Geloofspunten In Het Shin-Boeddhisme - IV

Rev. Prof. Zuiken INAGAKI

(83)

De Zelf-Krachtscholen van het Mahāyāna, zoals Kegon, Tendai, Shingon en Zen, zijn leringen van Samādhi, Meditatie, leringen voor wijzen en geleerden. Die doctrines zijn filosofisch of super-logisch of intuďtioneel, maar gewone mensen, die onwetend en zondig zijn, kunnen ze onmogelijk begrijpen. Maar de filosofie van deze scholen is subliem en volmaakt.

(84)

De meeste zg. Boeddhisten in Japan, die zelfs de lering van hun eigen school niet kennen, mengen Shintō, Boeddhisme en traditionele verhalen uit het oude Japan door elkaar. Anders gezegd: hun geloof is maar een bijgeloof.

(85)

De grondidee van het Boeddhisme is Kū (Leegheid, Sanskriet: sūnyatā) of Tathata = Zo-heid, d.i. “de Absolute Wijsheid van Niet-Discriminatie en de Absolute Liefde van Niet-Subjectiviteit”.

(86)

De fundamentele basis van het Ander-Kracht Boeddhisme is het Heil door Amida’s Gelofte-Kracht, of Zijn Naam – Namu-Amida-Butsu -, waarvan de essentie ook de Absolute Waarheid van het Grote Heelal (Dharma-dhātu) is, d.i. de Wijsheid van Niet-Discriminatie en de Liefde van Niet-Subjectiviteit.

(87)

Namu-Amida-Butsu is de brug die de verbinding vormt tussen de Absolute Wereld (en onze betrekkelijke lijdenswereld.

(88)

Zo-heid, of de Absolute Waarheid, heeft twee fases: de éne is “Zo-heid als Kū (Leegheid)” en de andere is “Zo-heid als Verdiensten en Deugden”, d.i. Absoluut Licht en Absoluut Leven. Het Zelf-Kracht Boeddhisme legt de nadruk op “Zo-heid als Leegheid”, het Ander-Kracht Boeddhisme (het Shin-Boeddhisme) legt de nadruk op”Zo-heid als Verdiensten en Deugden”.

°°°        °°°        °°°

(89)

Er zijn in het Westen geleerden geweest die beweerden dat het Reine Land Boeddhisme oorspronkelijk een godsdienst uit Klein-Azië was en dat het eigenlijk geen Boeddhisme is (°). Maar het Absolute Licht en Leven is de universele Waarheid; bovendien hebben talrijke wijzen van vroeger de authenticiteit van de Reine Land School in meditatie aangetoond.

(°Deze 19de-eeuwse stelling is niet steekhoudend gebleken aan de hand van latere vondsten en is totaal opgegeven - n.v.d.r.)

(90)

De Waarheid van een religieuze opvatting moet in de meditatie bewezen worden, niet in de geschiedenis.

(91)

De oude Wijzen hebben alle waarheden van het Mahāyāna in de meditatie bewezen.

(92)

De Christelijke theologen houden staande dat alle mirakels uit de Bijbel historische waarheden zijn; maar er zijn mirakels bij die strijdig zijn met de wetenschap, met de filosofie en de menselijke rede. Daarom kunnen die zg. historische waarheden die vertrouwd worden. De Bijbel zegt: “God schiep hemel en aarde”. Is dit een historische waarheid? Niemand kan hierop onbevangen “Ja” antwoorden.

(93)

De waarheid die de wijzen ervaren hebben in diepe, volmaakte meditatie is de meest betrouwbare, vermits de Geest-op-zichzelf niets anders is dan Zo-heid (of Boeddha-natuur), dit is Dharma-Kāya, Boeddha van de waarheid (of Wetmatigheid) die universeel in alle dingen aanwezig is.

(94)

Wanneer een mens de perfecte stilte van de Geest bereikt heeft, is hij geen mens meer, maar een Boeddha.

(95)

Shakyamuni Buddha werd door Meditatie verlicht. Meditatie (Samādhi is de wortel van de leringen van de Boeddha, het Boeddhisme. Alle Boeddha’s worden op dezelfde wijze verlicht. Het Shin-Boeddhisme zegt: “Alle Boeddha’s worden verlicht door de Amida-meditatie”. Wanneer we spreken over de vele Boeddha’s, dan is het Boeddhisme polytheďsme; wanneer we spreken over Dharma-kāya, dan is het Boeddhisme monotheďsme.

