Buddha-Bhāsita-Amitāyuh-sūtra - De Leerrede over de Boeddha van het Onmeetbare Leven - Inleiding

(A-mi-t’o ching, Japans Amida-kyō, versie in 1 chüan, vertaald door Kumārajīva, tijdens de Latere Chin dynastie, in 402, T 366)

De oudste teksten van de Reine-Land-cyclus zijn ontstaan in India rond het begin van onze jaartelling; de cyclus omvat ongeveer 220 sutra’s.
Centraal staat een gemeenschappelijke Boeddhafiguur, bron van mededogen: Amitabha, de Boeddha “Onmeetbaar Licht”. Hij is de Boeddha die alle andere Boeddha’s omvat, hij is de kern van elke vorm van verlichting. Zijn Boeddhaland bevindt zich buiten het bereik van de drie werelden van het lijden: de wereld van de zinnelijkheid (kāma), die van de vorm (rūpa) en die van de niet-vorm (arūpa).
Zijn land wordt beschreven als een kosmografische structuur, die we kunnen opvatten als een voorstellingswereld (sambhogakāya, object van meditatie), maar evenzeer als dharmakāya: een land dat niet verschillend is van de verlichting zelf (vgl. T’an-luan).
Historisch gezien, had zich in het boeddhisme een neiging ontwikkeld bepaalde wezens uit te sluiten van de mogelijkheid tot verlichting; deze wordt een privilege voorbehouden aan monniken, edelen en kloosterorden. De ‘icchantika’ zijn uitgesloten omwille van hun maatschappelijke situatie: de vissers, jagers, boeren, handelaars, de lagere klassen. Hiertegen komt een reactie vanuit de T’ien-t’ai school zelf: de monniken gaan de straat op en prediken voor die uitgestoten bevolkingsgroepen.
Deze historische ontwikkeling ging gepaard met een groeiend besef dat de mens niet langer in staat is de praktijken te volbrengen om op eigen kracht, door eigen verdienste de verlichting te verwezenlijken. De mens kan evenwel zijn vertrouwen schenken aan de Boeddhakracht, de werkzaamheid van wijsheid en mededogen in de wereld. Dit mededogen is niet een gunst die individueel wordt toegestaan aan een wezen, maar een kracht aanwezig uit de natuur zelf.
Het ik-denken dat zich uit in eigen-kracht-denken – nl. de overtuiging dat ‘ik’ door ‘mijn’ praktijk de verlichting kan verwezenlijken – wordt afgebouwd tot het zich kan laten overgaan in het ander-kracht-denken, dat zijn kracht put uit de kracht van het Boeddhaschap zelf.
Deze geestelijke evolutie wordt gepredikt in de Nembutsu-leer[35]: het reciteren van de Naam van de Boeddha als enige praktijk (voor iedereen uitvoerbaar).
Het vertrouwen dat verlichting te verwezenlijken is door alle wezens, van welke rang of stand, van welke hoge of lage geestelijke ontwikkeling dan ook, van welke graad van heiligheid of verdorvenheid, uit zich in een houding die we devotie voor Amida Boeddha zouden kunnen noemen.
Deze devotie is niet gericht op de Boeddha als persoon, maar als dharma, als Boeddhaschap, als Verlichting zelf.
In de eerste tekst die volgt, Japans Amidakyō (een verkorte versie van Daikyō, de daarop volgende tekst) vinden we een uitvoerige beschrijving van het Reine Land, het Boeddhaland van Boeddha Amitabha of Amitayus.
Sukhāvatī is een land van zalige vreugde, waar geen enkel spoor van lijden meer is. Aan de hand van de overvloedige beeldenstroom, eigen aan de Mahayana-teksten, worden hier alle eigenschappen van dat land uitgeschilderd. Deze beschrijving kan men letterlijk én allegorisch opvatten: mensen die een hekel hebben aan abstracte begrippen en theoretische uiteenzettingen kunnen aldus ook de inhoud van het sutra begrijpen.
De anderen weten dat aan de hand van die beelden niet een plaats maar een kwaliteit van een wereld beschreven wordt: men herkent een beeldenrijke beschrijving van een abstracte toestand van nirvana.
Talrijke typische symbolen zijn aanwezig: edelstenen verwijzen naar de 7 factoren ter verlichting, het goud verwijst naar zuiverheid, uit de lotusbloemen worden de mensen geboren (zuiverheid die wortelt in modder), uit de meren wordt de Leer geboren.
De mandarava bloeit er altijd, dus er is geen tijd meer…

[35] Japans Nembutsu, Sanskriet buddhānusmriti, Chinees nien-fo.

Tekstboek boeddhisme

jikōji - 慈光寺

© 2010

info-at-jikoji.com
          home