Inleiding (uit het DSW-boek)

Aldus Heb Ik Gehoord - Basisteksten in het boeddhisme
Shitoku A. Peel
De Simpele Weg, Antwerpen, 1991
D/1991/0740/4

De huidige publicatie heeft als allereerste bedoeling enig inzicht te bezorgen in de Leer van de Boeddha. Ze wil dus geen scholarly aanspraken hebben. In feite is Aldus Heb Ik Gehoord gewoon een verdere uitwerking van de tweede uitgave van het Tekstboek voor Boeddhisme, oorspronkelijk bestemd als werkboek bij de cursus Boeddhisme aan de Faculteit voor Vergelijkende Godsdienstwetenschappen I.V., te Antwerpen. Maar vermits er zich een werkelijke vraag – om niet te zeggen een behoefte – voordoet naar relevante teksten bestemd voor een ruim belangstellend publiek, is spoedig de noodzaak gebleken het originele opzet te verruimen. Vandaar dan ook de ondertitel ‘Basisteksten in het Boeddhisme’.

Bedoeling blijft evenwel een verzameling oorspronkelijke teksten en tekstdelen zó te selecteren dat er een duidelijk beeld ontstaat van de basisgegevens eigen aan de Leer van de Boeddha, gegevens ontnomen uit de meest diverse strekkingen die de boeddhistische dynamiek in de loop der historie en der geografische spreiding gevormd heeft; die de grote verscheidenheid maar meteen ook de grote eenheid van het boeddhisme daar stellen. Nadruk is immers de kennis van de Dharma te onderlijnen zowel in de convergentie als in de divergentie van Hinayana, Mahayana en Tantrayana. Daarin dient men het criterium te zoeken dat in dit werk gehanteerd is geworden.

Maar wie ‘keuze’ zegt, denkt meteen ‘subjectiviteit’. Het spreekt vanzelf dat samensteller hiervoor de volle verantwoordelijkheid op zich neemt. Dat niet geheel de waaier van de boeddhistische schrifturen aan bod komt, is 1° het resultaat van een vrijwillige beperking om te vermijden dat ‘door de bomen het bos niet meer gezien wordt’; 2° de neerslag gewoonweg van de materiële mogelijkheden en haalbare perspectieven van de uitgever. Bovendien mag gezegd worden dat de vertaling van de meeste teksten niet van gisteren dateert, maar in de loop van een 40-jarig doorlopen van het boeddhisme ontstaan is. Toch meent samensteller dat een ietwat aandachtige lectuur van de aangeboden leerredenen uit de Pali-canon en uit de Mahayana sutra’s, plus de commentaren en verdere uitwerkingen (sāstra’s) een afgerond beeld moet/kan verschaffen van hetgeen het boeddhisme in de diversiteit van zijn scholen en stromingen te bieden heeft. Ook, zeker voor de mens van vandaag. Al was het maar om sommige gangbare misvattingen en/of verdraaiingen het hoofd te bieden. Of pogen recht te trekken…

De vertalingen zelf zijn – op uitzondering van de Tibetaanse tekstgedeelten – van de hand van samensteller. Wat de Pali-canon betreft, zijn ze hoofdzakelijk gebaseerd op de uitgaven van de Pali Text Society, ofschoon ook gebruik werd gemaakt van de Pali Tripitaka Series (in devanagari), edit. Bhikkhu J. Kashyap, en diverse andere publicaties[3]. Voor de meeste Sanskrietteksten werd beroep gedaan op algemeen als autoritair aanvaarde edities (b.v. Inada, Kern-Nanjio, Müller, Suzuki, Wogihara e.a., vaak in combinatie wat de verschillende lectiones betreft). Voor de Chinese boeddhistische bronnen werd hoofdzakelijk gebruik gemaakt van de Taishō-uitgave. Wat de Tibetaans-boeddhistische teksten betreft, drukt samensteller zijn dank uit voor de medewerking hem verleend vanuit verschillende kanten, vrienden in Nepal, maar ook het Tibetaans Centrum te Antwerpen.

Een bijzondere aandacht werd besteed aan de verwoording van de tekstinhoud. Sommige teksten leunen heel sterk bij hun origineel aan (b.v. Metta-suttam of het Kleine Sukhavati-sutram, T 366), om de mogelijkheid te scheppen, doorheen de vertaling, toch een beeld op te hangen van de tekst in zijn oorspronkelijk aspect. Andere teksten daarentegen werden iets vrijer aangepakt, ook al eens ingekort of omschreven – wat toch meestal vermeld wordt – waarbij een besliste nadruk komt te liggen op de inhoudelijke elementen zelf en niet op hun formulering.

Van sommige teksten waarvan versies in verschillende talen voorhanden zijn, werd wel eens gebruik gemaakt om die diverse versies op te roepen. Dat is b.v. het geval met het Hart-sutra, dat een waar taalmozaïek geworden is, met het Lotus-sutra met vertalingen uit het Sanskriet én uit het Chinees, en zelfs het Vimalakirtinirdesa, hoofdzakelijk bewaard in Chinese en Tibetaanse vertalingen, maar waarvan samensteller er toch aan gehouden heeft het enige bewaarde wat langere Sanskrietfragment (in Siksasamuccaya) mede te vertalen.

