Appendix 1 - Bronnen

I. Pali canon

Is de enige Indische Hinayana-canon die in zijn geheel tot ons gekomen is. Kan gelden als model voor de andere Indische en Chinese canons.

Bestaat traditioneel uit “Drie Manden” (Tipitaka):

Vinaya-Pitaka

Mand van de Discipline

Sutta-Pitaka

Mand van de Discipline

Abhidhamma-Pitaka

Mand van de Leeruitwerkingen

A. Vinaya-Pitaka

Verzameling disciplineregels waaraan monniken en nonnen zich te houden hebben. Meestal omlijst door verhalen over de omstandigheid waarin Boeddha Gautama de regels invoerde.

Oorspronkelijk blijkt de Boeddha nogal wars geweest te zijn van bindende regels; zo beschouwde hij de ‘gehechtheid aan regels en riten’ als een groot risico op de heilsweg. Evenwel, onder druk van een meestal maatschappelijke noodzaak, werden de Vinaya-regels gaandeweg en punctueel door hem ingevoerd.

Dat zegt althans de traditie.

Toch blijken de meeste regels, vooral diegene die betrekking hebben op het kloosterverband, van recentere datum te zijn (1).

Bij zijn heengaan gaf de Boeddha trouwens toelating regels te wijzigen of af te schaffen, op uitzondering van vier ‘grote regels’.

Titels:

Mahāvibhanga

Groot Hoofdstuk: uiteenzetting van de 227 overtredingen die een monnik kan begaan. Onderverdeeld in:

Pācittiya

Penitenties

Pātimokkha

Biechtformularium

Khandaka

Uiteenzettingen: verhalen over het ontstaan van de diverse regels. Bestaat uit:

Mahāvagga

Grote Sectie

Cullavagga

Kleine Sectie

Parivāra

Aanhangsel: herhaling en samenvatting, een soort vademecum.

B. Sutta-pitaka

Uiteenzettingen over de Leer, in Leerredenen (sutta (2) ) aan de Boeddha toegeschreven.

Het grondschema van de meeste sutta’s is vrij eenvoudig en nogal stereotiep:

a)

introductie: “Aldus heb ik gehoord” (evam me suttam),

verwijzend naar Ananda als recitant en geldend als authentificering;

b)

situering: plaats, gezelschap, centraal personage:

“Te dien tijde vertoefde de Verhevene te…”;

c)

probleemstelling en antwoord van de Boeddha (eventueel Sariputta, Ananda enz.);

qua opbouw vaak niet zonder gelijkenis met de Socratische gesprekken volgens Plato (maieutiek);

d)

goedkeuring door de aanwezigen.

Verdeeld over 5 nikāya’s (Verzamelingen):

1.

Dīgha-nikāya

Langere Leerredenen

(1) en (2) zijn de zuiverste types van leerredenen, zonder blijkbare ordening; bevatten overigens sommige van de oudste teksten.

2.

Majjhima-nikāya

Middellange Leerredenen

(1) en (2) zijn de zuiverste types van leerredenen, zonder blijkbare ordening; bevatten overigens sommige van de oudste teksten.

3.

Samyutta-nikāya

Gegroepeerde Leerredenen

Groepering volgens thema.

4.

Anguttara-nikāya

Numerieke Leerredenen

Groepering (van 1 t/m 11) volgens het aantal punten dat erin behandeld wordt, b.v. de drie kenmerken van het bestaan, de vier Edele Waarheden enz.

5.

Khuddaka-nikāya

verzameling kortere stukken

omvat stukken van zeer uiteenlopende aard, datering en belangrijkheid. Onder de belangrijkste en/of meest bekende:

 

 

Dhammapada

Het Pad van de Leer, Verzen van de Leer

(-300 à -200, meest populair in het Westen).

 

 

Udāna

Plechtige Uitspraken, korte stukjes gegroepeerd rond een thema.

 

 

Itivuttaka

Overgeleverde Gezegdes

 

 

Sutta-nipāta

Keuze der Leringen, bevat misschien wel de oudste stukken uit de Pali-canon.

 

 

Theragāthā

Verzen van de Monniken, en

 

 

Therīgāthā

Verzen van de Nonnen, interessante en vaak ontroerende religieuze lyriek van monniken en nonnen over hun spirituele ervaringen.

 

 

Jātaka

Geboorteverhalen van Boeddha Gautama in vroegere bestaansvormen.

 

 

 

Vaak komen dezelfde teksten met of zonder varianten voor in verschillende verzamelingen. 

