Shinran Shōnin

De Jōdo Shin-shū, letterlijk vertaald “Ware School van het Reine Land”, werd, zoals men weet, gesticht door Shinran op basis van de Leer van Boeddha Shakyamuni, hoofdzakelijk zoals die uitgedrukt werd in de Drievoudige Sūtra, nl. de Grote Leerrede Van het Reine Land (Bussetsu Dai Muryoju Kyō), de Leerrede van de Amitāyus Meditatie (Kan Muryoju Kyō) en de Kleine Leerrede van het Reine Land (Amido Kyō). Aangenomen wordt dat deze oprichting (of althans de benaming) dateert van het jaar 1224 waarin Shinran de laatste hand legde aan zijn hoofdwerk Kyō Gyō Shin Sho (Leer, Beoefening, Overgave, Verwezenlijking). Men moet echter aanstrepen dat Shinran zelf erop stond geen nieuwe school van Boeddhisme gesticht te hebben en zelfs geen enkele volgeling te hebben.

Shinran (die later de titel Shōnin posthuum toegewezen kreeg, wat Wijze Man betekent en niet “heilige” zoals vaak ten onrechte vertaald wordt) werd geboren op de 1ste dag van de 4de maand van het derde Jo-an-jaar (21 mei 1173) in het dorp Hino, even buiten het toenmalige Kyōtō. Hij behoorde tot een zijtak van het aanzienlijke geslacht der Fujiwara’s, dat eeuwenlang bijgedragen heeft tot de Japanse geschiedenis, politiek en cultuur. Zijn vader zou kamerheer geweest zijn van de toenmalige Keizerin-Weduwe, zijn moeder was afstammelinge van Keizer Seiwa.

Toen hij 4 jaar was, verloor hij zijn vader. Zijn moeder verloor hij toen hij 9 was. Wees, werd hij toen toevertrouwd aan één van de kloosters van Hiei-San om er tot priester opgeleid te worden. Hiei-San was toen het grote centrum voor Boeddhistische geleerdheid. Shinran zou er 20 jaar blijven en er de gestrenge fysische en geestelijke discipline beoefenen. De hoofdlering van de (hoofdzakelijk Tendai) kloosters van Hiei-San benadrukte de innerlijke reiniging met het oog op de Verlichting. Jong priester nog, werd hij beroemd om zijn geleerdheid en zijn toewijding. Hij zou ongetwijfeld zonder veel problemen hoofd van één van de grotere kloosters kunnen geworden zijn, was het niet geweest dat hij eigenlijk weinig belangstelling koesterde voor dergelijke positie, noch zelfs voor het steeds maar verder verwerven van woordgeleerdheid. Zijn hoofdbekommernis, die uitgroeide tot een beklemmend, beangstigend probleem, was de Uiteindelijke Verlichting.

Na 20 jaar doorgebracht te hebben op de Hiei-San, kwam Shinran evenwel tot de conclusie dat Verlichting uiterst moeilijk, ja zelfs zo goed als uitgesloten was voor gewone mensen. Deze onmogelijkheid leek hem in tegenstrijd met het Mededogen van de Boeddha. Zou Hij enkel elitair zijn Lering onder de mensen gebracht hebben?

In de harde disciplines van zijn jeugd, was Shinran scherp bewust geworden van zijn eigen, menselijke zwakte. Zijn leven wist hij beperkt, zijn weten verre van volledig, zijn vermogen volmaakt goed te zijn amper meer dan een illusie…

Wanhopig verliet Shinran de kloostergemeenschappen van Hiei op zoek naar een leraar die hem meer kon brengen dan boekenwijsheid en ingewikkelde praktijken. Op deze weg naar geestelijke verrijking, ontmoette hij Hōnen. Hōnen was één van de beroemdste monniken van zijn tijd. Ook hij had het kloosterleven verlaten om predikend rond te zwerven om het Boeddhisme in een eenvoudige en voor iedereen verstaanbare vorm te verspreiden, hoofdzakelijk bij de armen en de ongeletterden.

Hōnen confronteerde Shinran rechtstreeks met de mateloze Liefde en de oneindige Wijsheid van Amida Buddha. Voor het eerst in zijn leven, vond Shinran innerlijke vrede in de eenvoudige overgave, met het besef dat Amida in hoofdzaak begaan is met een gewone mens. In Zijn licht werd het leven van de Boeddhist mogelijk zonder toevlucht te moeten zoeken tussen de beschermende muren van een klooster. Shinran zag meteen hoe hiermee een poort open gesteld werd waardoor duizenden, miljoenen mensen dichter bij het Heil konden geraken.

