuishin-shō voor de vierde keer.

Senseiji collectie

1242

Ninji 3

仁治 3

70

21/09: Shinrans portret wordt geschilderd door Jōzen.

Shinran-shōnin dene (Hoofdstuk 7)

1243

Kangen 1
1

71

21/12: Shinran tekent een document dat de transfer aangeeft van het dienstmeisje Iya-onna van Shōamidabutsu naar Higashi-no-nyōbō. (De relatie tussen Iya-onna en Shinran is onduidelijk.) Het is mogelijk dat Iya-onna voordien Shinran had gediend, zoals blijkt uit zijn antwoord aan zijn dochter Kakushinni wanneer zij informeert omtrent Iya-onna.

Iya-onna yuzuri
Shinran shinseki shokan (Brief 7)

1246

Kangen 4

4

74

14/03: Shinran kopieert Seikaku’s Yuishin-shō voor de vijfde keer.

Senjuji collectie

 

 

 

15/03: Shinran kopieert de Jiriki tariki no koto van Ryūkan, een goede vriend.

Ōtani Daigaku collectie

1247

Hōji 1
宝治 1

75

05/02: Shinrans volgeling Sonren kopieert de Kyōgyōshinshō (hetgeen zou veronderstellen dat de tekst vóór dat moment vervolledigd was, vermits kopiëren enkel toegelaten was bij afgewerkte teksten).

Ōtani Daigaku collectie
(Beschreven door Ekū in zijn kopie volgens hetgeen Shinran op dit moment schreef.)

1248

Hōji 2

宝治 2

76

21/01: Shinran vervolledigt de eerste ontwerpen van zijn Jōdo-wasan en Kōso-wasan.

Senjuji collectie

1250

Kenchō 2
2

78

16/10: Shinran schrijft de Yuishin-shō mon-i, een commentaar op Seikaku’s Yuishin-shō en de geschriften erin geciteerd.

Honseiji collectie

1251

Kenchō 3

3

79

20/09: Shinran schrijft een brief aan volgelingen (namen niet bekend) in Hitachi, waarin hij hen waarschuwt voor discussies omtrent de voorwaarden voor herboren worden in het Reine Land (zo een onderscheid was tegengesteld aan de totale absolute Anderkracht van Boeddha Amida).

Mattō-shō (Brief 1)

1252

Kenchō 4

4

80

24/02: Shinran schrijft een brief aan een volgeling (naam niet bekend), waarin hij zijn dankbaarheid uitdrukt voor financiële steun. Hij ontkent ook een ketterij toegeschreven aan Shinken, die beweert dat iemand opzettelijk slechte daden zou kunnen begaan en toch nog zou kunnen gered worden omdat de Boeddha Amida zo een sterk mededogen voor slechte personen zou hebben.

Mattō-shō (Brief 20)

 

 

 

04/03: Shinran schrijft de Jōdo-monruijushō, met enkele essentiële punten uit zijn Kyōgyōshinshō.

Senjuji collectie

1254

Kenchō 6

6

82

februari (datum niet bekend): Shinran kopieert de Yuishin-shō voor de zesde keer.

Ōtani Daigaku collectie
(Ekū’s kopie)

 

 

 

16/09: Shinran kopieert de Gose monogatari-kiki-gaki (onbekend auteur, maar wellicht Ryūkan).

Shōganji collectie

 

 

 

(vóór) 27/08: Shinrans oudste zoon Zenran keert terug naar Kantō vanuit Kyoto.

Shinran-shōnin goshōsokushū (Brief 6)

 

 

 

18/11: Shinran kopieert een uittreksel van Shan-tao’s Kuan-wu-liang-shou-ching-shu (getiteld ‘Ni-ga byakudō hiyu’ in het Japans) en stuurt dit naar de volgelingen in het Kantō gebied.

Shōganji collectie

1255

Kenchō 7

7

83

23/04: Shinran kopieert Ryūkan’s Ichinen tanen fumbetsu no koto voor de tweede keer.

Ōtani Daigaku collectie
(Ekū’s kopie)

 

 

 

23/04: Shinran kopieert ook Ryūkan’s Jiriki tariki no koto (2de keer).

Ōtani Daigaku collectie
(Ekū’s kopie)

 

 

 

24/04: Shinran verfraait zijn eigen Jōdo-wasan en Kōso-wasan.

Senjuji collectie

 

 

 

23/05: Shinran kopieert een brief die Hōnen voordien aan zijn volgeling Ōko Tarō had geschreven.

Senjuji collectie

 

 

 

02/06: Shinran schrijft de Songō-shinzō meimon.

Hōunji collectie

 

 

 

03/06: Shinran kopieert de Hongan sō-ō-shū.

Anyōji collectie

 

 

 

22/06: Senshin kopieert Shinrans Kyōgyōshinshō.

