Wat Shin Voor Ons Betekent

Jack Austin

Uit het moreel jaarverslag van de Shin Buddhist Association 1978 - Londen

Ofschoon het Shin-Boeddhisme in Japan ontwikkeld werd en er gedurende eeuwen een grote bloei kende, zijn de grondbeginselen ervan universeel en ik ben ervan overtuigd dat ze in alle omstandigheden passen. Wij zullen heel wat doorzicht en integriteit moeten aan de dag leggen om een dubbele taak tot een goed einde te brengen: zelf Shin te leren en daarbij het effectief hier en nu aan te passen. Het is niet altijd gemakkelijk een onderscheid te maken tussen wat zuiver cultureel, of zelfs nationaal is, en wat behoort tot de religieuze kern, tot de innerlijke diepte. Verdraagzaamheid, geduld en begrip zullen ten allen kanten moeten opgebracht worden, maar het is beslist doenbaar. Dit moet gebeuren vóórdat we van een kleine groep volgelingen uitgroeien tot een potentiële kracht die het Zuiver-Land-Boeddhisme kan uitspreiden.

Het was gewoonweg geniaal van Shinran Shōnin, in die roerige tijden 700 jaar geleden in Japan, de Leer van de Boeddha te verspreiden onder het “gewone volk”. Wij staan nu, net zoals hij, tegenover de taak het Boeddhisme voor te stellen aan mensen die geen speciale pretenties qua heiligheid of theologie hebben. Shakyamuni Buddha zei: “Hij die maar een heel klein beetje van de Leer kan vertellen, maar de Leer beleeft… hij is de ware volgeling van de Verlichte. Niemand van ons hoeft zich te beroemen op wat hij verwezenlijkt heeft, noch hoeven we te weeklagen over onze tekortkomingen. Deze beide reacties zijn misplaatst, in die zin dat ze ons op onszelf laten concentreren en een verfijnde, subtiele vorm van egoïsme zijn.

We moeten niet naar onszelf opkijken, maar naar de Boeddha. De openingsverzen van het Dhammapada zeggen duidelijk waarom: “Al wat we nu zijn is het resultaat van ons vroeger denken”.

Denken aan de Boeddha is de oorspronkelijke betekenis van de nembutsu (nen = denken butsu = Boeddha). Wanneer we steeds de Boeddha van het 0nmetelijke Licht (Amitābha) en van het Onmetelijke Leven (Amitāyus) die we kennen als Amida, vóór ogen houden en wanneer we zijn Onmetelijk Mededogen en zijn Onmetelijke Wijsheid gedenken, is het normaal dat we “dank u” zeggen door zijn Naam te gebruiken. Zo spreken we Boeddha’s Naam, de nembutsu uit. De Japanners hebben het Sanskriet Namo ‘Mitābhāya Buddhāya, via het Chinees Nan-wo 0-mi-t’o Fu omgezet in Namu Amida Butsu, de formule waarmee wij allen hier zo vertrouwd zijn geworden, ook in de verkorte vorm gebruikt bij plechtig reciet naar de Hongwanji-traditie “Namandabu”.

Deze evolutie toont ons hoe de verwoording zelf zich aan tijden en landen heeft kunnen aanpassen. Wat ons gebruik hier in het westen betreft, heb ik het gevoel dat iets als “N’Amida Buddha” ons nog het beste ligt.

Maar dit alles is slechts een uiting van nederig ontvangen. Het is de dankbaarheid waar het op aan komt en uit deze dankbaarheid vloeit heel natuurlijk Buddha’s Naam: N’Amida Buddha, N’Amida Buddha, N’Amida Buddha. Het is de overgave die hierin telt; we hoeven beslist niet het aantal keren te tellen! Belang hechten aan het aantal keren dat we de nembutsu zeggen is niets anders dan de vergissing vertrouwen te hebben in de bedrieglijke zelf-kracht.

In zijn verwarring, is het menselijke gemoed helemaal niet gediend met de onbeduidendheden van doctrinaire discussies. De hedendaagse mens wil niet meer verloren lopen in het doolhof van uiterlijke details. Laten we onze kostbare tijd er niet aan verspillen. We hoeven ons niet belachelijk te maken in de ogen van onze tijdgenoten: we zouden zo de kans zien verminderen hun de essentie van het Boeddhisme en van het Shin-Boeddhisme voor te leggen.

De hedendaagse mens kijkt in de eerste plaats uit naar een boodschap die hem hulp en hoop biedt, die hem wegwijs maakt uit zijn gevoel van on-voldoening, van iets-missen, van verbijstering, naar een boodschap die hem de zekerheid kan bieden van de uiteindelijke Verlichting. En net als in Shinrans beroerde tijd, volstaat het gewoon even de straat over te steken om dit in te zien...

Vrienden, we hebben behoefte aan een wijd open perspectief om geheel het landschap te kunnen overzien en nooit over details te struikelen. U kent allen het gezegde van die bomen die beletten het woud te zien. Het is meelijwekkend vast te stellen hoe gemakkelijk het is voor religieus gerichte mensen in de val van de kleinigheden te lopen en op die manier het immense en prachtige Licht te missen. Laten we niet in deze kuil vallen. Laten we steeds het echte doel voor ogen houden: de overgave aan Amida. De rest komt wel vanzelf.

We moeten elkaar in deze vaste overtuiging steunen. Dit is uiteindelijk het doel van onze gemeenschap. Als we dit doen, zullen anderen zien wat we zijn en wat we doen, en zo zich openstellen voor het heil dat Amida ons gratis aanbiedt. Woorden zijn op zichzelf nooit passend genoeg om spirituele beleving over te dragen. Soms zegt één enkel gedicht meer dan een hele academische verhandeling. Soms verklaart een glimlach meer dan een lange kanselrede. Kunst of het nu schilderen, beeldhouwen, toondichten, bloemenschikken of zelfs ruwweg wat schetsen is, spreekt vaak luider en duidelijker dan een verbale uitleg. Maar boven dat alles steekt een leven uit dat doordrongen is van de geest van de Dharma, een leven dat volkomen geleefd wordt in het licht van de Boeddha en dat op zijn beurt uitstraalt. Niets minder dan dat moet ons einddoel zijn!

Ekō 3

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home