Oorspronkelijke Gelofte En Nembutsu

Door Kenryu T. Tsuji

Voorzitter van de Buddhist Churches of America

 

De Grote Sūtra van het Reine Land (Mahāsukhāvyūhasūtra) geeft ons het verhaal van Bodhisattva Dharmakara die 48 grote geloftes aflegde en eindeloos lang mediteerde en streefde om al deze geloften te vervullen. Van deze 48 geloften is de 18de veruit de belangrijkste, vermits het hierin is dat Dharmakara zijn wil uitdrukte alle wezens tot het heil te brengen. Deze gelofte luidt als volgt: “Wat betreft mijn verwezenlijken van het Boeddhaschap, zo alle wezens in de tien richtingen die een oprecht gemoed hebben, diep vertrouwen koesteren en verlangen in mijn land geboren te worden, mijn Naam al is het maar tien maal herhalen, niet in mijn Land zouden geboren worden, moge ik dan de Uiteindelijke Verlichting nooit verwezenlijken.”

Het is door de vervulling van deze 48 geloften dat Bodhisattva Dharmakara geworden is tot Amida Buddha, de Boeddha van het Oneindig Licht en van het Oneindige Leven.

Amida Buddha is een manifestatie in menselijke gedaante van de Wereldwaarheid, waarbij zijn geloften, en in het bijzonder de achttiende, een actieve uitdrukking is van zijn Groot Mededogen.

Het bewuste of onbewuste einddoel van alle Levende wezens is elke vorm van illusie te overwinnen en de Verlichting te bereiken. Alle Boeddhistische scholen en strekkingen hebben ditzelfde einddoel van de Verlichting, maar ze verschillen onderling door hun methodes om deze Verlichting te verwezenlijken.

De richtingen die meditatie beklemtonen vragen dat de mens diep zou mediteren en zijn geest zo zuiver mogelijk zou maken, even zuiver als de geest van de Boeddha zelf.
De scholen die nadruk leggen op praktijken en goede werken, vragen dat de mens door zijn goede handelingen karmische verdiensten zou opstapelen en deze tot volmaking zou brengen.
Bij deze beide methodes komt het erop neer dat de mens op eigen kracht zijn voorraad verdiensten zozeer zou verhogen dat hij het Boeddhaschap kan bereiken.

Daartegenover staat dat Amida’s Oorspronkelijke Gelofte niet terugslaat op de wezens die vermogen en kracht genoeg hebben om te mediteren of de “goede werken” te beoefenen. De Oorspronkelijke Gelofte betreft die wezens waarvan de mogelijkheden van religieuze praktijken zo beperkt en zo zwak zijn dat die wezens er nooit op moeten hopen op eigen kracht het Boeddhaschap te realiseren.

Het was (en is) precies voor deze wezens dat Amida Buddha, met het oog op de religieus ellendige toestand van de mens, zijn 48 geloften aflegde en in het bijzonder de al-meedogende achttiende gelofte: de Oorspronkelijke Gelofte.

Toch dient gezegd dat ook Zijn meditatie en Zijn praktijk onvoldoende zouden zijn als niet zijn essentiële goedheid, resultaat van zijn streven in mededogen, er niet in zou slagen het hart van alle wezens te raken.

Daarom legde Amida alle resultaten van zijn Liefdewerk in de Naam Namu Amida Butsu, de Nembutsu.

Daarom kan men zeggen dat deze Nembutsu de belichaming Is van reinheid, waarheid, goedheid, schoonheid, wijsheid en vrede. Met andere woorden: Namu Amida Butsu belichaamt alle hogere waarden die wij als mensen kunnen kennen, maar ook de voor ons onkenbare eigenschappen die Amida in Zijn oneindig lange periode van meditatie en praktijk wist te verwerven.

Om met alle wezens in innig verband te komen, schonk hij zijn Naam als een vrome gave aan alle wezens, zonder enige tegeneis, zonder enige voorwaarde te stellen en gelijkelijk voor allen. De levende wezens in alle hoeken en kanten van het heelal horen in zich zijn Naam en aanvaarden hem met een eenvoudig, vertrouwend hart: het hart van de Overgave. Amida’s hart en de harten van alle wezens worden op deze wijze één. Dit feit is de ware verzekering van ons heil: de geboorte In het Reine Land, dat het Nirvāna is.

Maar hoe komt het dat de mens, die deze grote, diepe, oprechte Overgave (shinjin) in zich heeft, niet meteen ook in dit leven de Verlichting verwezenlijkt? Het antwoord op deze vraag ligt in de menselijke natuur. De mens “zit” immers in dit aardse lichaam, onderworpen aan de talloze fysische en geestelijke beperkingen. Zo lang de mens een relatief, onvolmaakt wezen blijft, kan hij geen Absolute Boeddha worden die in elk opzicht volmaakt is.

Daarom is het zo dat de verzekering van het Boeddhaschap in dit leven geschonken wordt, terwijl de feitelijke verwezenlijking van het Boeddhaschap de Geboorte in het Reine Land is. Vandaar dat we in de Shin-belijdenis lezen: “Wij vertrouwen op Tathagata Amitabha met gans ons hart voor de Verlichting in het komende leven.”

Het uitspreken van de Nembutsu - Namu Amida Butsu - = Ik stel mijn vertrouwen in Amida Buddha, is de uiterlijke, verbale uitdrukking van dankbaarheid voor de verzekering van het komende heil. Deze dankbetuiging voor Amida’s Mededogen wordt een vitale, spirituele kracht in het leven van iedereen die het Pad van de Nembutsu bewandelt!

Ekō 8

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home