Milarepa - De Jager en het Hert

(1052-1135) - Uit “Mila Grubum” (Gezangen van Milarepa), 11

Leven En Betekenis Van Milarepa (1052-1135)
Milarepa had een tragische jeugd: hij verloor zeer vroeg zijn vader en zijn familieleden maakten zich schaamteloos meester van zijn patrimonium. Na een aantal jaren hard werken en armoedig bestaan, bracht zijn moeder hem ertoe weerwraak te nemen op zijn familie door gebruik van magie. Hij was enige tijd leerling bij een tovenaar en slaagde erin zijn belagers af te straffen door zijn magische praktijken.
Maar kort daarna had hij spijt over zijn wandaden en besloot hij het heil te verwezenlijken door zijn leven te wijden aan de Dharma. Ofschoon hij door een lama ondertussen reeds was ingewijd, bleef hij vervuld van trots en ‘zondigheid’. Daarom stuurde die lama hem naar de beroemde guru Marpa de Vertaler, die net terug was uit India na vele jaren studie en praktijk.
Marpa zag de rijke eigenschappen van zijn leerling, alsook zijn diepe wens om alle hindernissen voor de bevrijding uit de weg te ruimen. Hij gaf hem dan ook ononderbroken zware geestelijke en lichamelijke opdrachten: zo moest hij verschillende huizen bouwen op een verlaten berg én ze opnieuw afbreken, met één hand… Als beloning ervoor ontving hij enkel vernederingen en harde, onrechtvaardige behandelingen.
Na vele jaren werd Milarepa dan toch als volwaardig leerling aanvaard en ontving de langverwachte lering. Nadien ging hij in meditatie gedurende elf maanden en verwezenlijkte de eerste stap naar verlichting.
In die tijd wordt hij in een droom gewaarschuwd dat zijn moeder gestorven is: hij gaat terug naar zijn geboortedorp en wordt daar zo sterk aangegrepen door de vergankelijkheid in de existentie dat hij besluit zich terug te trekken uit de wereld en op een afgelegen berg meditatie te beoefenen tot hij de volledige verlichting zou verwezenlijken.
Nadat hij twaalf jaar later daarin was geslaagd, zal zijn naam en faam zich over Tibet en Nepal verspreiden als de grote ‘Heilige Milarepa’. Tot op heden wordt hij beschouwd als de grootste dichter, yogi en heilige in de Tibetaanse geschiedenis.
Milarepa was een goed zanger, reeds als kind. Zijn graad van ‘heiligheid’ en ‘verlichting’ had dat nog versterkt: hij zong steeds vaker en vrolijker.
Wanneer zijn meesters of zijn leerlingen hem ondervroegen, antwoordde hij dikwijls in gedichten of lyrische zangen. Ontelbaar zijn dan ook de composities van zijn hand: de Tibetanen zeggen dat het er minstens ‘honderdduizend’ zijn.
In die liederen legt Milarepa getuigenis af van zijn persoonlijke ervaringen als yogi en geeft hij onderricht en raad voor het oplossen van de praktische problemen bij de meditatie.
Naast de onderrichtende en schoolse schrifturen zijn de liederen van Milarepa toch bundelingen vol leven en kracht, die als het ware een uitstraling van licht en vreugde verwoorden.
Het laatste deel van zijn leven schijnt hij alle zware doctrines en tantrische rituelen achter zich gelaten te hebben en was hij een ‘rondtrekkende troubadour’ die in de eenvoudige directe praktijk het Boeddhaschap nastreefde. Hierdoor waren zijn leringen heel precies, direct en eenvoudig, maar heel fundamenteel.

 

[91] Terwijl hij in meditatie was op een plaats langsheen de Tibetaans-Nepalese grens, hoorde Milarepa het geluid van een blaffende hond en nadien een zeer storende klank. Hij bedacht hoe zijn meditatie vroeger nooit werd onderbroken, en dat deze keer wellicht een hindernis op komst was. Milarepa ging naar de opening van de grot en zette zich op een rotsblok, een en al mededogen. Vóór hem verscheen een zwart hert, over heel het lichaam bezweet en rillend van angst. Een intens mededogen welde op bij Milarepa, die dacht: “Omwille van vroeger karma heeft dit wezen deze vorm verworven en moet het, hoewel het geen schuld treft, in dit leven ondraaglijke pijnen kennen. Als ik de onderrichtingen van het Grote Voertuig geef, zal het tot rust komen.” En toen zong Milarepa dit lied:

Ik buig neer vóór de voeten van Marpa:
Zegen en verlos de levende wezens uit hun lijden!

Luister naar me, hert met het scherpe gewei!
Doordat je wilde ontsnappen
uit de verschijnselen van deze wereld
heb je geen kans te ontsnappen
aan verblinding en begoocheling.

Zonder spijt of berouw
vergeet je gemoed en je werelds lichaam.
De tijd is nu voor je gekomen
alle verblinding en begoocheling los te laten.

Het aanrijpend karma is vreesaanjagend, dreigend.
Maar hoe kan je eraan ontkomen
door weg te vluchten met je misleidend lichaam?
Als wegvluchten is wat je écht wil,
verberg je dan binnenin je ware gemoed.
Indien je wil weglopen,
vlucht dan naar de plaats der verlichting.
Er is geen andere veilige toevlucht.

