Amitāyus Sutra - De Leerrede over Boeddha Amitāyus - Glossarium

Acht Verdienstelijke eigenschappen (het water met de) Het water van de vijvers in het Land van Hoogste Zegening bezit de acht volgende eigenschappen: het is zuiver, koel, zoet, zacht, bevochtigend, behaaglijk, dorstlessend en voedzaam.

Āditya-sambbava ‘Zonsopgang’; naam van een Boeddha in het noorden.

Ajita ‘Onoverwinnelijke’; naam van een bodhisattva, zelfde als Maitreya.

Aksobhya ‘Onverstoorbaar’; naam van een Boeddha in het oosten.

Amitābha ‘Onmeetbaar Licht’; één van de twee namen van de Boeddha in het Land van Hoogste Zegening.

Amita-dhvaja ‘Onmetelijke Banier’; naam van een Boeddha in het westen.

Amita-ketu ‘Onmetelijk Embleem’; naam van een Boeddha in het westen; deze Sanskriet naam werd gereconstrueerd uit het Chinees.

Amitāyus ‘Onmeetbaar Leven’; één van de twee namen van de Boeddha in het Land van Hoogste Zegening.

Amitāyus Sūtra Titel in deze vertaling gebruikt voor Kumārajīva’s Chinese versie van het Kleine Sukhāvatī-Vyūha-sūtra. De volledige titel van deze Chinese versie betekent “Sutra over Amitāyus gepredikt door de Boeddha”. Vermits de naam ‘Amida’ die meermaals in deze tekst voorkomt, gewoonlijk overeenstemt met ‘Amitāyus’ in het Sanskriet origineel, kan deze titel met reden voor deze vertaling gebruikt worden.

Ānanda ‘Geluk, Vreugde’; neef van de Boeddha en één van diens tien grote discipelen. Nadat hij in de monnikenorde getreden was, was hij meer dan twintig jaar de vertrouweling en de verzorger van de Boeddha en kende (als men de traditie mag geloven) al diens uitspraken en leerredenen ui t het hoofd. Na de dood van de Boeddha, reciteerde Ānanda al deze leerredenen, die later verzameld en te boek gesteld werden.

Ananta-vīrya ‘Grenzeloze Inspanning’; naam van een Boeddha in het zuiden.

Anāitha-pindada ‘Schenker van Voedsel voor de Armen’; is de betiteling van Sudatta, een rijk man uit Śrāvastī, die voor de Boeddha een tuin kocht van Prins Jeta en er een klooster bouwde.

Aniruddha ‘Onbelemmerde’; een van de tien grote discipelen van de Boeddha, bekend om zijn goddelijk inzicht.

Arci-skandha ‘Vurige schouders’; naam van een Boeddha in het noorden.

arhat ‘Waardige’; een boeddhistisch wijze die al zijn driften overmeesterd heeft en bevrijd is uit de kringloop van geboorte-en-dood.

asura ‘demon’, een soort tegen-godheid; oorspronkelijk een Hindoegod. De Asura’s werden boze geesten, voortdurend in strijd met het leger van Indra. In het boeddhisme worden de Asura’s meestal afgebeeld als krijgslustige vervaarlijke demonen, maar enkele onder hen bekeerden zich tot de Leer van de Boeddha en werden er de beschermers van.

bodhisattva ‘wezen ter Verlichting’; iemand die geloften aflegt om de Verlichting te verwezenlijken en alle lijdende wezens te bevrijden, en hiervoor bereid is een lange weg van moeilijke praktijken af te leggen. Wie zulke bodhisattva-praktijk vervuld heeft, is een Boeddha.

Boeddha (Buddha) In het Nederlands is het gebruikelijk dit woord te spellen als ‘boeddha’ wanneer het gaat om een titel, bijvoorbeeld vóór de naam zelf. Als het woord deel uitmaakt van een benaming, spelt men het gewoonlijk ‘Boeddha’. Vandaar dat men schrijft ‘Boeddha Śākyamuni’, maar ook ‘Śākyamuni Boeddha’. Letterlijk ‘Verlichte’: wie de hoogste wijsheid verworven heeft en aldus de uiteindelijke werkelijkheid gerealiseerd heeft.

Volgens de Mahayana-traditie, kent een Boeddha drie lichamen:

(1) Dharmakāya, het lichaam van uiteindelijke waarheid en werkelijkheid
(2) Sambhogakāya, het lichaam van verheerlijking en zaligheid, en
(3) Nirmānakāya, het Manifestatie-lichaam in tijdruimtelijke vormen.

