Nembutsu - Het Huiswaarts Keren - Vervolg en slot

Kenryu T. Tsuji

Laten we nu het transcendentale aspect naderbij bekijken. “Transcenderen” betekent de grenzen van de zinswaarnemingen van het leven overschrijden. De Dharma, die wij de Boeddha Amida noemen, transcendeert ons eindig beperkt begripsvermogen. Als dit zo is, hoe kunnen we dan ooit het hart van Amida Buddha bereiken? De Jōdo-Shinshū gebruikt Japanse woorden zoals “shinjin”, “anjin”, “mezameru”, wat omgezet in het Nederlands weergegeven wordt door begrippen als Geloof, Ontwaken, Zuiver Gevoel, enz. om een beeld van deze communicatie te geven.

Om dit Geloof (of Vertrouwen, of Overgave) op te wekken, hebben de sūtra’s gebruik gemaakt van mythen. Dergelijke mythe is bijgevolg niet zomaar een sprookje uitgedacht om ons te behagen, maar wèl een efficiënte les waardoor ons religieus bewustzijn in steeds diepere, steeds hogere of verdere kennisniveaus kan doordringen.

Wanneer dit Ware Geloof, deze Volledige religieuze Overgave, opgewekt is geworden en we, om het met een beeld uit te drukken, het diepe hart van Amida Buddha bereikt hebben, doorzindert een diepgaande realisering de grond zelf van ons bestaan. Dan ben ik het niet die de Boeddha Amida bereikt heb, maar dan is het Amida die mij aanraakt. Dat is de betekenis van “tariki”, letterlijk vertaald: de Ander-Kracht. Wij komen dan tot het besef dat ons ware bestaan aan Boeddha Amida te danken is. Mijn persoonlijk leven, in de diepste zin van het woord, is mogelijk geworden niet door mijn zwakke, kleine persoonlijke inspanningen, maar wel door een kracht die zo groot is dat ze enkel als Ander kan opgevat worden.

“Namu Amida Butsu” is, laten we zeggen, een andere naam voor Boeddha Amida. De substantie van “Namu Amida Butsu” is de alles-verlichtende, de alles-volbrengende kracht van Boeddha Amida. Zijn vorm kan op twee verschillende manieren geïnterpreteerd worden: eerst is het mijn stem die de Boeddha Amida roept, niet in gebed of smeken, maar als dank voor de gave van mijn ware leven; vervolgens is het de stem van Amida die, buiten de tijd zijnde, mij in de tijd roept. De diepe betekenis van “Namu Amida Butsu” is de absolute eenheid van Boeddha en mijzelf, eenheid die volmaakt sluitend is dank zij de Wijsheid en het Mededogen van Amida.

Sta mij toe even uit te weiden. Vaak hebben mensen mij gezegd: “Ik kan mij de Boeddha Amida onmogelijk voorstellen als een god, als een bovenaards wezen.” Ik kan het mij evenmin voorstellen! Maar het begrijpen van Boeddha Amida wordt al beter mogelijk als men gebruik maakt van de begrippen immanentie en transcendentie, hoe moeilijk die ook zijn. Toch gebruik ik deze termen niet zo heel graag uit angst aan die woorden gehecht te geraken. Tracht u enkel goed te herinneren dat Amida, net als de Dharma, in en rondom u bestaat, samen één zijnde maar dat uw religieus bewustzijn en uw religieuze behoeften u ertoe verplichten Boeddha Amida buiten u te situeren.

Wanneer wij nu Boeddha Amida buiten ons situeren, dan richten wij ons tot Hem als tot de Heer (Bhagavant) “Tathāgata”, de Heer Boeddha. Wij zeggen dan dat we tot Hem gaan als tot een toevlucht. Wanneer we echt ons een-zijn met Boeddha Amida in ons verwerkelijken, dan spreken we zijn naam “Namu Amida Butsu” uit, want wij weten dat Boeddha Amida in zijn naam aanwezig is.

Asahara Saichi, de beroemde dichtende “myokonin”, heeft in een gedicht deze beleving zo goed samengevat:

“Wat ben ik vol dankbaarheid
Als ik denk aan alle gaven van Boeddha Amida,
Dan word ik dankbaarheid!”

Hé, Saichi, waarvoor ben je dankbaar?
- 0 ja, mijn dankbaarheid is zo echt,
Ik ben dankbaar voor mijn ware bestaan.