Het is onmiskenbaar dat door deze procedure sommige problemen niet konden uit de weg gegaan worden. Maar sedert de vele eeuwen in het Oosten en de tientallen jaren boeddhologisch onderzoek in het Westen, is men er nog steeds niet toe gekomen voor elke technische term, voor elk begrip een overal-en-altijd-sluitende “vertaling” te geven; in heel wat gevallen lijden onze vertalingen aan defectueuze connotaties: zelfs schijnbaar gemakkelijke dooddoeners, zoals ‘lijden’[4], ‘bewustzijn’, ‘onwetendheid’, woorden die wij zo maar gebruiken, zitten boeddhistisch verkeerd. Hetzelfde geldt voor concepten als dharma, citta of nirvāna. Om niet te spreken van de omzetting van de Chinese of Japanse terminologieën…

Het gebruik van diakritische tekens werd drastisch beperkt, b.v. tot de voetnota’s en/of de eerste maal dat een naam of onvertaalde term voorkomt. Aldus Heb Ik Gehoord heeft niet de pretentie een academische uitgave te zijn: wél een soort middenweg ‘originele inhoud’ en ‘kennismaking’. Bovendien zijn er toch woorden die zich a.h.w. reeds in het Nederlands ingeburgerd hebben: nirvana, sutra… om slechts deze twee te noemen en bijgevolg niet nirvāna of sūtram. Zo ook wordt de letter r als ri weergeven. Ook in pedanterie en wijsneuzigheid moet een zekere Beschränkung aanwezig zijn…

In vertalingen van Chinese teksten werd waar mogelijk de voorkeur gegeven aan de Sanskriet equivalenten voor namen en termen. Zo wordt aldaar Sariputra geschreven en niet Shé-li-fu. Maar het is soms wel moeilijk in dit opzicht consequent te blijven.

Het gebruik van hoofdletters volgt zoveel mogelijk het Nederlands gebruik zoals vooropgezet in het Groene Boekje… dat ook niet altijd even logisch, even consequent is. Fonetische translitteratie volgt een nogal algemeen gebruik, waarbij b.v. Sanskriet buddha, gebruikt als titel (= de Verlichte) vernederlandst wordt in Boeddha of, zonder hoofdletter, als aanduiding van de categorie (b.v. de boeddha’s), maar opgevat als deel uitmakend van de naam, de Sanskriet vorm bewaard blijft. Vandaar dat er sprake is van Boeddha Gautama, maar ook van Gautama Buddha. Omdat in sommige gevallen, de uitspraak van de Sanskriet en Pali romaniseringen nogal afwijkt van het Nederlands gebruik, worden hierna enkele van de belangrijkste uitspraakregels vermeld.

De romanisering van het Chinees geschiedt hier nog steeds volgens het nu weliswaar oudmodische Wadesysteem. Met alle gebreken van dien. De aanhangers van de pinyin mogen de samensteller dit vergeven… Voor Japanse of Sino-Japanse woorden wordt het nu algemeen gebruikelijke Hepburn-systeem toegepast.

Zoals hiervóór reeds gezegd, werden waar samensteller het absoluut nodig achtte, voetnota’s ingelast. Sommige begrippen vergen echter een té lange verklaring en werden alfabetisch in Appendix 2 gegroepeerd. In Appendix 1 werd gepoogd een overzicht van de boeddhistische schrifturen te geven: een ondankbare taak, zeker als men niet in langdradigheid wil vervallen.

Voor meer uitleg, coherenties en uitweidingen, verwijst samensteller nogmaals naar zijn Syllabus Boeddhisme I (FVG), 2de druk 1989.

Samensteller koestert niet de illusie met dit werk, zelfs met z’n ondertitel Basisteksten in het Boeddhisme, een volmaakt werk af te leveren. Hij beseft ten volle dat het hier gaat om een noodzakelijkerwijze onvolmaakte poging en hoopt nog voldoende gunstig levenskarma te hebben om zijn opzet te blijven verbeteren. Hij blijft dan ook bij voorbaat dankbaar voor elke vorm van opbouwende kritiek.

Tevens wil hij hier zijn dankbaarheid uitspreken voor alle leraars en dharma-vrienden die hem deze publicatie mogelijk gemaakt hebben.

Shitoku A. Peel

D.D. Kyōshi van de Jōdo-Shinshū Honpa-Hongwanji-ha (Kyoto, Japan)

Antwerpen, september 1991.


[3] Een bijzondere dankbaarheid van samensteller gaat uit naar de lezingen voorgesteld door zijn Pali-leraar A. P. Buddhadatta Mahathera wat betreft het Dhammapadam.

[4] Zie als voorbeeld voor deze term, de bijdrage in Ekō 50, sept.1991, p.5-28.

Tekstboek boeddhisme

jikōji - 慈光寺

© 2010

info-at-jikoji.com

          home