(Zo is het Boeddhisme čn mono-, čn polytheďsme; zo kan men verder gaan en zeggen dat het pantheďsme en ook panentheďsme is. Het Boeddhisme is dat alles en is toch geen van die begrippen.)

(96)

The Shingon-school spreekt van Vairocana (Dharma-kāya) als de “Oorspronkelijke Boeddha”. De Tendai- en Nichiren-scholen spreken van Shakyamuni Buddha (Sambhoga-kāya) als de “Oorspronkelijke Boeddha”.

De Kegon-school spreekt over “Vairocana die Tien Lichamen heeft”. De Zen-school houdt er niet van het begrip “Boeddha” buiten de Geest te plaatsen. Ze spreken over de Waarheid van Kū (Leegheid).

(97)

Het Shin-Boeddhisme spreekt van Amida (Sambhoga-kāya als de oorspronkelijke Boeddha.

(98)

Donran-daishi (de derde Patriarch) zegt dat Amida is: “de Boeddha van Dharma-kāya van Dharma-natuur” en “Dharma-kāya van Toepasselijkheid” (Sambhoga-kāya).

(99)

Vasubandhu (Tenjin, de tweede Patriarch) zegt dat Amida is: “de Boeddha van het ongehinderde Licht dat alle werelden in de 10 richtingen doorstraalt”, dit is “de Boeddha van Dharma-kāya van Dharma-natuur en Dharma-kāya van Toepasselijkheid”.

°°°        °°°        °°°

(100)

Geen enkele Boeddha heeft de wereld geschapen. De wereld kan niet door iemand geschapen zijn. Er is geen enkele logische behoefte de wereld te scheppen. De wereld bestaat uit zichzelf. Alle dingen zijn eeuwig en ongeschapen. Dingen die eeuwig zijn, kunnen niet geschapen zijn. Dingen die noch onbestaande noch niet-bestaande zijn, kunnen niet geschapen worden. De dingen die we “dingen” noemen, zijn slechts “Tijdelijke Verschijnselen” die voortdurend veranderen en veranderlijk zijn, zoals gezegd in de “Wet van de Oorzakelijkheid in Afhankelijkheid”. En deze Wet is ongeschapen en buiten de tijd.

(101)

De universele Wetmatigheid staat volkomen op zichzelf en wordt niet door één of andere God beheerd.

(1O2)

Waar de Wetmatigheid is, daar zijn de dingen. Waar er dingen zijn, daar is de Wetmatigheid. Waar er een “subject” (onderwerp, of Geest) is, daar is een “object” (voorwerp, alle dingen). Waar er “object” is, daar is ook “subject”. Waar het oog is, daar is er kleur. Waar er Goed is, daar is Kwaad. Waar de wereld is, zijn de levende wezens. Waar er wezens zijn, daar is de wereld. Daarom dienen we goed te weten dat alle dingen in onderlinge betrekkelijkheid en in onderlinge afhankelijkheid bestaan. Er is geen God die zelfstandig, almachtig, alaanwezig en alwetend is en die de Schepper zou zijn.

(103)

De Boeddha is onze vader en alle wezens zijn zijn kinderen. Alle mensen zijn dus broers en zusters.

(104)

De Boeddha is de Verlichte, en alle wezens zijn niet-verlichten.

(105)

Wij mensen, wij zijn nu nog niet-verlicht, maar we hebben allen de Boeddha-natuur: de mogelijkheid Boeddha te worden.

(106)

Volmaakt wijzen en volmaakt goeden kunnen Boeddha worden door zedelijke Discipline en verheven Meditatie, maar de onwetenden en de zondaars kunnen verlicht worden in het Reine Land dank zij Amida’s Gelofte-Kracht; dit is door de Kracht van zijn grote Wijsheid en van zijn groot Mededogen.

(107)

Waarlijk, Amida’s Kracht gaat boven ons begripsvermogen. De Zuivere Overgave is niets anders dan Amida’s Kracht!

Ekō 4
Geloofspunten In Het Shin-Boeddhisme

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home