Hōnen leerde immers dat geestelijke bevrijding niet verkregen wordt door geleerdheid of strenge discipline. De Verlichting is het resultaat van een religieuze beleving, van een religieuze belevenis waardoor de instelling van hart en geest drastisch veranderd wordt. Deze ervaring, zo leerde hij, kan bereikt worden door iedereen, leek of monnik.

Shinran onderging zeer diep de invloed van Hōnen en werd één van zijn belangrijkste volgelingen. De nieuwe lering van de Overgave aan de Gelofte-Kracht van Amida kende een groot succes in brede bevolkingslagen, tot groot ongenoegen van de gevestigde kloosterordes en -scholen. Door hun grote invloed op de omgeving van de keizer, slaagden zij erin Hōnen en zijn voornaamste volgelingen te laten veroordelen (sommigen zelfs ter dood, maar de vonnissen werden niet uitgevoerd). Hōnen en ook Shinran werden uit de monnikengemeenschap gestoten en verbannen naar afgelegen streken in het barre noordwesten van Japan.

Maar de gegeven impuls was onweerstaanbaar. Zelfs in zijn Verre verbanningsoord hield Shinran niet op zijn onderricht te verstrekken aan de minst bedeelden, zodat de belangstelling zo groot werd dat ze zelfs aan het Keizerlijke Hof opschudding verwekte. Uit vrees voor complicaties, werden Hōnen en Shinran uit hun verbanning teruggeroepen. Hōnen keerde naar Kyōtō terug, maar Shinran bleef zijn predikingwerk voortzetten in de noordelijke provincies en het was daar dat hij in 1224 zijn onderricht een vaste vorm gaf.

Shinran weigerde terug monnik te worden. De geloften van de Boeddhistische monnik zijn immers niet bindend. Hij huwde, bracht kinderen groot, werkte voor zijn dagelijkse rijst, at vlees, dronk wijn: hiermede brak hij definitief met de klooster-monnik-idee. Hij was trouwens tot de conclusie gekomen dat de geldige overdracht van de ordinatie door politieke troebelen in Japan verloren was gegaan en dat hijzelf bijgevolg geen monnik was. Naar aangezien de leek staat als antithese tegenover de monnik, kon hij zichzelf ook niet geldig een leek noemen. Shinran erkende enkel nog metgezellen op de weg naar de uiteindelijke Verlichting.

Shinrans positie als leke-prediker was op dat ogenblik uniek in de geschiedenis van het Japanse Boeddhisme. In de ogen van zijn tijdgenoten was hij noch monnik noch leek.

De rest van zijn lange leven bracht hij predikend door. Hij trok hiervoor het ganse land door en richtte zich hoofdzakelijk tot gewone mensen op het platteland. “Shakyamuni, schreef hij, is in de wereld gekomen om tot iedereen te spreken.” Deze opvatting bracht hijzelf zijn leven lang in praktijk. Hot is slechts in 1232, hij was toen 59 jaar oud, dat hij naar de hoofdstad Kyōtō terugkeerde. In de jaren tot zijn dood (6 januari 1262, 90 jaar oud) stelde hij zijn bevindingen en zijn onderricht te boek.

Zijn volgeling werden steeds talrijker en zelfs na zijn dood bleven ze bijeenkomen in kleine groepjes (monto) om de lering van de Shōnin te bewaren en te beleven.

De familie van Shinran, onder de impuls van zijn dochter, bouwde een kleine kapel bij de begraafplaats van de Shōnin te Ohtani bij Kyōtō: het was de Hongwanji (Tempel van de Oorspronkelijke Gelofte). Hier kwamen steeds meer pelgrims eerbied betuigen aan de man die hen tot het religieuze beleven had opgewekt.

Deze volgelingen keken vanzelfsprekend op naar de familie van de Shōnin voor leiderschap in het bewaren van de lering. Gaandeweg nam de Ohtani-familie deze verantwoordelijkheid op zich, maar bijgestaan door een raad van bevoegde, door de “basis” aangewezen predikers, belast met het interpreteren van Shinran’s onderricht. Hieruit ontstond met de jaren de Jōdo Shin-shū, zoals we die nu kennen.

Ekō 2

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home