Als men spreekt over ‘Boeddha’ zonder verder te specificeren, dan gaat het over Gautama, de historische Boeddha, ook gekend als Śākyamuni of Shakyamuni.
Het Mahayana spreekt over ontelbare Boeddha’s die verblijven in transcendente ‘rijken’ die men als ‘Boeddhalanden’ aanduidt.

Brahma-ghosa ‘Brahma’ s Stem’; naam van een Boeddha in het zenit.

Candra-sūrya-pradīpa ‘Lamp van zon en maan’; naam van een Boeddha in het zuiden.

chiliocosmos Een universum van duizend miljoen werelden.

deva een god of godheid; een hemels wezen. Deva’s, met inbegrip van de Hindoegoden, worden verondersteld de verschillende hemels boven het mensenrijk te bewonen; ze kennen geen verlichting en zijn dus gebonden aan Samsara, de kringloop van geboorte-en-dood, maar de legende zegt dat talrijke goden zich tot de Leer van de Boeddha hebben bekend en er beschermers van zijn geworden.

Dharma

I. Waarheid, principe, wetmatigheid; de Leer van de Boeddha.
II. Naam van een Boeddha in het nadir.

Dharma-dhara ‘Drager van de Dharma’; naam van een Boeddha in het nadir.

Dharma-dhvaja ‘Bannier van de Dharma’; naam van een Boeddha in het nadir.

Dharma-Prins Prins van de Leer, benaming gebruikt als eretitel voor Bodhisattva Mañjusrī.

Drie lagere bestaansvormen De drie laagste, d. i. onheilzame vormen van het bestaan: de hellewezens, de hongergeesten en de dieren.

Duspradharsa ‘Niet Aantastbaar’; naam van een Boeddha in het noorden.

Edele Achtvoudige Pad De acht thema’s van praktijk om het Nirvana te verwezenlijken:

(1) het juiste inzicht, (2) de juiste gezindheid (intentie), (3) het juiste woordgebruik, (4) de juiste handelswijze, (5) het juiste levensonderhoud, (6) de juiste inspanning, (7) de juiste achtzaamheid en (8) de juiste geestesconcentratie.

Gandha-hastin ‘Welriekende Olifant’; naam van een Bodhisattva.

Gandha-prabhāsa ‘Welriekend Licht’; naam van een Boeddha in het zenit.

Gandhoīttama ‘Uitmuntende Geur’; naam van een Boeddha in het zenit.

Gavām-pati ‘ Heer over de Koeien’; naam van een discipel van de Boeddha.

Hoogste Zegening (Land of Wereld van) Sukhāvatī in het Sanskriet, d. i. ‘Vreugdeland’. Amida’s Land wordt zo genoemd omdat de wezens er bevrijd zijn van lijden en er de hoogste zegening van het nirvana ervaren. Meestal ‘Reine Land’ genoemd, is dit bereik de beloning voor de lange praktijk die Amida (=Amitābha/Amitāyus) verricht heeft als Bodhisattva Dharmākara (‘Bewaarplaats van de Leer’). Ofschoon de schittering en de praal beschreven worden in concrete, fysische termen, staat dit Land boven en geenzijds van alle vormen en menselijke begrippen. Het is de sfeer van zuivere geestelijke werkzaamheid van uiteindelijke werkelijkheid en spontaan mededogen. Met andere woorden: zij die daar ‘geboren worden’ zijn deelachtig aan Amida’s eindeloze werkzaamheid alle wezens te bevrijden uit lijden en begoocheling.

Jālinī-prabha ‘Lichtend Net’; naam van een Boeddha in het noorden.

Jeta Park Een park van Prins Jeta, dat door Sudatta aan de Boeddha geschonken werd om er een klooster op te bouwen.

jīvam-jīvaka ‘dubbel-leven-vogel’; een mythische vogel met twee koppen; hij zingt lieflijk; wordt ook gebruikt voor een soort fazant die in de bergen van Noord-India wordt aangetroffen.

kalpa Een hele lange periode in de kosmische tijd.

kalavinka De Indische koekoek; een zangvogel die in de Himalaya zou aangetroffen worden; ook benaming voor een mythische vogel met een vrouwenhoofd, aangetroffen in het Reine Land.

Kālōdayin ‘Zwarte Udayin’: naam van een discipel van de Boeddha.

karmisch Betreffende het karma, de lichamelijke en geestelijke daden; vaak gebruikt in de zin van onheilzame handelingen die ongunstige gevolgen zullen veroorzaken.

koti Een heel hoog getal, soms aangeduid als tien miljoen, maar meestal gebruikt voor ‘ontelbaar’.