Senjuji collectie

 

 

 

14/07: Shinran kopieert zijn Jōdo-monrui jushō voor de tweede keer.

Higashi honganji collectie

 

 

 

06/08: Shinran schrijft de Jōdo-sangyō ōjō-monrui, waarin hij de topic van de wedergeboorte in het Reine Land verkent door dergelijke verschillen aan te geven in de drie belangrijkste Reine Land sūtra’s.

Nishi honganji collectie

 

 

 

27/08: Shinran schrijft de Gutokushō (2 volumes), met het wezenlijke van de Reine Land leer.

Senjuji collectie (Zonkaku’s kopie)

 

 

 

03/10: Shinran schrijft een brief aan zijn volgeling Shōshin in Kantō, als antwoord op vragen door volgelingen uit het Kasama district in het Kantō gebied.

Mattō-shō (Brief 2)

 

 

 

09/11: Shinran schrijft een brief aan zijn oudste zoon Zenran betreffende een gerucht dat Zenran onrechtmatige dingen zou hebben gezegd.

Shinran-shōnin goshōsoku

 

 

 

30/11: Shinran schrijft de Kōtaishi-shōtoku hōsan als zeventien gedichten die een hymne vormen tot lof van Shōtoku-taishi.

Senjuji collectie

 

 

 

10/12: Een vuur vernietigt het verblijf van Shinran.

Shinseki-shojan (Brief 3)

 

 

 

15/12: Shinran schrijft een brief naar zijn volgeling Shimbutsu, waarin hij hem vraagt te bemiddelen ten behoeve van een ander volgeling, Embutsu, die Shinran in Kyoto had bezocht zonder de toelating van Embutsu’s werkgever.

Shinseki-shojan (Brief 3)

 

 

 

In de loop van dit jaar tekent Chōen Shinrans portret, en noemt het ‘Anjō no goei’ (Portret van Verlichting).

Zonkaku-shōnin sode nikki

1256

Kōgen 1

康元 1

84

09/01: Shinran schrijft een brief naar zijn volgeling Shinjō, waarin hij hem adviseert zich niet te verzetten tegen het geleidelijk verbod van de Nembutsu leer en praktijk in het Kantō gebied (met de hulp van een prominent regeringsafgevaardigde). Shinran waarschuwt ook zijn volgelingen vastberaden te blijven in hun overtuigingen ondanks Zenran’s ketterse uitspraken. Shinran is bezorgd omdat Nyūshin door regeringsafgevaardigden is ondervraagd.

Shinran-shōnin goshōsoku (Brief 2)

 

 

 

23/03: Shinran schrijft de Nyūshitsunimon-ge over de Puur Land praktijk.

Hōunji collectie

 

 

 

24/03: Shinran kopieert zijn eigen Yuishin-shō mon-i.

Kōtokuji collectie

 

 

 

13/04: Shinran schrijft de Shijūhachidaigan, een persoonlijk memorandum over de 48 geloften van Amida Boeddha.

Senjuji collectie

 

 

 

13/04: Shinran kopieert ook zijn eigen brief van 3 oktober 1255 aan de volgelingen van Kantō over vragen aangaande de Reine Land leer. (Deze brief wordt nadien door Kantō volgelingen verder gekopieerd en rondgestuurd onder de andere volgelingen van de regio.)

Senjuji collectie (identiek aan Mattō-shō: Brief 2)

 

 

 

25/05: Shinran ontvangt een brief met geld van zijn volgeling Kakushin uit Kantō. De brief bevat vragen omtrent zijn Reine Land leringen.

Shinseki-shokan (Brief 2)

 

 

 

26/05: Shinran beantwoordt de brief van Kakushin, en vraagt Kakushin naar Kyoto te komen, indien mogelijk.

Shinseki-shokan (Brief 2)

 

 

 

29/05: Shinran schrijft naar zijn oudste zoon Zenran, waarin hij diens visies verwerpt omdat Zenran’s meest recente brief aan Nembutsu volgelingen in het Kantō gebied duidelijk standpunten schetst die heel erg in strijd zijn met Shinrans Reine Land leringen.

Kosha shokan (Brief 3)

 

 

 

29/05: Shinran schrijft een brief aan zijn volgeling Shōshin, waarbij hij hem op de hoogte brengt van het feit dat hij Zenran heeft verworpen. Shinran geeft hier te kennen dat hij – als Zenrans vader – alle verantwoordelijkheid op zich neemt voor de fouten van Zenran.

Shinran-shōnin kechimyaku-monjū (Brief 2)

 

 

 

27/06: Zenran ontvangt de brief met de verwerpingen van Shinran.