De moderne tekstkritiek meent dat de oudste bronnen te vinden zijn in Digha-nikaya, Majjhima-nikaya, Udana, Sutta-nipata en Thera-Therigatha.

C. Abhidhamma-Pitaka

Systematische uiteenzettingen van de Leer; commentaren van filosofische of scholastische aard, meestal van latere datum.

Men merkt hier, ook binnen de Pāli-traditie, verschillen op in de samenstelling van de Abhidhamma-pitaka. Het Birmaanse Boeddhisme bijvoorbeeld kent een andere samenstelling dan de traditie op Sri Lanka – waarvan de indeling hier weergegeven wordt.

Titels:

Dhammasangini

Uiteenzetting over de Bestaanselementen

Vibhanga

Onderverdelingen

Kathāvatthu

Betwistingen

Puggalapaññatti

Mensentypes

Dāthukathā

Oorsprong der Dingen

Yamaka

Gekoppelde Begrippen

Patthāna

Oorzakelijkheden

De Singalese koning Vattagamani zou in -80 opdracht gegeven hebben de Pali-canon op te tekenen. Indien deze gebeurtenis niet legendarisch is, blijft toch de vraag in hoeverre deze optekening overeenstemt met de teksten zoals we dit vandaag bezitten. In de 5de eeuw kreeg Buddhaghosa van de Singalese koning Mahanaman de opdracht de Pali-canon te herzien, te verbeteren en te harmoniseren; men mag aannemen dat de huidige tekst dan ook uit die tijd dateert.

Aangezien het Pali geen eigen geschrift heeft, bestaat de Pali-canon in verschillende Indische en Zuidoostaziatische geschriftvormen, meestal afhankelijk van het land van uitgave.

Een volledige tekstkritische uitgave in ons ‘Romeins’ schrift werd verzorgd door de Britse Pali Text Society, welke ook een bijna volledige vertaling ervan in het Engels heeft gepubliceerd. Grote gedeeltes werden ook in het Duits vertaald (o.a. door K. E. Neumann).

Qua omvang is de Pali-canon ongeveer 15 keer zo groot als de Bijbel (Oude en Nieuwe Testament samen). In de PTS-uitgave zijn dat 58 boekdelen elk van gemiddeld 350 pagina’s.

De Pali-literatuur is niet beperkt tot de canon alleen, maar werd in de Theravada-school blijvend gebruikt o.a. voor commentaren.

Twee belangrijke niet-canonieke werken zijn:

Milinda-panhā

De Vragen van Koning Menandros (Menandros II van Bactrië)

Visuddhi-magga

Het Pad van Reinheid, door Buddhaghosa (5de eeuw), een systematische, doch ook dogmatische en scholastieke uiteenzetting van de ‘orthodoxe’ Theravada-doctrine.

 

II. Sanskriet canons

A. Hīnayāna

De overige scholen van het Hinayana hebben ongeveer dezelfde canonieke werken als de Theravada, maar dan wel in andere (Middelindische) talen of dialecten. Aanvankelijk vormden de boeddhistische teksten geen afgesloten geheel (vermeldingen o.a. in Asoka’s edicten). Geleidelijk werden ze in het literaire Sanskriet omgezet.

De Vinaya-pitaka treffen we zonder al te veel verschillen aan in zo goed als alle scholen.

De Sutta-pitaka vertoont reeds meer verschillen, echter niet van fundamentele aard, en wordt in het Sanskriet meestal Āgama-pitaka (Mand van het Gesprokene) genoemd.

De teksten komen redelijk goed overeen, met verschillen in interpretering, accenten en volgorde. Vaak zijn de Agama-teksten ook langer dan de Sutta-teksten.

Wat de Abhidhamma-pitaka betreft, bestaat er helemaal geen overeenkomst met de Abhidharma-literatuur in het Sanskriet Dit is te verklaren uit de late datums van redactie.

Heel wat van deze meestal in het Sanskriet geschreven teksten zijn verloren gegaan en bestaan enkel nog in vertalingen naar het Chinees of het Tibetaans.

Buiten de Theravada, blijkt enkel de Mula-Sarvāstivāda-school beschikt te hebben over een werkelijk afgeronde canon.

Enkele in het Sanskriet bewaarde canonieke teksten:

Udāna-varga

Boek der Plechtige Uitspraken, grotendeels overeenstemmend met Dhammapada;

Madhyamāgama

komt ongeveer overeen met Majjhima-nikāya;

Ekottarāgama

komt ongeveer overeen met Anguttara-nikāya;

Prātimoksa-sūtra

komt overeen met Pātimokkha (in Vinaya-pitaka), met bijvoeging van commentaar.