Kumārajīva Groot vertaler van boeddhistische teksten (344-413). Zijn Indische vader, Kumārāyana, was aanvankelijk een minister; na de wereld verzaakt te hebben, trok hij naar Kuccha en huwde er Jivā, een zuster van de koning. Kumārajīva werd op zeven jaar monnik en bestudeerde het boeddhisme in Noordwest-India en ook elders. Terug in eigen land, besloot hij het Mahayana-boeddhisme te verbreiden. Op uitnodiging van een Chinese keizer, trok hij in 401 naar Chang-an, waar hij als staatsleraar onthaald werd. Voor de rest van zijn leven bleef hij boeddhistische teksten vertalen, een totaal van 35 sutra’s en commentaren voor meer dan 300 boekdelen, waaronder het Lotus-Sutra en het Prajñā-Pāramitā-sūtra. Er werd gezegd dat hij 3 000 discipelen had.

lange brede tong Een van de lichamelijke kenmerken van een Boeddha: dit sutra beschrijft hoe de tong van elke Boeddha de gehele wereld overdekt, een beeld van de verkondiging van de Leer. Dergelijke symbolen komen in de mahayana-sutra’s vaak voor.

Mahākapphina Naam van een discipel van de Boeddha.

Mahākāśyapa Een van de belangrijkste discipelen van de Boeddha, die hem zowat als zijn opvolger had aangewezen.

Mahākātyāyana Een van de tien grote discipelen van de Boeddha, vermaard om zijn discussiekunst.

Mahākausthila Naam van een discipel van de Boeddha.

Mahāmaudgalyāyana Een van de tien grote discipelen van de Boeddha, vermaard om zijn bovennatuurlijke vermogens.

Mahāmeru ‘Grote Sumeru’: naam van een Boeddha in het oosten.

Mahāprabha ‘Groot Licht’: naam van een Boeddha in het westen.

Mahāprabhāsa ‘Grote Straling’: naam van een Boeddha in het westen: deze Sanskriet naam werd vanuit het Chinees gereconstrueerd.

Mahārci-skandha ‘Schouders van Groot Vuur’:

I. naam van een Boeddha in het zuiden;
II. naam van een Boeddha in het zenit.

Mahāsattva ‘Groot wezen’; een bodhisattva.

māndārava Een hemelse bloem, betoverend mooi en aangenaam voor de geest.

Mañju-dhvaja ‘Mooie Banier’; naam van een Boeddha in het oosten.

Mañjusrī ‘Schoonheid en Glorie’; een bodhisattva die de wijsheid en de verlichting van alle Boeddha’s vertegenwoordigt. Meestal wordt hij afgebeeld zittend op een leeuw aan Śākyamuni’s linkerzijde.

Mañju-svara ‘Mooie Stem’; naam van een Boeddha in het oosten; deze Sanskriet naam werd vanuit het Chinees gereconstrueerd.

Meru-dhvaja ‘Sumeru-Banier’; naam van een Boeddha in het oosten.

Meru-pradīpa ‘Sumeru-Lamp’; naam van een Boeddha in het zuiden.

Meru-prabhāsa ‘Sumeru-Licht’; naam van een Boeddha in het oosten.

Naksatra-rāja ‘Koning der Sterren’; naam van een Boeddha in het zenit.

Nanda ‘ Vreugde’; naam van een discipel van de Boeddha.

Nityōdyukta ‘Voortdurende Inspanning’; naam van een bodhisattva.

Pindola-Bhāradvāja [ook Pindola-Bharadvāja] naam van een discipel van de Boeddha.

Rāhula ‘Binding’; zoon van de Boeddha die later diens discipel werd; vermaard om de strikte naleving van de monnikendiscipline.

Ratna-ketu ‘Juweel-Embleem’; naam van een Boeddha in het westen.

Ratna-kusuma-sampuspita-gātra ‘Lichaam getooid met juweelbloemen’; naam van een Boeddha in het zenit. In de Chinese tekst betekent de naam ‘Lichaam getooid met juweelbloemen van verschillende kleuren’.

Ratnōtpala-śrī ‘Glorie van de blauwe juweelbebloemde lotus’; naam van een Boeddha in het zenit.

Revata Naam van een discipel van de Boeddha.

Sahā ‘Lijdzaam’; naam van het wereldsysteem waarin wij leven.

Śakra Populair gekend als Indra, de hoofdgod van de ‘Hemel van de Drieëndertig’ (Trāyastrimśa); oorspronkelijk een Hindoe god, maar beschouwd als beschermer van het Boeddhisme.