Senjuji collectie (identiek aan Kosha shokan: Brief 3)

 

 

 

09/07: Shinran schrijft een brief naar zijn volgeling Shōshin, waarin hij zijn tevredenheid uitdrukt over de onderzoekingen van de Kamakura bakufu beambten omtrent de Nembutsu beweging (waarbij Shōshin als tussenpersoon was opgetreden).

Shinran-shōnin goshōsoku (Brief 2)

 

 

 

25/07: Shinran schrijft een commentaar op T’an-luan’s Wang-shenh-lun-chu-chieh.

Nishi Honganji collectie

 

 

 

Eind juli of begin augustus: Shinran schrijft een brief naar zijn volgeling Shōshin waarin hij vermeldt dat Shinran Minamoto Tōshirō zal ontmoeten (iemand van Shōshin’s woonplaats). Shinran is erom verheugd dat de Nembutsu praktijk in het Kamakura gebied geen nieuwe problemen heeft gecreëerd bij de militaire bakufu regering en dat aldus de Nembutsu beweging in het Kantō gebied de vrijheid heeft bekomen om zijn praktijk uit te oefenen.

Shinran-shōnin goshōsoku (Brief 8)

 

 

 

07/09: Shinran schrijft een brief naar zijn volgeling Shōshin waarin hij zijn goedkeuring uitdrukt omtrent Shōshin’s bekering van twee nieuwe Nembutsu volgelingen.

Shinran-shōnin kechimyaku-monjū (Brief 4)

 

 

 

13/10: Shinran kopieert de Saihō shinan-shō (volume 1).

Senjuji collectie

 

 

 

14/10: Shinran kopieert de Saihō shinan-shō (volume 2).

Senjuji collectie

 

 

 

25/10: Shinran kopieert de Hachiji-myōgō en Jūji-myōgō.

Senjuji collectie

 

 

 

28/10: Shinran kopieert de Jūji-myōgō.

Myōgenji collectie

 

 

 

28/10: Shinran kopieert ook de Rokuji -myōgō.

Nishi Honganji collectie

 

 

 

08/11: Shinran kopieert de Saihō shinan-shō (volume 3).

Senjuji collectie

 

 

 

29/11: Shinran kopieert de Saihō shinan-shō (volume 3).

Senjuji collectie

 

 

 

29/11: Shinran schrijft de Ōsō-ekō gensō-ekō monrui, waarin hij de 17de, 18de, 11de en 22ste geloften van Amida Boeddha uitlegt, waarbij hij een Chinese vertaling van Vasubandhu’s Sukhāvati-vyuhopadesa aanhaalt.

Jōgūji collectie

1257

Shōka 1
正嘉 1

85

01/01: Shinran laat zijn Saihō shinan-shō kopie (volume 1) corrigeren.

Senjuji collectie

 

 

 

02/01: Shinran kopieert volume 1 van de Saihō shinan-shō en daarna wordt het gecorrigeerd.

Senjuji collectie

 

 

 

11/01: Shinran kopieert zijn eigen Yuishin-shō mon-i voor de tweede keer en biedt het aan zijn volgeling Kenchi aan.

Senjuji collectie

 

 

 

17/01: Shinran kopieert zijn Yuishin-shō mon-i voor de derde keer en biedt het aan zijn volgeling Shinshō aan.

Senjuji collectie

 

 

 

05/02: Shinran kopieert volume 3 van de Saihō shinan-shō.

Senjuji collectie

 

 

 

09/02: Shinran droomt van een hymne aan Shōtoku-taishi (hetgeen hij op een latere datum zal schrijven).

Shō-zō-matsu wasan

 

 

 

17/02: Shinran schrijft de Ichinen tanen mon-i, een bibliografische inleiding tot de vermeldingen in Ryūkan’s Ichinen tanen fumbetsu no koto.

Higashi Honganji collectie

 

 

 

20/02: Shinran schrijft de Dai-nihonkoku zokusanShōtoku-taishi hōsan.

Kakynyo’s kopie

 

 

 

01/03: Shinran schrijft een hymne die voortkwam uit een droom (op 09/02), en voegde hem toe aan zijn Shō-zō-matsu wasan.

Shō-zō-matsu wasan

 

 

 

02/03: Shinran kopieert zijn eigen Jōdo-sangyō ōjō monrui.

Kōshōji collectie

 

 

 

03/03: Shinran schrijft een brief (adres niet bekend) waarin hij vermeldt dat zijn geheugen en zijn gezichtsvermogen vrij zwak geworden zijn.

Mattō-shō (Brief 8)

 

 

 

21/03: Shinran schrijft zijn Nyorai nishu-ekō mon-i, een commentaar op sommige van de Reine Landleer-verklaringen van ‘Ōsō ekō’ (overdracht van Amida Boeddha’s verdiensten naar wedergeboorte in het Reine Land) en ‘Gensō ekō’ (terugkeer-overdracht van Amida Boeddha’s verdiensten (naar deze wereld) om te werken aan het heil van de andere wezens).

