Verantwoording bij deze tweede druk

Dit Tekst Boek Voor Boeddhisme is in de eerste plaats en zelfs hoofdzakelijk bestemd om als hulpboek cursorisch lezen gebruikt te worden bij de cursus Boeddhisme aan de Faculteit voor Vergelijkende Godsdienstwetenschappen I.V. te Antwerpen. Het wordt er naast en na de ‘Syllabus Boeddhisme’[1] gebruikt, waarin dan ook de systematische achtergrond voor het Tekstboek aangetroffen wordt.

Deze bijzondere gerichtheid verklaart meteen de schaarste aan nota’s, verwijzingen, filologische en historische toelichtingen, om niet te spreken van een apparatus criticus. Zelfs een bibliografie ontbreekt - opzettelijk Bedoeling is immers dat de opgenomen teksten aanleiding geven tot klassikale verhelderingen en discussies, waarbij het Tekstboek dan kan fungeren als leidraad doorheen een in waarheid onoverzichtelijke leerstof. Daarbij weze trouwens gezegd dat de uitgeverij, naast dit werkboek, ook een courantere versie voorzien heeft, waarin wel kwistig met nota’s e.d.m. omgesprongen wordt, in een overigens qua lezen gemakkelijker formaat.

In zo’n uitgebreide leer- en leesstof als het boeddhisme is het onvermijdelijk dat een keuze zich opdingt. En wie “keuze” zegt, zegt meteen “subjectiviteit” Maar zelfs in het besef van deze subjectiviteit, diende nog heel wat weg te vallen, wilde men binnen het opzet van de cursus blijven. De samensteller is dan ook de eerste om de afwezigheid van heel wat fundamenteel filosofische of emotioneel geladen fragmenten te betreuren. De keuze van de samensteller werd in de eerste plaats gedetermineerd door de mogelijkheden 1° die elke tekst t.o.v. de cursus biedt, en 2° die de cursusplanning biedt, zowel wat betreft omvang en tijd als in de verhouding docent/student.

De vertalingen zijn, waar niet anders vermeld, van de hand van samensteller. Wat de Pali-canon betreft, zijn ze hoofdzakelijk gebaseerd op de publicaties van de Pali Text Society; voor Chinees-boeddhistische bronnen werd hoofdzakelijk beroep gedaan op de Taishō-uitgave. Voorts werd ook gebruik gemaakt van diverse tekstedities (hiervoor refereer ik o.a. naar E. Conze, Buddhist Scriptures - A Bibliography, 1982). Wat de “Tibetaanse” teksten betreft, drukt samensteller zijn dank uit voor de medewerking verleend vanuit verschillende kanten, vrienden uit Nepal die liefst anoniem bleven, maar ook het Tibetaans Centrum te Antwerpen.

Een bijzondere aandacht werd besteed aan de verwoording van de inhoud van de originele teksten. Sommige gekozen teksten leunen sterk aan bij het origineel (b.v. het Metta-suttam bij de Pali-tekst in Sutta-nipata of het Kleine Sukhavativyuha-sutram bij zijn Chinese versie van Kumarajiva, Taishō 366), wat de mogelijkheid moet bieden een beeld te geven van de tekst in zijn oorspronkelijk aspect. Andere teksten daarentegen werden iets vrijer aangepakt, ook al eens ingekort (wat meestal vermeld wordt) of omschreven, waarbij dan ook de nadruk komt te liggen op de inhoudelijke elementen.

Het is onmiskenbaar dat door deze procedure sommige problemen niet konden uit de weg gegaan worden. Maar sedert de vele eeuwen in het Oosten en de tientallen jaren boeddhologisch onderzoek in het Westen, hoe zou het mogelijk zijn voor elke term, voor elke begrip een overal-en-altijd-sluitende “vertaling” te geven voor concepten als dharma of citta (= hsin )? De samensteller acht het zijn plicht dergelijke problemen tegenover zijn studenten - zij het ook mondeling - te verantwoorden.

Deze tweede druk verschilt van de vorige niet enkel door hier en daar een ander woord te gebruiken, een andere vertaling te verkiezen of een zinsbouw duidelijker te stellen, maar ook door geheel ‘nieuwe’ teksten in te lassen als b. v. het uittreksel uit de Vimalakirtinirdesa en een nieuwe keuze van ‘sloka’s’ uit Mulamadhyamika-karika.

Het gebruik van diakritische tekens werd drastisch beperkt, b.v. tot enkele voetnota’s en/of de eerste maal dat een naam of term voorkomt. Maar een woord als nirvana mogen we nu wel als vernederlandst beschouwen, zodat we ons niet meer verplicht moeten voelen steeds nirvāna te spellen. In vertalingen van Chinese teksten[2] werd waar mogelijk de voorkeur gegeven aan de algemene Sanskriet-terminologie. Zo schrijven we aldaar Sariputra en niet Shè-li-fu. Maar het is soms toch moeilijk in dit opzicht consequent te blijven…

Samensteller heeft niet de illusie met dit Tekstboek een volmaakt werk af te leveren; maar gelet op het feit dat het in de eerste plaats “voor inwendig gebruik” bestemd is, meent hij dat zowel de afwezigheid van nota’s als de wisselende aspecten waarin deze teksten, sutra’s en sastra’s, gepresenteerd worden kunnen verantwoord worden. Toch blijft dergelijk opzet slechts een onvolmaakte poging. Daarvan is samensteller zich terdege bewust en hij blijft dan ook bij voorbaat dankbaar voor elke vorm van opbouwende kritiek.

Shitoku A. Peel,

D.D. Kyōshi van de Jōdo-Shinshū Honpa-Hongwanji-ha (Kyoto)

Antwerpen, september 1991.

D/1991/0740/3


[1] Eveneens een uitgave De Simpele Weg.

[2] Romanisering meestal volgens het Wade-systeem; voor Japanse of Sino-Japanse woorden het nu algemeen gebruikelijke Hepburn-systeem.

Tekstboek boeddhisme

jikōji - 慈光寺

© 2010

info-at-jikoji.com

          home