Śākyamuni (Shakymuni) ‘De Wijze van de Śākya’s’; stichter van het boeddhisme, die in India leefde rond de 5de eeuw vóór onze tijdrekening.

Sālendra-rāja ‘Heer-Koning van de Sāla-bomen’; naam van een Boeddha in het zenit.

Sangha De boeddhistische gemeenschap; oorspronkelijk enkel de monnikenorde, maar ook aanduiding van de vier groepen volgelingen van de Boeddha-leer: (1) de monniken, (2) de nonnen, (3) de mannelijke leken en (4) de vrouwelijke leken.

śāri [ook śārikā] een vogel, hier vertaald als ‘parkiet’; wordt gewoonlijk maina genoemd. Zou volgens Monier-Williams de Gracula religiosa of de Turdus salica zijn.

Sāriputra ‘Zoon van Sāri’; een van de tien grote discipelen van de Boeddha, vermaard om zijn kennis en inzicht.

Sarvārtha-darśa ‘Alle Baten ziende’; naam van een Boeddha in het zenit.

Simha ‘Leeuw’; naam van een Boeddha in het nadir.

śrzāvaka ‘Toehoorder’; oorspronkelijk een discipel van de Boeddha, later een volgeling van het Theravada-boeddhisme die naar nirvana streeft.

Śrāvastī Koninkrijk in Midden-India; komt overeen liet het huidige Sāhetmāhet in de provincie Gonda. De Boeddha verbleef vaak in het Jeta-Park, een klooster vlak bij de hoofdstad.

Śuddha-raśmi-prabha ‘Schittering van Rein Licht’; naam van een Boeddha in het westen.

Śuddhi-panthaka Naam van een discipel van de Boeddha.

Sumeru-kalpa ‘Gelijk aan Sumeru’; naam van een Boeddha in het zenit.

Tien richtingen De vier windstreken, de tussenliggende richtingen, het zenit (boven) en het nadir (onder).

Tripitaka ‘Drie Manden’; de drievoudige indeling van de boeddhistische schrifturen:

(1) sutra, de leerredenen van de Boeddha;
(2) vinaya, de disciplineregels, en
(3) abhidharma, uiteenzettingen en commentaren.

Tripitaka Meester Een boeddhistisch leraar die een voortreffelijke kennis van de Tripitaka heeft.

Vaiśvānara-nirghosa ‘Universele Klank’; naam van een Boeddha in het noorden.

Vakkula Naam van een discipel van de Boeddha.

Verlichting Vertaling van het Sanskriet bodhi of sambodhi; de opperste wijsheid, kennis en inzicht in de uiteindelijke werkelijkheid; doel van het Mahayana-boeddhisme.

Vier soorten edelsteen Goud, zilver, beryllium en kristal.

Vijf krachten De vijf vermogens verkregen door de beoefening van de vijf wortels van het goede.

Vijf verdorvenheden De vijf kenmerken van verval en corruptie; ze zouden de kosmische periode aanduiden waarin de levensduur minder is dan 20 000 jaar:

(1) de verdorvenheid van de tijd, gekenmerkt door hongersnood, oorlogen en epidemieën,
(2) de verdorvenheid van de inzichten, door het opkomen van verkeerde inzichten,
(3) de verdorvenheid van de driften, die steeds maar sterker worden,
(4) de verdorvenheid van de levende wezens, die elke vorm van moraliteit en de wetmatigheid van het karma verwerpen en bijgevolg in lichamelijke en mentale lijdensvormen terechtkomen, en
(5) de verdorvenheid van het bestaan, door de korte levensduur.

Vijf wortels van het goede

(1) vertrouwen in de Boeddha, de Leer en de Gemeenschap;
(2) inspanning het goede te doen;
(3) voortdurende aandacht voor de Boeddha-leer;
(4) geestesconcentratie en
(5) inzicht in de ware aard van het bestaan.

Yaśahprabha ‘Licht van Roem’; naam van een Boeddha in het zuiden.

Yaśahprabhāsa ‘Schittering van Roem’; naam van een Boeddha in het nadir.

Yaśas ‘Roem’; naam van een Boeddha in het nadir.

Yao-Ch’ in dynastie De zogenaamde Latere Ch’ in-dynastie, beheerst door de Yao-clan, 384-417.

Zeven factoren ter Verlichting De componenten die aan de basis liggen van het verwerven van wijsheid: (1) aandacht, (2) bestudering van de Leer, (3) energie, (4) blijmoedigheid, (5) innerlijke rust, (6) concentratie en (7) gelijkmoedigheid.

Tekstboek boeddhisme

jikōji - 慈光寺

© 2010

info-at-jikoji.com

          home