Roei alle verwarring in je geest uit.
Blijf hier bij me, in rust en vrede.
Op dit moment ben je vol angst voor de dood;
en je denkt: “Veilig is het aan de andere kant van de berg;
als ik hier blijf, word ik gegrepen!”
Deze vrees en deze verwachting zijn de redenen waarom je in samsara verder dwaalt.

Ik zal je de zes yoga’s van Naropa bijbrengen
en je de weg van Mahamudra onderrichten.

Na het lied, was het dier verlost van alle angstgevoelens; het weende, likte de klederen van Milarepa en ging aan zijn linkerkant liggen.

Milarepa meende dat het blaffen kwam van een dier dat het hert kwaad wilde. Een rode teef met een zwarte staart en een dik halssnoer verscheen vóór hem: de poten gekwetst door de rotsen en de tong stak uit de muil. Ze blafte vervaarlijk, volgde razendsnel de sporen van het hert en kwam zó net vóór Milarepa terecht. Milarepa begreep dat deze hond het hert wilde treffen.

 

(Onderricht over het loshaken van kwaadheid)

Ik buig neer vóór de voeten van Marpa:
Ik bid je, stil de haat van alle wezens!

O jij teef met de wolfsmuil,
luister naar dit lied van Milarepa!

Alles wat jij ook maar ziet, je denkt dat het je vijand is.
Je hart is vol haat en boze gedachten.
Wegens je slecht karma werd je als teef geboren,
altijd geplaagd door honger, steeds gedreven door drift.

Als je niet probeert je ware gemoed te vatten,
wat voor goeds is er dan buiten jezelf te grijpen?
Voor jou is nu de tijd gekomen je ware gemoed te grijpen;
nu is het tijd je haatgevoelens te laten varen
en met mij rustig hier te zitten.

Je gemoed is vol begeren en boosheid;
je denkt: “Als ik die kant op ga, ben ik het [hert] kwijt,
maar ik zal het wel vangen als ik langs gene kant ga.”
Deze verwachting en deze vrees zijn de redenen waarom je in samsara verder dwaalt.

Ik zal je de zes yoga’s van Naropa bijbrengen
en je de weg van Mahamudra onderrichten.

Het lied vol mededogen, gezongen volgens de melodie van Brahma, verloste de hond van alle kwaadheid en hij kwispelstaartte, likte de klederen van Milarepa en ging aan diens rechterkant liggen. Milarepa, het hert en de hond zaten daar als een moeder met haar kinderen. Milarepa meende dat een slecht persoon achter dit alles aanzat en dat hij, als hij op zoek was, zeker zou komen.

Even later kwam een zeer agressief man opdagen. Zijn ogen schoten vuur; zijn rok was langs beide kanten omhoog geplooid om gemakkelijker te kunnen lopen. Een lasso hing aan zijn riem en hij hield pijl en boog in de hand. Hij was bezweet en ademde hevig en snel.

 

(Onderricht over het wegwerken van de Vijf Vergiften)

Ik bid tot allen die verwezenlijkt hebben:
Doof de vijf giftige hindernissen!

Jij mens, met een mensenlichaam maar met een duivels gezicht,
Luister naar me, luister naar Milarepa’s lied!

De mensen zeggen dat het lichaam het kostbaarste is, zoals een edelsteen;
maar er is aan jou niets dat kostbaar is.
Je bent een boosdoener met een duivels uitzicht.

Hoewel je alle vreugden van het leven begeert,
zal je ze wegens je boze daden nooit verkrijgen.
Maar als je je begeerten loslaat,
zal je de Grote Vervulling verwezenlijken.

Het is moeilijk zichzelf te bemeesteren
terwijl men [meteen] de buitenwereld verovert;
verover nu zelf je eigen ware gemoed.
Dat hert slachten zal je toch nooit bevredigen,
maar als je de Vijf Vergiften binnen in je doodt
zullen al je wensen in vervulling gaan.

Als men in deze wereld poogt zijn vijanden neer te slaan,
dan worden ze steeds maar talrijker.
Wie zijn eigen gemoed de baas wordt,
diens vijanden zullen spoedig verdwijnen.

Besteed je leven niet aan onheilzame daden.
Het is voor je goed de Verheven Leer te beoefenen.

Ik zal je de zes yoga’s van Naropa bijbrengen
en je de weg van Mahamudra onderrichten.

Na het horen van de gezangen van Milarepa, dacht de man: “Deze woorden zijn mij niet zo van nut. Nochtans waren voordien het hert en de hond angstig en razend, maar nu zitten ze links en rechts van hem, als kinderen rond een moeder. Misschien is hij een zwarte magiër, misschien een speciale lama. Laat ik zijn bezittingen bekijken.” Hij stapte naar de ingang van de grot, keek rond en zag niets dan wat planten. Daarop rees een klein beetje geloof in hem op.


[91] Bindende prozateksten samengevat door Tibetaans Centrum Karma Sonam Gyamtso Ling, Antwerpen. Met dank van samensteller.

Tekstboek boeddhisme

jikōji - 慈光寺

© 2010

info-at-jikoji.com


          home