Mijn kledingstuk is een gave van Boeddha Amida;
Mijn voedsel is een gave van Boeddha Amida;
Het schoeisel aan mijn voet is een gave van Boeddha Amida;
Alle dingen in deze wereld zijn een gave van Boeddha Amida.
Mijn kom en mijn eetstokjes zijn door Boeddha Amida geschonken,
Zelfs de plaats waar ik zit om te werken is een gave van Amida.
Elk ding is “Namu Amida Butsu”.

Wat ben ik gelukkig in deze dankbaarheid!
Namu Amida Butsu!

Zeg, Saichi, waarom werk je?
- 0, ik werk in Namu Amida Butsu.”

Wanneer Saichi de onverwoordbare diepgang van zijn religieus beleven wil uitdrukken, zegt hij: “Elk ding is ‘Namu Amida Butsu’.” De totaliteit van zijn religieuze ervaring ligt in deze Nembutsu-van-dankbaarheid.

Voor de Jōdo-Shinshū volgeling, convergeren symbolen en werkelijkheid naar één beeld toe. Hij lijdt niet langer onder een religieus astigmatisme waardoor hij Boeddha Amida, Nembutsu, het Reine Land en andere symbolen zag buiten het brandpunt van de realiteit. Boeddha Amida is reëel; de Nembutsu is reëel; het Reine Land is reëel.

Het Reine Land is de dynamische staat van het Reine Mededogen.

De Jōdo-Shinshū leert dat we het Reine Land slechts na de dood kunnen bereiken. Dat is begrijpelijk, vermits het volkomen en absolute mede-dogen niet kan beoefend worden door een menselijk wezen vol begeertes, haat en verblindheid. Het is enkel door de aardse begrenzingen te transcenderen dat hij een Boeddha kan worden en het Reine Mededogen kan beoefenen.

Jōdo-Shinshū is mededogen in het begin, mededogen in het midden, mededogen bij het einde. Shinran Shōnin zei: “Zoals ik het ware onderricht van het Reine-Land Boeddhisme zie, zijn er daarin twee soorten van overdracht van verdiensten (ekō): de éne is de fase van het gaan, de andere de fase van de terugkeer.” Bijgevolg is de Jōdo-Shinshū de Lering van het Mededogen in voortdurende beweging.

Het uiteindelijke doel van de Jōdo-Shinshū is de verwerkelijking van Jōdo, het Reine Land. Maar dat is geen statisch eindpunt van eeuwige rust, ‘n soort van eindeloze slaap of een eeuwigdurende persoonlijke glorie.

Op het ogenblik dat iemand “Geboren wordt” of “intreedt” in het Reine Land, is hij één met Boeddha Amida en verwerkelijkt hij het Reine Mededogen. De fundamentele aard van dit Mededogen laat hem onder een of andere vorm of energie naar de wereld van het lijden terugkeren om de lijdende wezens te redden. Dat is “genso ekō”, de fase van het terugkeren.

Ik geloof dat deze fase van het terugkeren eveneens kan beschouwd worden in het ervaren van de Nembutsu.

Wie leeft in de vreugde en in de dankbaarheid van de Nembutsu, trekt zich niet uit het bestaan terug, maar gaat onverschrokken verder doorheen de hardheid van het leven. Daarbij, hoe zwak, hoe onvolmaakt zijn inspanningen ook mogen zijn, hij zet zich tot het uiterste in bij het beoefenen van de typisch Boeddhistische deugden: zelfbeheersing, gematigdheid, tevredenheid, geduld, matigheid, reinheid, nederigheid, welwillendheid, vrijgevigheid, eerbied, dankbaarheid, oprechtheid, medelijden en wijsheid.

De Nembutsu-beoefenaar staat in het volle leven. Hij is landbouwer, onderwijzer, handelaar, secretaris, Boeddhistisch officiant, enz.

Het is in de gewone, dagelijkse bezigheid van “huisheer” dat ik de betekenis en de gerichtheid van het leven vind. In de Nembutsu is gelijk welke bedrijvigheid of handeling in het leven geheiligd.

De Nembutsu - “Namu Amida Butsu” - is het middelpunt van mijn wezen. Het is het geestelijke brandpunt vanwaaruit ik besta en handel en waar ik de geestelijke kracht put al mijn morele, maatschappelijke en religieuze plichten te vervullen.

Waarlijk, de Nembutsu is meer dan een huiswaarts keren. “Namu Amida Butsu” is mijn ware huis.

Ekō 5
Nembutsu - Het Huiswaarts Keren

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

 

          home