Van heel wat andere titels werden en worden nog steeds heel wat fragmenten ontdekt in het Sanskriet of in Centraalaziatische talen (Sogdiaans, Tokharisch, Khotanees…), maar zo goed als al deze teksten zijn gekend in Chinese en/of Tibetaanse vertalingen.

Ook heel wat niet-canonieke Hinayana-literatuur is in het Sanskriet bewaard gebleven.

B. Mahāyāna

Een Mahayana-canon werd nooit systematisch en autoritair uitgebouwd. Men kan hoogstens spreken van ‘elastische’ canons die naast elkaar bestonden, wel van verzamelingen die door een zekere consensus als canoniek aanvaard werden.

In de eerste plaats, werd veel overgenomen uit de Hinayana-canons, hoofdzakelijk de Vinaya-pitaka en de Agama-pitaka volgens de Sanskriettraditie.

Over een Abhidharma-pitaka heeft nooit eensgezindheid bestaan.

Bovendien hebben de Mahayana-canons hun eigen sutra’s die qua inhoud, sfeer en presentatie sterk verschillen van b.v. de Pali sutta’s.

Terwijl in de Hinayana-teksten de Leerredenen zoveel mogelijk worden voorgesteld als uitspraken van de historische Boeddha Gautama Sakyamuni, bogen de Mahayana-sutra’s meer op de ervaringswereld van meditatieve Boeddha- en Bodhisattvafiguren.

Zo werd b.v. de traditionele inleiding wel behouden, maar de situering is majestueuzer en mystischer; bovendien wordt er geen aanspraak gemaakt op historiciteit.

Aanvankelijk werd wel gepoogd de indeling in ‘Drie Manden’ te handhaven, maar door overvloed aan teksten die niet in dat beperkt, omschreven kader pasten, werd gezocht naar nieuwe indelingen, die evenwel nooit algemeen aanvaard werden, vermits elke school in zekere zin streefde naar een eigen indeling van de ‘Canon’.

In origineel Sanskriet bleven betrekkelijk weinig teksten bewaard. De meeste ervan werden aanvankelijk ontdekt in Nepal en zijn van tamelijk late datum (9de-10de eeuw). Recenter werden evenwel in Centraal-Azië en in Japan oudere manuscripten of tekstversies ontdekt.

Onder de belangrijkste:

Saddharmapundarīka-sūtra

Lotus-sutra

 

Bevat elementen van diverse tijdperken (3); de slotredactie wordt geschat rond 200, maar er zijn veel nog latere interpolaties. Boeddha is hier geen historisch personage, maar de manifestering van een eeuwig, abstract ‘Boeddhaschap’. Voorts: leer van de ‘geschikte middelen’ (upāya) en eenheid van de leerverkondiging (drie voertuigen is gelijk aan het ‘Ene voertuig’ (ekayāna).

Kārandavyūha-sūtra

Tooiselen van de Mand-sutra

 

Verheerlijking van Bodhisattva Avalokitesvara. Bestaat in twee versies: een oudere (reeds vóór 270 naar het Chinees vertaald) in proza, en een jongere (vertoont duidelijke puranische invloeden) in verzen.

Sukhāvatīvyūha-sūtra

Sutra van het Reine Land

 

Ook Tooiselen van het Vreugdeverblijf-sutra genoemd. Centrale figuur is Amitabha Boeddha. Twee versies: een langere (in 148 voor het eerst naar het Chinees vertaald) en een korte die blijkbaar jonger is.

Karunāpundarīka-sūtra

Sutra van de Lotus van Mededogen

 

Centrale figuur is hier Boeddha Padmottara.

Samādhirāja-sūtra

Sutra van de Koninklijke Concentratie

 

Stelt duidelijk de sūnyatā-leer.

Gandavyūha-sūtra

Tooiselen van het Rad-sutra

 

Zware filosofische brok. Beschrijft de spirituele zoektocht van Sudhana; centrale figuur is bodhisattva Mañjusrī. Enig in het Sanskriet bewaard onderdeel van de Avatamsaka-cyclus.

Lankāvatāra-sūtra

Sutra van de Belevenissen op Sri Lanka

 

Filosofisch belangrijke tekst (Yogacara-filosofie, Zen). Naar het Chinees vertaald in 433, doch veel interpolaties.

Dasabhūmika-sūtra

Sutra van de Tien Gronden

 

Over de diverse stadia en wegen om tot Verlichting te komen.

