Kyōgyōshinshō - Leer, Praktijk, Vertrouwen en Verwezenlijking

Shinran Shōnin (1173-1262)

De eigenlijke titel van dit werk luidt: Ken Jodo Shinjitsu Kyogyosho monrui (Verzameling van citaten, openbarende de Ware Leer, Praktijk en Verwezenlijking).
In dit werk, dat wordt beschouwd als het allerbelangrijkste van Shinran Shonin, zet deze aan de hand van reeksen citaten zijn lering uiteen over de Ander-Kracht Nembutsu (Tariki-Nembutsu), de lering die aan de basis zal staan van de Japanse Jodo-Shinshu.
Met dit werk, dat in het Chinees geschreven is (de taal van de intellectuele en religieuze elite, met name de doelgroep tot wie dit werk zich richt, wat de ontoegankelijkheid ervan enigszins verklaart), tracht Shinran aan te tonen dat zijn visie op het Reine-Landdenken niet in contradictie is met de traditionele Reine-Landopvattingen noch met deze van het algemene Mahayana-denken. Hij beroept zich hiervoor op passages uit de Reine-Landsutra’s en op citaten van zeven Patriarchen (Nagarjuna, Vasubandhu, T’an-luan, Taoch’o, Shantao, Genshin en Honen). Men zou het dus kunnen beschouwen als een apologetisch werk.
Het werk is logisch gestructureerd.
De eerste vijf hoofdstukken geven een evolutieve uiteenzetting: hoe vanuit de Leer (1ste hoofdstuk, Kyo) normaliter de Praktijk (2de hoofdstuk, Gyo) voortvloeit. Deze op haar beurt leidt tot het Gemoed van Vertrouwen (3de hoofdstuk, Shinjin), dat meteen de Verwezenlijking (4de hoofdstuk, Sho) inleidt. De Verwezenlijking betekent het Ware, d. i. Volkomen Boeddhaschap en het Ware Reine Land (5de hoofdstuk, Shin-Butsu-Do).
Het zesde hoofdstuk heeft betrekking op de geboden ‘voorlopige’ oplossingen via de ‘geschikte middelen’ en de verhouding tot niet-boeddhistische leringen.
Het geheel wordt voorafgegaan door een ‘Algemene Inleiding’ waarin Shinran de Wijsheid en het Mededogen van de Oneindige Boeddha Amida looft en er zijn dankbaarheid voor uitdrukt. Het werk wordt afgesloten door een ‘Epiloog’ waarin hij de eigentijdse situatie bekritiseert.

 

II, 84

Wat betreft [de term] ‘oceaan van het Ene Voertuig’: het Ene Voertuig is het grote Voertuig; het Grote Voertuig is het Boeddha-Voertuig. Wie het Ene Voertuig verwezenlijkt, verwezenlijkt de Verheven Volmaakte Verlichting.

De Verheven Verlichting is de Sfeer van Nirvana; de Sfeer van Nirvana is de Uiteindelijke Dharmakaya. Het verwezenlijken van de Uiteindelijke Dharmakaya is de vervulling van het Ene Voertuig.

Er is geen ander Tathagata, er is geen ander Dharmakaya. Tathagata is Dharmakaya. Het vervullen van het Ene Voertuig is de verwezenlijking van het onbegrensde en het oneindige.

Het Grote Voertuig is zonder de Twee Voertuigen en zonder de Drie Voertuigen. De Twee en Drie [Voertuigen] moeten ons leiden tot het Ene Voertuig. Het Ene Voertuig is het Voertuig van het Grote Ene Beginsel. Het verwijst uitsluitend naar het Ene Boeddha-Voertuig van de Gelofte.

III, 51

Wanneer ik de oceaan van het Grote Vertrouwen beschouw, dan stel ik vast dat er geen selectie bestaat tussen edel en gemeen of tussen monnik en leek, noch discriminatie tussen man en vrouw of tussen jong en oud; de hoeveelheid verricht kwaad komt niet in aanmerking en de duur van [een of andere] praktijk wordt niet betwist. Het gaat hem noch om ‘praktijk’ noch om ‘goed werk’, noch om ‘plots’ of ‘geleidelijk’, noch om ‘meditatief’ of ‘niet-meditatief’, noch om ‘juiste meditatie’ noch om ‘verkeerde meditatie’, noch om ‘contemplatie’ noch om ‘niet-contemplatie’, noch om ‘tijdens het bestaan’ of ‘op het einde van het bestaan’, noch om ‘vele uitspraken’ of om het ‘ene gedachtemoment’.

Vreugdig vertrouwen is immers onvoorstelbaar, onbeschrijfbaar, ondenkbaar. Het is zoals de agada-medicijn die alle vergiften vernietigt. De medicijn van Tathagata’s Gelofte vernietigt alle vergiften van weten en onwetendheid.

IV, 1

In eerbied wil ik [nu] de Ware Verwerkelijking uiteenzetten: de wonderbaarlijke staat verwezenlijkt door [Amida’s] anderen-weldadig-zijn; dit is de uiteindelijke vrucht van onovertroffen nirvana.

Ze komt voort uit de Gelofte die het onfeilbaar bereiken van nirvana verzekert, welke ook genoemd wordt de Gelofte die het Verwezenlijken van het Grote Nirvana verzekert.

Wanneer de dwaze met passies vervulde mensen en de ontelbare met geboorte-en-dood en onheilzaam karma belaste wezens Gemoed-en-Praktijk van de Verdienste-overdracht in het Aspect van Gaan ontvangen, op datzelfde ogenblik worden ze opgenomen in de Mahayana-Gemeenschap van de Waarlijk Gevestigde Toestand.

Aangezien zij vertoeven in deze Waarlijk Gevestigde Toestand, zullen ze onfeilbaar de Uitdoving bereiken. Het onfeilbaar bereiken van Uitdoving, is Eeuwige Zaligheid. Eeuwige Zaligheid is de Uiteindelijke Stilling.

Stilling is het Onovertroffen Nirvana. Het Onovertroffen Nirvana is de niet-geconditioneerde belichaming van de Leer. De niet-geconditioneerde belichaming van de Leer is de Ware werkelijkheid. De Ware werkelijkheid is de Dharma-heid.

De Dharma-heid is de Ware Zo-heid. De Ware Zo-heid is de Ene Zo-heid.

Dit zo zijnde, komt Amida Tathagata voort uit de Zo-heid; hij manifesteert zich in veelvuldige lichamen, zoals beloningslichamen, beantwoordingslichamen en vervormingslichamen.

Tekstboek boeddhisme

jikōji - 慈光寺

© 2010

info-at-jikoji.com

          home