De Leer van de Niet-Tweeheid - Vimalakirti-nirdesa - Het Onderricht van Vimalakirti VIII

Toen de bodhisattva’s elk hun mening hadden uitgesproken, ondervroegen ze Mañjusrī, de prins [van de bodhisattva’s]: “Mañjusrī, wat betekent dan eigenlijk de intrede van de bodhisattva’s in de niet-tweeheid?”.

Mañjusrī antwoordde: “Wanneer de bodhisattva’s niets zeggen, niet spreken, niets aanwijzen en niets onderrichten aangaande om het even welke dharma – wanneer ze alle gediscussieer uitsluiten en elke meningvorming afsnijden – dan treden zij in de Leer van de niet-tweeheid.”

Daarop sprak Prins Mañjusrī tot de Licchavi Vimalakirti: “Zoon van edelen huize, nu dat elk van ons zijn visie uitgesproken heeft, zeg ons nu op uw beurt wat de Leer van de niet-tweeheid is.”

De Licchavi Vimalakirti bewaarde echter het stilzwijgen.

Waarop Prins Mañjusrī goedkeurend tot de Licchavi Vimalakirti het woord richtte: “Goed zo, goed zo, zoon van edelen huize: dat is waarlijk de intrede van de bodhisattva’s in de niet-tweeheid. Ertoe komen noch klanken noch woorden te hebben, dat is waarlijk de intrede in de Leer van de niet-tweeheid.”

Tekstboek boeddhisme

jikōji - 慈光寺

© 2010

info-at-jikoji.com

          home