Suvarnaprabhāsa-sūtra

Sutra van de Gouden Uitstraling

 

Combinatie van filosofische thema’s, legendarische motieven en talrijke Tantra-interpolaties. Niet zo spiritueel hoogstaand als andere sutra’s, maar erg populair in Nepal, Tibet en Mongolië.

 

 

 

Een aparte plaats wordt ingenomen door de Prajñāpāramitā-cyclus, een ‘corpus’ gewijd aan het thema van de Volkomenheid van Wijsheid. Zeer omvangrijk, hoofdzakelijk gewijd aan het Mahayana-thema van de ‘Leegheid’ (sunyata). Bevat o.a.:

 

Saptasatikā-prajñāpāramitā-sūtra

Prajñāpāramitā-sūtra in 700 strofen

Astasāhasrikā-prajñāpāramitā-sūtra

Prajñāpāramitā-sūtra in 8 000 strofen

Vajracchedikā-prajñāpāramitā-sūtra

Snijdende Diamant-sutra

Prajñāpāramitā-hridaya-sūtra

Hart-sutra

 

 

 

 

III. Chinese canon

Vanaf de 1ste eeuw werden de beschikbare boeddhistische teksten systematisch naar het Chinees vertaald, niet zozeer als een autoritaire tekstenverzameling, maar wel in functie van de vanuit India toegekomen werken en als een serie door consensus als canoniek erkende teksten.

Er is geen vaste structuur, maar men kan wel de verschillende ‘vertalingniveaus’ onderscheiden:

- in een eerste periode (1ste t/m 4de eeuw) wordt hoofdzakelijk getranslittereerd en tevens gezocht naar identificatie met de taoïstische terminologie;

- in een tweede periode (bloeiperiode? 5de-6de-e.) wordt gezocht naar een precieze Chinese vertaling; de vertaling wordt teamwerk en er wordt gestreefd naar nauwkeurigheid en toch vlotte leesbaarheid (o.a. Kumarajiva);

- in een derde periode, die zich uitstrekt over de T’ang- en Sung-dynastieën, wordt vrijer vertaald en gaat vaak het ‘Indische’ karakter verloren; het is ook een periode van zogenaamde apocriefen.

De samenstelling van de ‘canon’ volgt de leidraad (voorkeur, beschikbaarheid, noviteit) van elke ‘uitgever’ (eerste ‘afgeronde’ uitgave in 581). Ofschoon de traditionele benaming Tripitaka (Chinees san-tsang) overgenomen wordt, beantwoordt deze term niet meer aan een strikte indeling. De diverse scholen vertonen de neiging elk de teksten (sūtra’s en sāstra’s) in te delen of qua waarde te rangschikken naar hun doctrinaire inhoud (b.v. de kritische indeling van Chih-i), wat geleid heeft tot vorming van cyclussen die ongeveer overeenstemmen met de Sanskriet-cyclussen:

De Wijsheidscyclus omvat hoofdzakelijk de Prajñāpāramitā -sutra’s. Buiten de hiervóór vermelde titels, o.a. ook nog:

Astadasasāhasrikā-Prajñāpāramitā-sūtra

Prajñāpāramitā-sūtra in 80 000 strofen

Mahā-Prajñāpāramitā-sūtra

Prajñāpāramitā-sūtra in 100 000 strofen

Vimalakīrti-nirdesa-sūtra

Gesprek met Vimalakirti.

 

Belangrijk wat betreft de rol van de leek.

 

 

 

De Mahāvaipulya-cyclus van Uitgewerkte Leerredenen omvat sutra’s van grote omvang of verzamelingen van sutra’s rondom een centraal thema. Buiten de (4) in het Sanskriet bestaande Lotus-sutra en Lankavatara-sutra, ook nog o.a.:

Mahāparinirvāna-sūtra

Sutra van het Grote Intreden in het Nirvana

Avatamsaka-sūtra

Bloemenkrans-sutra

die allebei een grote invloed gehad hebben op de evolutie van het Mahayana in China en Japan.

 

 

 

De Reine-Landcyclus omvat zowat 215 titels, gecentreerd rondom bepaalde niet-historisch bedoelde boeddha’s of bodhisattva’s, zoals Bhaisajyaguru, Maitreya, Avalokitesvara, Ksitigarbha, maar vooral Amitābha. Wat betreft deze laatste zijn drie titels traditioneel van belang:

Sukhāvatīvyūha-sūtra

zowel in een lange als in een korte versie

Amitāyurdhyāna-sūtra

Meditatie-sutra, door sommigen beschouwd als een in China ontstane apocrief.

