De Uitwendige Kracht

Naar Philipp Karl Eidmann

De Uitwendige Kracht die we ook Ander-Kracht noemen, waardoor de gewone mens de Verlichting kan verwezenlijken, is niets anders dan de essentiële, natuurlijke en spontane activiteit van de Boeddha. Wil men dit anders uitdrukken, dan kan men ook zeggen dat de Uitwendige Kracht het Absolute Boeddhaschap is in zijn dynamisch aspect. Deze activiteit kan door de menselijke geest niet volledig begrepen worden: ze ligt immers buiten de beperkingen van het menselijke denkvermogen. Toch is deze Kracht als het ware bij bepaling werkzaam van in het begin der tijden.

Wanneer een Boeddha de Verlichting bereikt, op datzelfde ogenblik “straalt” Hij over de wereld zijn grenzeloos mededogen en zijn oneindige wijsheid uit. Dit mededogen en deze wijsheid, juist zoals Boeddha’s leven en lering in de wereld, stralen uit op alle wezens, zowel van zijn eigen tijd als van de eeuwen na hem. We zijn immers op onherroepelijke en eindeloze manier allen met elkaar verbonden; onze bestanen zijn aaneengeklonken tot een allesomvattend net van ‘levende’ en ‘niet-levende’ wezens.

Het voorbeeld van de Boeddha en de directe werkzaamheid van zijn mededogen zijn op elk moment daar om ons te beïnvloeden. Wanneer onze onbewuste goede daden hun vrucht dragen onder de vorm van een ontvankelijke geestesgesteldheid wordt het mededogen van de Boeddha aanvoelbaar.

In één van zijn brieven schrift Shinran:

“Wat Uitwendige Kracht genoemd wordt, komt erop neer te zeggen dat er geen onderscheid meer gemaakt wordt tussen dit en dat.”

Aangezien de Uitwendige Kracht in zichzelf reeds niet-discrimineren is, wordt duidelijk dat al wie zou beweren “ik heb ze” of “ik heb ze niet” onvermijdelijk ze niet bezit. Bovendien, vermits de menselijke geest opgebouwd is uit discriminatie, onderscheid en berekening, kan een helder beschouwen van de aspecten van de Uitwendige Kracht zeker niet op een succes uitlopen. Toch dienen we te verstaan dat de Uitwendige Kracht niet zo maar één of andere metafysische kracht is die we niet kunnen waarnemen noch beschrijven. De Uitwendige Kracht verschijnt aan onze geest als de Kracht van het niet-discrimineren.

Deze Uitwendige Kracht spruit voort uit de geloften van de Boeddha. Ze voert ons naar het Ontwaken van het Vertrouwen, welke op zijn beurt dan weer de oorzaak is van onze geboorte in het Leedloze.

Shinran schrijft:

“De Uitwendige Kracht is de kracht van de Principiële Gelofte van de Tathāgata.”

De Uitwendige Kracht kunnen we dus omschrijven als de kracht die uitgaat van Boeddha’s volbrachte Gelofte: dat hij de Verlichting enkel wou bereiken indien deze Verlichting voor alle andere wezens ook verwezenlijkbaar werd.

Ekō 6

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home