Geloofspunten In Het Shin-Boeddhisme - VI

Rev. Prof. Zuiken Saizo INAGAKI

(138)

De ideale godsdienst zou redelijk, waarheidsgetrouw en gemakkelijk te beoefenen moeten zijn; Het Geloof zou de mens vlug en zeker moeten Verlichten.

(139)

Bidden tot een God of goden om in dit leven gelukkig te zijn, dat is bijgeloof. Dergelijke onredelijke godsdiensten zijn simplistisch.

(140)

De Reine Overgave in het Shin-Boeddhisme transcendeert weliswaar moraliteit - goed en kwaad -, maar toch leert het de mensen morele wetten te eerbiedigen zolang ze in deze wereld leven.

(141)

Moraliteit en godsdienst zijn enerzijds volkomen gescheiden, maar de moraliteit wortelt in de Overgave; daarom zijn ze anderzijds toch één en hetzelfde.

(142)

Hoe hard we ons ook inspannen het goede te doen, worden wij, zondaars, er toch toe gebracht tegen onze wil in, het kwade te doen. Daar zouden we beschaamd om moeten zijn! Shin-Boeddhisten zouden dag en nacht berouw moeten hebben, en dag en nacht de Verhevene Amida prijzen.

(143)

Wij mensen zijn zelfzuchtig. Hoewel we weten dat het goed is onze vijanden te beminnen, beminnen we onszelf toch het meest.

(144)

De Boeddha leerde ons de Hemel (God of goden) niet te aanbidden, maar hij heeft ons niet geleerd onze vijanden te haten. In de ogen van de Boeddha bestaat er geen vijand. Als Boeddhisten dienen we op gelijke wijze Boeddhisten en niet-Boeddhisten te beminnen, want men heeft ons geleerd dat alle mensen broeders zijn. Zelfs ketters zullen in de toekomst Boeddha’s worden!

°°°   °°°   °°°

(145)

Boeddhisten zijn geen afgodendienaars. Zij huldigen beelden van Boeddha’s en Bodhisattva’s, maar zij vereren de Boeddha’s en de Bodhisattva’s doorheen die beelden. In het Boeddhisme getuigen die beelden van een zeer verheven kunstvorm: de uitdrukking van het vertrouwen, vrij van subjectiviteit en discriminatie. De beeldencultus van onderontwikkelde volkeren is vanzelfsprekend te verwerpen.

(146)

Het Shin-Boeddhisme leert ons dat het beter is een schildering of tekening van Amida te huldigen dan een standbeeld; dat het beter is de Naam Namu Amida Butsu te huldigen dan een tekening of schilderij! De Naam en Amida zelf zijn één en hetzelfde.

(147)

De Protestanten vereren nooit afbeeldingen, maar in de Rooms-Katholieke Kerk wordt de afbeelding van de Maagd Maria het meest vereerd. Welk van beide houdingen voor Christenen juist is, weet ik niet. Maar wel denk ik dat het voor gewone mensen vaak moeilijk is de Boeddha of God of de Maagd Maria te huldigen zonder daarbij gebruik te maken van een afbeelding. Ieder weet wel dat God Geest is, maar wanneer de meeste mensen God aanbidden, moeten zij in hun geest een soort van “geestelijk beeld” hebben. Zij zeggen dat God “Geest” is en kunnen daarbij ook niet verstaan wat “Heilige Geest” e.d.m. betekent. In de Zen-tempels huldigt men elke dag beelden en afbeeldingen, maar in werkelijkheid aanbidden ze geen enkele Boeddha, vermits de Zen-aanhangers geloven dat de Boeddha overal is en dat alles Boeddha is.

(148)

Amida legde de Gelofte af alle wezens te verlossen door middel van zijn Naam of door zijn Gelofte-Kracht.

(149)

De verdienste en de deugdzaamheid van de Naam, de Gelofte-Kracht, is voor beginners in de Shin-leer werkelijk moeilijk te vatten. Alle levende wezens zijn in de situatie door Amida verlost te worden, d.i. door de verdienste en de werking van de Naam.

(150)

Het Shin-Boeddhisme is in werkelijkheid de religie van Amida’s Gelofte-Kracht.