 

 

 

Het Vinaya-gedeelte bevat 86 teksten van de diverse Hinayana-scholen.

Opmerkelijk is ook de aanwezigheid van 572 tantrische teksten, waarvan sommige niet in het Tibetaans terug te vinden zijn.

Het gedeelte dat overeenstemt met de Pali Abhidhamma-pitaka, gaat grotendeels terug op auteurs (commentatoren = sastra-schrijvers), zonder dat deze teksten aan de Boeddha toegeschreven worden.

Deze Chinese “Abhidharma” (A-p’i-ta-mo) is niet afgesloten. Deze sectie bestaat uit:

1. teksten uit het Sanskriet vertaald,
2. teksten van Chinese sastra-schrijvers,
en in de recente Taishō-uitgave, ook:
3. teksten van Japanse sastra-schrijvers.

Ook qua inhoud is de Chinese Abhidharma erg verscheiden: commentaren, subcommentaren, biografieën, bibliografieën en catalogi, polemische geschriften, reisbeschrijvingen, gedichten, woordenboeken en lexicons, en zelfs teksten van niet-boeddhistische leringen (o.a. van Vaisesika, Samkhya, manicheïsme, nestorianisme, …)

De Chinese Tripitaka is meerdere malen gepubliceerd sedert de T’ang-dynastie. De meest recente uitgave (1924-1929) is de Taishō Shinshū Daizōkyō, in 55 delen, met appendices tot in 1934 (in totaal 100 delen). Deze editie omvat 13 512 titels (chüan), sommige in meerdere versies. Het tekstvolume is zowat 120 keer de Bijbel.

 

IV. Tibetaanse Canon

Wijkt van de overige Mahayana-canons af, hoofdzakelijk door de aanwezigheid van en het belang gehecht aan de talrijke tantrische teksten, die hier een eigen onderverdeling vormen: de Tantra’s. Dit zijn, in tegenstelling tot de klassieke sutra’s, meestal teksten van esoterische, magische of rituele aard, die niet aan niet-ingewijden mogen medegedeeld worden.

Er is ook een methodologisch onderscheid tussen de Chinese en de (veelal latere: 9de-13de eeuwse) Tibetaanse vertalingen.

Er bestaan diverse uitgaven. Als meest autoritair geldt de z.g. Narthang-editie, met volgende onderverdelingen:

A. Kanjur

13 delen

Vināya

 

21 delen

Prajñāpāramitā

 

6 delen

Avatamsaka

 

6 delen

Ratnakūta

een reeks van 49 Mahayana-sutra’s

30 delen

Sūtra

270 teksten,

ongeveer driekwart Mahayana en een kwart Hinayana

22 delen

Tantra

meer dan 300 teksten

 

 

 

B. Tanjur

1 deel

Stotra

64 teksten van lofprijzing

86 delen

Commentaar op Tantra

3 055 teksten

137 delen

Commentaar op Sūtra

evenwel onderverdeeld in:

 

16 delen

Commentaar op Prajñāpāramitā

 

17 delen

Mādhyamika verhandelingen

 

29 delen

Yogācāra verhandelingen

 

8 delen

Abhidharma

 

4 delen

Diversen

 

16 delen

Vināya-commentaar

 

4 delen

verhalen en toneelwerken

 

21 delen

logica en welsprekendheid

 

1 deel

grammatica

 

1 deel

lexicografie en poëzieregels

 

5 delen

geneeskunde

 

1 deel

chemie en alchemie

 

14 delen

tabellen

 

 

 

Elk van de Tibetaanse scholen heeft bovendien nog haar eigen typische schriftuur, b.v. het onderricht van de stichter en de eigen meesters. Bijvoorbeeld: 

 

bij de Gelug-pa

de werken van Tsong-kha-pa

 

bij de Kagyu-pa

de gedichten van Milarepa

 

bij de Nyingma-pa

de werken toegeschreven aan Padmasambhava.

Op te merken valt dat het populaire zg. “Tibetaans Dodenboek” niet tot de canonieke teksten wordt gerekend.

(1) waarschijnlijk -3de, -2de eeuw.
(2) Sanskriet sūtra.
(3) Sommige schattingen gaan van de -2de eeuw tot de 4de eeuw.
(4) Sūtram is in het Sanskriet onzijdig; vandaar dat diverse Nederlandstalige auteurs vaak ‘het’ sutra gebruiken.

Tekstboek boeddhisme

jikōji - 慈光寺

© 2010

info-at-jikoji.com


          home