Hoogtepunten Uit De Boeddhistische Kanon - II

Onder deze hoofding brachten we in ekō 5 de vertaling van het Mettā-sutta, uit de Theravāda-kanon.

Nu brengen we een typische Mahāyāna-tekst uit de reusachtige verzameling van de Prajnāpāramitā-sūtra’s. Prajnāpāramitā betekent de “Volkomenheid van de Wijsheid”. De zin ervan is het transcenderen van alle begrippen die normaal in tegenstellingen of tegengestelden worden uitgedrukt, maar die in het Licht van de Leer alle vorm van discriminatie afleggen. Filosofisch wordt de Prajnāpāramitā-lering in essentie uiteengezet in het werk van Nāgārjuna.

De hier vertaalde tekst is de Prajnāpāramitā-hridaya-sūtra, titel die we hier vertalen als Leerrede van het Hart van de Volkomenheid van de Transcendente Wijsheid. Deze tekst is in verschillende versies in het Sanskriet, het Tibetaans en het Chinees bewaard gebleven. In het Sanskriet is er een “lange” en een “korte” versie; deze laatste komt overeen met de Chinese tekst, terwijl de “lange versie” overeenstemt met de Tibetaanse vertaling, welke bovendien nog een “lofprijzing” als inleiding heeft. Volledigheidshalve geven we de langste versie, met aanduiding evenwel van de verschillende tekstbronnen.

(Tib.) Lofprijzing

Ere zij de Transcendente Wijsheid die woorden, gedachten en lofprijzing te boven gaat, wier zelfnatuur, evenals de ruimte, noch voortgebracht noch vernietigd wordt; welke een toestand van wijsheid en zedelijkheid is, duidelijk voor het innerlijke bewustzijn, en welke de Moeder is van alle Verhevenen van het verleden, het heden en de toekomst.

(Lang Sansk. & Tib .)

Aldus heb ik gehoord.

Eens verbleef de Verhevene te Rājagriha op de Gierenberg, met een groot aantal monniken en Bodhisattva’s.

Te dien tijde nu was de Verhevene, na een diepe uiteenzetting te hebben gegeven van de leer genaamd Diepe Verlichting, verzonken in geestesconcentratie.

Ook was tezelfdertijd de Mahāsattva Bodhisattva Avalokiteshvara bezig met het beoefenen van de Transcendente Wijsheid en

(alle versies)

neerschouwend van omhoog, nam hij enkel de vijf groepen van bestaansverschijnselen waar en zag hij dat deze alle leeg waren in hun zelfnatuur.

Toen sprak de Eerwaarde Sāriputra, door de macht van de Boeddha, tot Avalokiteshvara Mahāsattva Bodhisattva aldus:

Wat moet een edele zoon of dochter leren om zich te kunnen oefenen in de diepe Transcendente Wijsheid? Daarop zegde Avalokiteshvara Mahāsattva Bodhisattva tot de Eerwaarde Sariputra:

Een edele zoon of dochter die zich wil oefenen in de diepe Transcendente Wijsheid moet als volgt denken:

(Lang Sankr. & Tib.)

De Vier Edele Waarheden volgens de tweede wenteling van het Rad van de Leer

(alle versies)

Er zijn vijf groepen van bestaansverschijnselen en deze zijn alle vijf in hun zelfnatuur leeg.

Hier, o Sāriputra, is lichamelijkheid leegheid en leegheid is lichamelijkheid; lichamelijkheid verschilt niet van leegheid en leegheid verschilt niet van lichamelijkheid; wat ook maar lichamelijkheid is, dat is leegheid; wat ook maar leegheid is, dat is lichamelijkheid.

En hetzelfde geldt voor de gevoelens, de waarnemingen, de wilsvormingen en het bewustzijn.

Hier, o Sāriputra, zijn alle bestaanselementen gekenmerkt door leegheid; ze worden niet voortgebracht noch vernietigd; ze zijn noch bezoedeld noch onbevlekt, noch volledig noch onvolledig.

Daarom, o Sāriputra, is er in de leegheid geen lichamelijkheid, geen gevoelen, geen waarnemen, geen wilsvorming, geen bewustzijn;

geen oog, geen oor, geen neus, geen tong, geen lichaam of geest; geen kleur, geluid, geur, smaak, tastbaarheid of denkobject; geen wereld van zien, van horen, ruiken, proeven, tasten of denken;

daar is geen weten, geen onwetendheid, geen vernietiging van weten, geen vernietiging van onwetendheid, en zo met alle schakels van de keten der oorzakelijkheden, tot: daar is geen verval en geen dood, geen vernietiging van verval en dood.

Daar is geen lijden, geen oorsprong van lijden, geen opheffing van lijden en geen Pad dat tot de opheffing van lijden voert.

Daarom, o Sāriputra, verblijft een Bodhisattva zonder verwervingszin en toegewijd aan de Transcendente Wijsheid, vrij van de beletselen van de geest. En daar hij vrij is van de beletselen van de geest, is hij onverschrokken en staat hij boven verwarring, uiteindelijk Nirvāna genietend.

Alle Boeddha’s van het verleden, van het heden en van de toekomst ontwaken tenvolle tot de uiterste, juiste en volledige Verlichting omdat zij de Transcendente Wijsheid waren toegewijd.

Daarom behoort men te weten dat de Transcendente Wijsheid de grote mantra is, de mantra van grote wetenschap, de hoogste mantra, de onvergelijkelijke mantra die alle lijden uitdooft, de waarachtige mantra dit niet bedriegt.

Dit nu is de mantra verkondigd in de Transcendente Wijsheid:

OM GATE GATE PĀRAGATE PĀRASAMGATE BODHI SVĀHA

(Chin.) Chieh-ti chieh-ti po-lo-chieh-ti po-lo-sêng-chieh-ti p’u-t’i-an-p’o-ho

(Tib.) tad-tya-tha-’ga-te para san-ga’te bode svaha

(Ned.) Gegaan, gegaan, overgestoken naar de andere oever, aangekomen op de andere oever, Verlichting! Heil!

(Lang Sansk. & Tib.)

Op deze wijze, o Sāriputra, behoort een Bodhisattva te onderrichten in de studie van de diepe Transcendente Wijsheid.

Toen dan verrees de Verhevene uit zijn geestesconcentratie en gaf zijn instemming te kennen aan Avalokiteshvara Mahāsattva Bodhisattva, zeggende:

Wel gedaan, wel gedaan, edele zoon! Zo is het, edele zoon!

Zo inderdaad behoort de studie van de Transcendente Wijsheid verricht te worden. Zoals het door u is beschreven, wordt het toegejuicht door de Arahants en de Tathāgata’s.

Zo sprak de Verhevene. Opgetogen was de Eerwaarde Sāriputra.

Avalokiteshvara Mahāsattva Bodhisattva tezamen met de gehele vergadering en de werelden van goden, mensen, demonen en hemelwezens, zij allen prezen de toespraak van de Verhevene.

Aldus eindigt het Hart van de Transcendente Wijsheid.

 

(Ned. naar J.Kunkeler)

 

Ekō 7
Hoogtepunten Uit De Boeddhistische Kanon

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home