Zen-Literatuur

Uitspraken zoals “Verbrand je boeken” en afbeeldingen van de zesde patriarch Hui-nêng die de sutra’s verscheurt, hebben de idee doen ontstaan dat Zen (Sanskriet dhyāna, Chinees Ch’an) de bestudering van sutra’s en commentaren verafschuwde.
Niets is minder waar! Alhoewel Zen zich heeft toegespitst op de meditatieve benadering van de werkelijkheid en de woordeloze overdracht hiervan van meester op leerling, bezit ze toch een grondige filosofische onderbouw gebaseerd op traditionele Mahayana-schrifturen.
Tot de belangrijkste basisteksten behoren:
- Vajracchedika-Prajñā-Pāramitā-sūtra
- Prajñā-Pāramitā-Hridaya-sūtra
- Vimalakirti-nirdesa-sūtra (basisteksten voor de Madhyamaka-filosofie)
- Lankavatara-sūtra (basistekst voor de Yogacara-filosofie)
- Gandavyūha-sūtra (basistekst voor de Avatamsaka-filosofie)
Buiten het gebruik van deze basisteksten heeft de Zen vanaf de T’ang-dynastie (618-907) gewerkt aan de ontwikkeling van een eigen Zen-literatuur. Deze literatuur omvat niet enkel commentaren op sutra’s (zoals Hui-nêngs Verhoogsutra), maar ook verzamelingen kōans (zoals Wu-mên Kuan, Japans Mumonkan) en mondo’s (Zenverhalen), alsook praktische werken die de Zen-meditatie en het leven van de Zen-monnik omschrijven (zoals Dōgens Shōbōgenzō).

   

Tekstboek boeddhisme, versie juli 2010 - Inhoud

     
211   Zen-Literatuur
212   Hui-Nêng - Verhoogsutra over de Juwelen van de Leer, 28-30
213   Wu-Mén - Afsluiting zonder Poort
214   Mondo
215   Doka, Waka en Haiku
     
999   Contact


Tekstboek boeddhisme

jikōji - 慈光寺

© 2010

info-at-jikoji.com

          home