Senjuji collectie

 

 

 

11/05: Shinran bewerkt de Jōgū-taishi gyoki, een kort overzicht van Shōtoku-taishi’s leven.

Nishi Honganji collectie

 

 

 

04/06: Shinran kopieert zijn eigen Jōdo-monruijushō.

Ōtani daigaku collectie

 

 

 

19/08: Shinran kopieert zijn Ichinen tanen mon-i.

Higashi Honganji collectie

 

 

 

19/08: Shinran kopieert ook zijn Yuishinō mon-i voor de vierde keer.

Myōganji collectie

 

 

 

10/10: Shinran schrijft respectvolle brieven naar zijn volgelingen Shōshin en Shimbutsu, waarbij hij hen aanmoedigt te geloven dat een persoon van het ware vertrouwen gelijk kan zijn aan de Tathāgata (de Boeddha).

Mattō-shō (Brief 3 en 4)

1258

Shōka 2

正嘉 2

86

28/06: Shinran voegt vier lofverzen toe aan zijn Songō shinzō meimon.            

Senjuji collectie

 

 

 

18/08: Shinran kopieert Hōnen’s Sanbu-kyō tai-i, en biedt het aan zijn volgeling Keishin aan.

Senjuji collectie

 

 

 

24/09: Shinran herbekijkt zijn Shō-zō-matsu wasan.

Senjuji collectie

 

 

 

29/10: Shinrans brief wordt door Renni naar Keishin gestuurd, en refereert naar zijn lering dat een persoon van het ware vertrouwen kan beschouwd worden als gelijk aan de Tathāgata.

Senjuji collectie (Brief van Renni)

 

 

 

(Rond deze tijd wordt Shinran gekweld door keelproblemen.)

Senjuji collectie (Brief)

 

 

 

14/12: Shinran preekt tot zijn volgeling Kenchi omtrent ‘jinen hō-ni’ (zijn uiteindelijke lering van de ‘natuurlijke onvermijdelijkheid van de Dharma zoals ze is’), terwijl Kenchi zijn woorden rechtstreeks opschrijft.

Mattō-shō (Brief 5)

1259

Shōgen 1
正元 1

87

10/09: Shinran vervolledigt het kopiëren van Hōnen’s Senjaku-hogan nembutsu-shū (dit kopieerproces startte op 01/09 van hetzelfde jaar).

Senjuji collectie

 

 

 

29/10: Shinran schrijft een brief aan zijn volgeling Takada-no-Nyūdō, waarin hij zich beklaagt over de dood van Kakunen (een ander volgeling). Shinran geeft ook aan dat hij financiële steun heeft ontvangen van volgelingen.

Shinseki-shokan (Brief 5)

1260

Bun’ō 1
1

88

03/11: Shinran kopieert zijn Jōdo sangyo ōjō monrui.

Bukkōji collectie

 

 

 

13/11: Shinran schrijft een brief aan zijn volgeling Kōshin, en beschrijft zijn verdriet omtrent de dood van zo veel Japanners door epidemieën en hongersnood.

Mattō-shō (Brief 6)

 

 

 

02/12: Shinran schrijft de Midanyorai myōgō-toku waarin hij de twaalf deugden van Amida Boeddha uiteenzet.

Shōgyōji collectie

1261

Kōchō 1
1

89

In de loop van november wordt Shinrans vrouw, Eshinni, in Echigo ziek opgenomen (Shinran en zijn vrouw leefden sinds 1233 om ongekende redenen apart).

Eshinni monjo (Brief 4)

1262

Kōchō 2

2

90

In de loop van mei herstelt Eshinni van haar ziekte.

Eshinni monjo (Brief 4)

 

 

 

Aan het einde van november wordt Shinran ziek.

Shinran-shōnin dene (Volume 6)

 

 

 

28/11: Shinran sterft in de Zenbo tempel (de huidige Suminobo Betsuin in de Ukyoku regio in Kyoto – met o.a. Arashiyama & Ryoanji)

Shinran-shōnin dene (Volume 6)

 

 

 

29/11: Shinrans lichaam wordt gecremeerd.

Shinran-shōnin dene (Volume 6)

 

 

 

30/11: Shinrans assen worden ter rust gelegd.

Shinran-shōnin dene (Volume 6)

 

 

 

01/12: Shinrans dochter Kakushinni verwittigt haar moeder Eshinni van Shinrans dood.

Eshinni monjo (Brief 3)

 

 

 

20/12: Eshinni ontvangt haar dochters brief omtrent Shinrans dood.

Eshinni monjo (Brief 3)

 

Geïllustreerde biografie van Shinran
Hongwanji Shonin

jikōji - 慈光寺

© 2010

info-at-jikoji.com

          home