°°°   °°°   °°°

(151)

Namu Amida Butsu is de Naam van Amida, maar de Namen van de Boeddha’s zijn even werkzaam als de Boeddha’s zelf.

(152)

Men vereert Amida’s Naam even goed als Amida.

(153)

Amida heeft drie Namen:
(1) Namu Amida Butsu,
(2) Namu Fukashigiko Nyorai en
(3) Kimyo Jinjippo Mugeko Nyorai.

In letterlijke vertaling:
1. Hulde aan de Oneindige Boeddha,
2. Hulde aan de Verhevene van het Oneindige Licht,
3. Ere zij de Verhevene van het in de tien richtingen Ongehinderde Licht.

Namu (of Namo) betekent zoveel als:
1. Hulde, verering;
2. Een Leven aan de Boeddha wijden;
3. Gevolg geven aan de Roep van de Boeddha.

in het Shin-Boeddhisme wordt de klemtoon gelegd op de derde betekenis, waarbij dus “Namu” neerkomt op “Gevolg geven aan de Roep van de Boeddha”.

(154)

Amida’s Roep is tot alle mensen gericht: “Kom naar mij toe. Ik bescherm U. Weest niet bevreesd in het water van de Begeerte of In het vuur van de Woede te vallen.”

(155)

De Reine Overgave is niets anders dan Amida’s Roep te horen en te volgen. In deze volgzaamheid is er geen plaats voor subjectiviteit, voor berekening, voor twijfel.

(156)

Amida’s Roep involgen (de Overgave) is niets anders dan de kracht van Zijn Roep: Amida’s niet-omschrijfbare Wijsheid en Liefde.

(157)

Shin-gelovigen bidden nooit tot Amida, vragen hem niets. Het is hun ontraden tot een God of goden, ja zelfs tot een Boeddha of Bodhisattva te bidden.

(158)

Het Shin-Boeddhisme is de enige godsdienstvorm waarin er geen individuele gebeden zijn en waarin de moraliteit getranscendeerd wordt.

(159)

Het Christendom is een “morele Godsdienst” en een “individuele godsdienst”, dan wanneer het Shin-Boeddhisme over het zedelijk gedrag heenstapt en daarbij een

“universele godsdienst” is. Door “individuele godsdienst” versta ik een godsdienst waarvan de gelovigen individueel tot een god of goden bidden en waarbij de persoonlijke geloofsovertuigingen verschillen.

(160)

Namu Amida Butsu vertegenwoordigt de Boeddha Amida. Alle waarheden, alle verdiensten en alle werkzaamheden van Amida zijn erin inbegrepen. Amida betekent daarbij de “Boeddha van het Oneindige Licht en van het Oneindige Leven”, d.i. de Boeddha van Absolute Wijsheid en Liefde.

(161)

Van elke Boeddha wordt gezegd dat hij drie “lichamen” heeft: Dharma-kāya (Het Lichaam van de Leer, van de Wet, van de Waarheid), Sambhoga-kāya (het Lichaam van Verdienste) en Nirmāna-kāya (het Lichaam van Verschijning).

(162)

De Overgave is niets anders dan de Kracht van Namu Amida Butsu; de Geboorte in het Reine Land is niets anders dan de verdiensten van Namu Amida Butsu; de essentie van het Reine Land is Namu Amida Butsu; alle waarheden van het grote heelal zijn belichaamd in Namu Amida Butsu.

(163)

De Jōdo-school zegt dat de Nembutsu (het uiten van de Naam) het Juiste Karma (de Juiste Daad) is voor Geboorte, maar de Shin-School leert dat de Overgave (of de Geest die één is) de ware oorzaak van de Geboorte is.

Daarom geloven de Shin-Boeddhisten dat:
1. de Geboorte een gave van Amida is;
2. de Geboorte via de Naam bereikt wordt;
3. de Geboorte via de Gelofte-Kracht verwezenlijkt wordt;
4. de Geboorte via de Reine Overgave verwezenlijkt wordt.

(165)

Amida Buddha, de Naam, de Gelofte-Kracht èn de Overgave zljn niet van elkaar in essentie verschillend.

(166)

De Overgave is niets anders dan de permanente gedachte van Amida’s Gelofte-Kracht (of Naam, of Wijsheid en Liefde van Amida).

Ekō 7
Geloofspunten In Het Shin-Boeddhisme

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home