De Dood

Rev. Chijun Yakumo

In de Jōdo-Shinshū zegt men dat wanneer het “overgave-gemoed” verwezenlijkt wordt, men de rang bereikt van de “verzekerden” van geboorte in het Reine Land vanwaar er geen terugvallen is. Het bereiken van deze toestand houdt in dat men onfeilbaar een Boeddha wordt.

Daarom is het voor de Shin-gelovige van weinig belang hoe hij deze wereld verlaat. Dit staat in scherp kontrast met wat andere Boeddhistische scholen leren en waaruit blijkt dat ze een groot belang hechten aan de wijze waarop men sterft.

In andere Boeddhistische scholen is de wijze waarop een mens sterft een aanwijzing van de graad van verlichting die hij tijdens zijn leven bereikt heeft. Dit punt wordt als zo belangrijk voorgesteld dat de manier waarop beroemde monniken gestorven zijn in boekvorm gepubliceerd wordt ter stichting van diegenen die de verheven voorbeelden willen navolgen.

Een voorbeeld hiervan. Van het overlijden van Hōnen, stichter van de Jōdo-school, zegt men dat purperen wolken de sterfplaats omringden, dat vanuit de hemel heerlijke muziek neerdaalde, samen met Amida Buddha en een menigte Bodhisattva’s op een wolkentrap die vijf kleuren uitstraalde, dit om Hōnen welkom te heten in het Reine Land.

Wanneer befaamde Zenmeesters het naderen van hun doodstonde gewaarwerden, bereiden zij hun heengaan uit deze wereld grondig voor. Ze lieten vrienden en leerlingen komen, spraken hun laatste wijsheidswoorden en, helder van geest, namen ze de meditatiehouding aan en verlieten zo de wereld.

Tesshu Yamaoka werd beschouwd als de laatste van de grote zwaardvechters. Ofschoon leek, had hij een diepe ervaring van Zen. Hij stierf, nog maar 53 jaar oud, van een maagkanker. Wanneer hij zijn dood voelde naderen, nam hij de meditatiehouding aan, gekeerd in de richting van het Keizerlijk Paleis en overleed zó.

Een beroemd theemeester hoorde van Yamaoka’s laatste uur en was er zo over opgetogen dat hij besloot op dezelfde manier de dood in te gaan. Toen hij zijn laatste uur voelde naderen, riep hij familie, vrienden en leerlingen bijeen om naar zijn laatste woorden te luisteren.

De theemeester stelde zich op tegenover het gezelschap, stak zijn rechterhand in de lucht en sprak: “ Ik ben U allen veel verschuldigd. De tijd van de scheiding is nu gekomen en ik wil vóór U heengaan.”

Maar de theemeester stierf niet onmiddellijk na deze woorden gesproken te hebben. Iedereen zag hoe hij vecht om zijn rechterhand omhoog te houden. Zijn ledematen werden stijf van het lange zitten, de verkleuming maakte zich van heel zijn lichaam meester, maar hij stierf niet. Op de duur viel hij uitgeput op de tatami neer. Daar bleef hij lange tijd in doodstrijd, tot hij uiteindelijk de laatste adem uitblies…

Een Jōdo-Shinshū-gelovige hoeft er niet voor te zorgen op dergelijke manier uit dit leven te scheiden. Als hij shinjin (het overgave-gemoed) heeft, dan weet hij dat de voorwaarden reeds vervuld zijn om een Boeddha te worden en dat geen uitwendige, uiterlijke bewijsvoering ervoor nodig is. Of hij nu sterft langs de rand van een autostrade, in zijn bed, op de operatietafel, de manier waarop hij sterft is van geen belang voor zijn al dan niet geboren worden in het Reine Land, wat volgens de Shin-lering hetzelfde is als een Boeddha worden.

Of we nu sterven in een verkeersongeval, stikken door een vleesbrok in de keel of na een langdurig coma, dat hangt enkel af van ons karma en daar kunnen we niets aan doen.

In het negende hoofdstuk van de Tannishō (Betreuring van de Verschillen), worden volgende woorden aan Shinran Shōnin toegeschreven:

“Hoewel we niet graag deze lijdenswereld verlaten, wanneer onze betrekkingen ermee uitgeput zijn en we hulpeloos aan het einde ervan gekomen zijn, - dan voor het eerst zullen we in dat (Reine) Land geboren worden.”

Maar natuurlijk, als we denken aan al degenen die we moeten achterlaten, dan voelen we verdriet heen te moeten gaan, zonder dat ze onze dood kunnen tegenhouden. Dat verdriet over hun hulpeloosheid is onvermijdelijk. Maar we hoeven echt niets voor te bereiden met het oog op ons overlijden. Er valt niets voor te bereiden!

Als onze tijd gekomen is, zoals hij voor elk van ons zal komen, ongeacht de manier waarop we sterven, ons valt de vreugde te beurt In Amida’s Reine Land geboren te worden! Hoe groot moet onze dankbaarheid daarvoor zijn!

(uit “Wheel of Dharma”, juni 1978)

Ekō 4

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home