Boodschap Van Monshu Koshin Ohtani

Hoofdabt van de Hompa Honganji
Voorzitter van de Japanse Boeddhistische Federatie

Ter gelegenheid van de XIIde Algemene Conferentie van het World Fellowship of Buddhists te Tokyo, in oktober 1978.

Namens de Japanse Boeddhistische Federatie, die deze XIIde wereldconferentie van Boeddhisten organiseert, heb ik het grote genoegen U allen hier welkom te heten, U allen die gekomen zijt als afgevaardigden uit vele landen ter wereld. Ik hoop oprecht dat wij samen, in een volgehouden inspanning, het thema van deze conferentie, “Boeddhistische Bijdragen voor de Toekomst”, zullen kunnen verwezenlijken.

De Japanse Boeddhistische Federatie werd 26 jaar geleden opgericht, in 1952, toen ons de eer te beurt was gevallen de IIde conferentie van het World Fellowship of Buddhists te organiseren. In de jaren die sedertdien verlopen zijn, hebben wij gezien al wat er aan vooruitgang geboekt werd, door alle naties van de wereld, op de diverse gebieden van industrie, economie en wetenschap. Toch hebben al die vorderingen tevens de talrijke diep ingewortelde problemen van de mens aangetoond en zelfs vermenigvuldigd. De angst ontstaan uit internationale twisten, het algemene gevoel van vereenzaming en de vervreemding die gegroeid is uit de huidige maatschappelijke vormen, dat alles weerspiegelt pijnlijk een toenemend gebrek aan innerlijk evenwicht. Globale pollutievormen, op land, op zee en in de lucht zijn als boodschappers van de vernietiging van de ware drager van het leven. Zeer zeker kan, in dergelijke omstandigheden ook elke expansie in de verre ruimte enkel nieuwe problemen bijscheppen, tenzij we ons allen bij volle bewustzijn keren tot het ontwortelen van al die vragen betreffende ons mens-zijn.

In deze tijd, dat de maatschappelijke omstandigheden snel veranderen, iets waaraan geen enkele natie kan ontsnappen, hebben begrip voor controle over de innerlijke krachten en de menselijke natuur, eerder dan over uitwendige omstandigheden, een nieuwe omvang gekregen. Kortom, ver over en voorbij alle technologische en wetenschappelijke prestaties, wordt de toekomst van het mensdom absoluut afhankelijk van de innerlijke cultuur. Het is precies op dit vlak dat het Boeddhisme zijn functie van volwaardige medewerker voor de toekomst dient te vervullen.

Zowel in de bijtende lucht van een staalbedrijf, model van de moderne wereld, als in een verafgelegen bergdorp waar de mensen een armtierig bestaan leiden, om het mededogen van de Boeddha zonder onderscheid, zonder discriminatie, universeel alle wezens. En juist zoals een 2 500 jaar geleden te Gaya, Boeddha Shākyamuni het deed, moeten ook wij nu de gepaste en betekenisvolle wegen vinden om de eeuwige boodschap van de Dharma naar alle mensen uit te dragen. De talrijke en uiteenlopende variaties van het universele Boeddhisme kunnen vergeleken worden met het gebladerte van de grote Bodhi-boom, waarvan elk blad zich naar buiten openvouwt met de boodschap van de Edele Waarheid. Verre van onbuigzaam en verouderd te zijn, is het Boeddha levend en dynamisch. Het was in deze geest dat het World Fellowship of Buddhists werd opgericht en gedurende al meer dan een kwart eeuw gefunctioneerd heeft.

Gelet op de kennis en de ervaring die wij hier gemeen hebben, is er een betekenend uitdragen enkel mogelijk in de mate dat kennis en ervaring in de levens, in de talen en in de gebruiken van elke natie, in het Oosten zoals in het Westen, een diep geestelijk ontwaken kunnen verwekken. Wij moeten van deze conferentie een voorbeeld maken van Boeddhistische bijdrage voor een verlichte wereld. Bovendien moet hieruit de katalysator ontstaan voor wederzijds begrip en eenheid, waardoor in de wereld vrede en harmonie vorm kunnen krijgen. Dan, slechts dan zullen wij het Rad van de Leer in beweging gezet hebben naar de verwezenlijking van ons doel. De potentiële mogelijkheden eigen aan het Boeddhisme en gericht op de geestelijke ontwikkeling van de mens, die eerst gemanifesteerd werd in het volmaakte lichaam, in het woord en in de geest van Boeddha Shākyamuni waarin wij allen onze toevlucht nemen, dienen ontwikkeld te worden en ons leven van vandaag te inspireren voor het welzijn van alle mensen en op elk ogenblik.

In het Boeddhisme wordt vaak het woord “rust” gebruikt; het slaat dan terug op de staat van Nirvāna en betekent “verlost van onwetendheid, van begeertes en lijden”. Het zou een ideaal leven zijn, moest de mens maar in staat zijn al zijn lijdensvormen kwijt te geraken. Dat is de voorwaarde voor een toestand van rust, voor een toestand van sereniteit. Deze toestand wordt ook aangeduid door de term “rein licht” die wijst op de staat van waarheid en het licht van de wijsheid. Met andere woorden gezegd: ons leven zal zonder angst worden, als we maar dat gevoel van sereniteit in ons konden gewaarworden dat ons zou leiden tot het begrijpen van de Leer.

Zelden slechts kan een mens genieten van de vervulling van zijn egoïstische verlangens. Het is zo dat hij met meer waarschijnlijkheid zijn verbittering zal uitdrukken wanneer zijn begeertes ongestild verderstromen. Dergelijke ervaringen worden enkel beleefd wanneer ze een inslag van persoonlijke betrokkenheid hebben. Dat is het geval met het onderricht van de Boeddha: hierbij moet een persoonlijke belangstelling, ja een persoonlijk belang ontstaan waarmee hart en intellect bevredigd kunnen worden.

Een dergelijk gevoel van vreugde, dat voortspruit uit sereniteit, vindt men terug in geheel de Boeddhistische wereld. Welk belang heeft het aantal mensen die bij elkaar komen in een lawaaierige vergadering? Het zal enkel een zaak zijn tijdelijk meegesleept te worden in een toestand van voorbijgaande opwinding. Een werkelijk gevoel van vreugde zal nooit ervaren worden door mensen die deze zin voor sereniteit niet bezitten. Er zal een oneindige vreugde zijn, ongeacht het aantal mensen die ergens bijeenkomen, zodra ze in staat zijn kalmte en rust in hunzelf gewaar te worden. Dàt is de wereld van het “reine licht”. Het kan zijn dat de diepe gedachten van de Boeddha niet gemakkelijk toegankelijk, gemakkelijk verstaanbaar zijn, maar de talrijke levensbelevingen die de Boeddha ons gewezen heeft als zijnde van het hoogste belang, zullen onbetwistbaar van grote waarde zijn wanneer we het hoofd moeten bieden aan de talrijke, pijnlijke vraagstukken van het leven.

(Wheel of Dharma, Nov.1978)

Ekō 5

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

 

          home