Amitāyur-Dhyāna-sūtra - Meditatiesutra

(Kuan-wu-liang-shou ching, Japans Kanmuryōju-kyō, versie in 1 chüan, vertaald door Kālayasas, tijdens de Liu-Sung dynastie, in 424, T 365)

Aan het Amitāyur-Dhyāna-sūtra ligt een ‘historisch’ verhaal ten gronde: koning Bimbisara wordt door zijn zoon van de troon gestoten en in de gevangenis geworpen om er te verhongeren. Zijn vrouw Vaidehi, die hem in het geheim voedsel brengt, wordt op haar beurt opgesloten.
Zij ontvangt er het bezoek van de Boeddha, die haar komt uiteenzetten hoe zij in het Reine Land kan geboren worden.

 

[30] Daarop zei de Boeddha tot Ānanda en Vaidehī: “Diegenen die de laagste geboorte in de laagste categorie verwezenlijken, dat zijn de wezens die dergelijke boze daden begaan als de vijf zware vergrijpen en de tien handelingen en bijgevolg door slechtheid bezeten zijn. Gelet op hun onheilzaam karma zouden dergelijke wezens onvermijdelijk terechtkomen in onheilzame geboorten en daar voor talloze kalpa’s een voortdurende doodstrijd ondergaan. Wanneer ze op het punt staan te sterven, ontmoeten ze echter een goede vriend die hen op talloze manieren troost en hun de uitnemende Leer bijbrengt, waarbij de contemplatie van de Boeddha. Toch worden deze lieden gepijnigd door de onmogelijkheid aan de Boeddha te denken. Daarop geeft de goede vriend hun deze raad: ‘Indien gij echt niet kunt mediteren, reciteer dan de naam van de Boeddha van het Oneindige Leven.’ Daarop reciteren deze lieden zonder onderbreking en in volle oprechtheid, zij het ook maar tienmaal ‘Namo Amitābhāya Buddhāya’. Doordat ze Boeddha’s naam reciteren, worden bij elke Boeddhagedachte de samsarische onheilzame daden, begaan tijdens een periode van tachtig koṭi’s van kalpa’s, uitgedoofd. Aldus, wanneer hun levensperiode ten einde komt, zien zij vlak vóór zich gouden lotusbloemen in de zon schitteren. Op de korte duur van één gedachtemoment verwezenlijken ze geboorte in de lotusbloemen van het Land van Zaligheid en Vrede. En wanneer er twaalf grote kalpa’s voorbij zijn, openen de lotusbloemen zich, waarop Avalokiteśvara en Mahāsthāmaprāpta hun met de stem van het Grote Mededogen de weg aanwijzen om hun onheilzame daden uit de doven door de verwerkelijking van de ware werkelijkheid van alle dingen. Wanneer zij dit gehoord hebben, verheugen zij zich en ontwikkelen in zichzelf het verlangen naar verlichting. Dat zijn de lieden waarvan gezegd is dat zij de laagste geboorte in de laagste categorie verwezenlijken.

Als men deze drie types van geboorte overweegt, dan heeft men te doen met wat men noemt “het visualiseren van de laagste categorie van volgelingen”, bekend als de zestiende meditatie.

[31] Toen deze uiteenzetting ten einde was, ervoeren Vaidehī en haar vijfhonderd gevolgdames, na het aanhoren van de woorden van de boeddha, onmiddellijk de schittering van het Land van Zaligheid en Vrede, evenals de glans van het lichaam van de Boeddha en van zijn twee gevolg-bodhisattva’s. Met vreugde in hun gemoed en getroffen door deze gebeurtenis zonder voorgaande, verwezenlijkten ze de grote verlichting in helderheid van geest en verwierven ze inzicht in het niet-ontstaan van alle dingen. De vijfhonderd vrouwelijke volgelingen ontwaakten tot verlangen naar de volkomen uiteindelijke verlichting en geboorte in dat land. De Verhevene gaf hun de verzekering dat ze in dat land zouden geboren worden en dat zij, daar geboren zijnde, er de samadhi van “aanwezig te zijn in de aanwezigheid van alle Boeddha’s” zouden verwerkelijken. Ook ontelbare godheden ontwaakten tot het verlangen naar de hoogste verlichting.

[32] Daarop richtte Ānanda zich op, stapte naar voren en zei tot de Boeddha: “Verhevene, hoe zullen wij deze leerrede noemen en hoe zullen wij de belangrijkste elementen van deze lering in onze geest vasthouden?”

De Boeddha antwoordde: “Ānanda, deze leerrede is de ‘Meditatie over het Land van Zaligheid en Vrede, de Boeddha van het Oneindige Leven, de bodhisattva Avalokitesvara en de bodhisattva Mahāsthāmaprāpta’. Ze wordt ook genoemd ‘Het Schoonmaken en Verwijderen van karmische hinderpalen, leidend tot geboorte in aanwezigheid van alle Boeddha’s’. Hou deze leerrede in uw geest, vergeet ze niet. Zij die deze concentratie beoefenen zullen, nog in dit bestaan, in staat zijn de Boeddha van het Oneindige Leven en de twee Mahāsattva’s te aanschouwen. Indien een goed man of een goede vrouw gewoon de naam van deze Boeddha horen, of de naam van beide bodhisattva’s, zal hun samsarisch onheil begaan tijdens een periode van ontelbare kalpa’s uitgedoofd worden. Maar hoeveel te meer verdiensten verwerven ze door eraan te denken! Gij dient goed te weten dat zij die de Boeddha in hun gemoed contempleren, dat die zijn als witte lotussen in de mensheid. De bodhisattva’s Avalokitesvara en Mahāsthāmaprāpta worden voor dergelijke mensen als goede vrienden. Zij zullen zitten in de plaats van verlichting en geboren worden in Boeddha’s geslacht.”

Voorts zei de Boeddha tot Ānanda: “Hou deze woorden steeds in uw gemoed. Vasthouden aan deze woorden betekent vasthouden aan de Naam van de Boeddha van het Oneindige Leven.”

Toen de Boeddha deze woorden gesproken had, verheugden de Eerwaarde Mahāmaudgalyāyana, Ānanda, Vaidehī en alle andere aanwezigen zich ten zeerste over deze leerrede van de Boeddha.

Tekstboek boeddhisme

jikōji - 慈光寺

© 2010

info-at-jikoji.com

          home