Het Karma

“Karma” is een Sanskriet woord afgeleid van de stam “kri”, wat ‘doen, maken’ betekent. Letterlijk betekent karma “handeling”.

Het karma in de breedste zin is in het heelal werkzaam als de doorlopende keten van oorzaken en gevolgen, Het is echter niet beperkt tot een oorzakelijkheid in de fysische zin van het woord, maar omvat ook (en dit is van groot belang voor onze uiteenzetting!) morele gevolgen. “Een goede oorzaak, een goed gevolg; een slechte oorzaak, een slecht gevolg” is hiervan de alledaagse verwoording. In deze zin is het karma een morele wetmatigheid.

Alle wezens, dus ook de mensen, geven voortdurend fysische en geestelijke krachten (energieën) aan hun milieu, in de ruimste zin dus ook aan het heelal, af. In de fysica leren we dat er nooit energie verloren gaat: dat is de wet van behoud van energie. De energie verandert enkel van vorm. Op gelijkaardige wijze kan men zeggen dat ook de geestelijke, mentale energie nooit verloren gaat. Ook zij wordt omgezet. Men kan bijgevolg de Karma-wetmatigheid beschouwen als de wet van behoud van de morele energie.

Door zijn daden, zijn woorden, zijn gedachten straalt de mens zijn spirituele energie uit in het heelal. Maar op zijn beurt is hij dan ook onderhevig aan de energieën die over hem uitgestraald worden. Hij is dus tegelijkertijd zender en ontvanger van dergelijke karmische beïnvloedingen. Men kan stellen dat zijn gehele omgeving, zijn moreel milieu, zijn karma uitmaakt.

Bij elke karma-invloed die hij uitoefent en gelijktijdig ondergaat, verandert de mens. Deze constant veranderende persoonlijkheid vormt samen met de wereld waarin hij leeft, de totaliteit van zijn karma.

Laten we het karma vooral niet verwarren met ‘noodlot’. Noodlot is het begrip dat het leven van de mens door een of andere uitwendige macht voor hem uitgestippeld is geworden en dat de mens dus geen controle heeft over zijn lotsbestemming. Het Karma staat niet onherroepelijk vast, maar is voortdurend veranderlijk. Aangezien de mens een bewust wezen is, kan hij zich rekenschap geven van zijn karma en streven naar een verandering van zijn lotsbestemming. In het Dhammapada lezen we overduidelijk: “Al wat we zijn is resultaat van hetgeen we gedacht hebben, van hetgeen op onze gedachten gegrond is, van hetgeen uit onze gedachten opgebouwd is.”

Wat we zijn is dus volkomen afhankelijk van hetgeen we denken, voelen, gewaarworden. De adel van een karakter hangt af van de adel van de gedachten, woorden, daden die een mens stelt. Koestert een mens onwaardige gedachten, dan oefenen deze gedachten onvermijdelijk een invloed uit op zijn handelingen en woorden.

De wereld

Traditiegetrouw leert het Boeddhisme het bestaan van tien bestaanniveau’s. Bovenaan staat de Boeddha. In waardigheid afdalend heeft men achtereenvolgens de Bodhisattva (een Boeddha in wording), de Pratyeka-Boeddha (een Boeddha ‘op zichzelf’), de Sravaka (direct discipel van de Boeddha), de hemelse wezens (bovenmenselijke bestaansvormen: ‘goden, enz.’), de menselijke wezens, de demonen (Asura’s b.v.), de dieren, de hongergeesten en de hellewezens.

Deze tien niveaus dient men niet op te vatten als vaste objectieve werelden. Het zijn veeleer mentale en geestelijke toestanden die geschapen worden door het menselijke denken, door zijn handelingen en zijn woorden. Met andere woorden: het zijn psychologische werelden. Deze tien niveaus zijn “aan elkaar immanent, bevatten elkaar, zodat elk van de tien niveaus ook in zich de negen andere niveaus bevat”. Zo bijvoorbeeld omvat het menselijke bestaansniveau ook de negen andere, vanaf de hel tot het Boeddhaschap. De mens kan dus zowel uiterst zelfloos, onzelfzuchtig zijn, maar ook egoïstisch zijn eigen hel verwerkelijken. Hij kan volmaakt meedogend zijn, waarbij hij het mededogen-niveau van de Boeddha weerspiegelt.

Ook de Boeddha omvat de negen andere bestaansniveaus. Dat hij bij machte is hellewezens te redden, dankt hij aan het feit dat zijn geest ook de diepste hel omvat, dat hij zich kan identificeren met hun lijden en ze naar de Verlichting kan leiden.

Een les

Uit deze lering van de wedergeboorte in de Boeddhistische zin kunnen we een waardevolle les trekken.

Op welk bestaansniveau speelt zich nù ùw leven af? Als U belust bent op macht, hunkert naar vervulling van al uw begeertes, staat op zelf-erkenning, dan leeft U in de wereld van de Preta’s, de miserabele spookgeesten wier honger nooit verzadigd kan worden. Wordt U enkel geleid door de passies van het menselijke lichaam, dan verloopt uw bestaan in het rijk der dieren.

Overweeg dus in alles uw bedoelingen en motiveringen. Tracht er steeds aan te denken dat de mens zich bevindt in het midden van de schaal van de tien bestaansniveaus: hoe gemakkelijk kan hij zich niet verheffen of verlagen. Hij kan plots of geleidelijk aan in de hel afdalen, maar hij kan zich ook door inspanning en oplettendheid opwerken, in zich het Vertrouwen wekken dat leidt naar de Verlichting van de Boeddha’s.

(Rev. T. Tsuji is nationaaldirecteur van het Bureau of Buddhist Education van de Buddhist Churches of America.)

Ekō 6

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home