Wijsheid

Hoewel het Absolute Boeddhaschap onvatbaar is, kunnen we het toch twee bijzondere aspecten toeschrijven, waarvan de inhoud voor ons een steeds rijker wordende betekenis krijgt: Wijsheid en Mededogen. Weliswaar leert de Boeddhistische filosofie ons dat die twee aspecten onafscheidelijk zijn: dat Wijsheid meteen Mededogen inhoudt čn betekent, en dat het Grote Mededogen (mahākaruna) wortelt in de transcendente Wijsheid.

Bovendien moeten we er ons goed rekenschap van geven dat Wijsheid zoals die aan de Boeddha (en aan het Boeddhaschap, wat ongeveer het zelfde is) toegeschreven wordt, volkomen verschillend is van hetgeen voor wijsheid doorgaat op menselijk vlak. Dit artikel wil een benadering zijn van dit verschil, maar het heeft niet de pretentie hiermee dit onderwerp uit te putten!

Ofschoon het begrip “wijsheid” ons vertrouwd aandoet, kan men zich de vraag stellen hoevelen onder ons erin zouden slagen een iet of wat gelukkige bepaling van deze term te geven.

Wat bedoelen we eigenlijk wanneer we van iemand zeggen dat hij “wijs” is? Laten we proberen vanuit ons “gewone” gebruik het begrip “wijs” beter te om schrijven.

Wanneer we aan een mens “wijsheid” toekennen, dan houdt dat vaak in dat we die mens als “geleerd” beschouwen. Toch voelen we onmiddellijk aan dat die geleerdheid op een speciaal niveau ligt: niet enkel “geleerd” in de zin van een grote intellectuele bagage te bezitten of erg gespecialiseerd op een bepaald gebied te zijn, maar ook “geleerd” door het leven, d.i. ervaren, bezonnen.

Bovendien: ook al is een mens nog zo geleerd in de breedste zin van het woord, “wijs” is hij niet zolang hij die “geleerdheid + menselijke ervaring” niet in de praktijk omzet. In ons zoeken naar een bepaling, betekent een juiste toepassing van het “geleerde” een noodzakelijke factor.

We komen op deze wijze tot een omschrijving waarbij “wijsheid” als de samenvloeiing is van verworven kennis en toepassing ervan.

Als we de zaak zo bekijken, dan moeten we de mogelijkheid zien onszelf toch “wijs” te noemen. Nemen we b.v. onze kennis van het lezen: wij weten hoe we kunnen lezen, door letters en woorden te ontcijferen, - en die kennis kunnen we ook toepassen. We slagen er immers in ook teksten te lezen die niet voorkomen in ons leerboekje “Vlot Lezen”. Slagen we er niet in onze verworven leeskennis toe te passen, dan zijn we niet “wijs” wat het lezen betreft. Kunnen we onze leeskennis algemeen toepassen, dan zijn we “wijs” - of alleszins “wijzer” dan iemand die ongeletterd is.

Vanaf het moment van onze geboorte, hebben we voortdurend ons “weten” vergroot. We zijn dus “wijzer” geworden. De hoeveelheid verworven kennis is dus ook een maatstaf voor iemands wijsheid. Dat leidt ons tot de veronderstelling dat iemand die veel boeken gelezen heeft, “wijzer” is, dat zijn geest rijker is en dat hij zich verstandiger gedraagt. Ook dat een persoon die veel meegemaakt heeft “wijzer” zou zijn dan een analfabeet of een onervaren persoon.

Toch zijn dat niet de enige normen die we kunnen gebruiken om iemands wijsheid te omschrijven. Ook de grondigheid van een kennis is determinerend, vaak zelfs méér dan de hoeveelheid of de uitgebreidheid. We zouden het zo kunnen zeggen dat wanneer de hoeveelheid kennis in breedte uitgedrukt wordt, dan betekent de grondigheid van een kennis de diepgang. Beide dimensies zijn nodig willen we vorm geven aan ons menselijk begrip “wijsheid”.

Trachten we dit te verduidelijken met een voorbeeld.

Een geleerde bedrijvig op gebied van kernfysica kan zijn vak door en door kennen, maar heeft geen begrip van tuinbouw, behangen of koken. Zijn kennis is bijgevolg diep, maar niet breed.

Een handelsreiziger die nu stofzuigers verkoopt, maar daarvoor werkzaam was voor een merk van koffie, voor bouwmaterialen, voor auto’s, enz. , zal een ruimer gebied van kundigheden hebben: hij zal iets afweten van tapijtenschoonmaak, koffiezetten, knutselen aan de auto, enz., maar niets van dat alles kent hij grondig. Zijn wereld van kennis is uitgebreid, maar heeft geen diepgang.

Vanzelfsprekend zullen we ons hier onthouden aan die verschillende opvattingen van kennis een waarde-oordeel te verbinden. We willen hier niet zeggen dat de breedte beter is dan de diepte of dat de geleerde kernfysicus “wijzer” is dan onze stofzuigerverkoper.

Wčl komen we tot de vaststelling dat we in beide gevallen te doen hebben met een kennis die beperkt is. De kennis zowel van de geleerde als van de handelsreiziger is onvolledig.

Maar zolang we menselijke wezens blijven, zal onze kennis onvolledig zijn! We zijn niet in staat alles te kennen, alles ervaren te hebben. Er ligt oneindig meer buiten ons kennisvermogen dan alle ervaring, geleerdheid of “wijsheid” die we in een mensenleven kunnen opdoen.

De wijsheid van de mens is dus een beperkte, relatieve wijsheid.

Laten we nu, na tot op zekere hoogte de “wijsheid” van de mens beschouwd te hebben, overgaan naar de Wijsheid van de Boeddha.

Bij bepaling betekent “Boeddha” de Volledig Verlichte (sammāsambuddha). Dat houdt in dat, om een Boeddha te zijn, men dient te beschikken over een wijsheid die volledig is, die geen begrenzingen heeft. Wanneer we ons nu de menselijke wijsheid voorstellen en die in de breedte en in de diepte uitstrekken tot in het oneindige, dan bekomen we hiermee een illustratie van de volledigheid, de volmaaktheid van de Wijsheid van de Boeddha.

Net zoals we een degelijk begrip van hogere wiskunde moeten hebben, willen we iets begrijpen van Einsteins Relativiteitstheorieën, evenzo is het noodzakelijk het door de Boeddha aangeduide Pad te bestuderen maar ook te bewandelen en in zijn dagelijkse leven toe te passen, willen we er ooit in slagen de Wijsheid van de Boeddha te vatten.

Wat is de hoofdzaak van dit Boeddhistische Pad? Voornamelijk dit: we moeten alle vertrouwen in ons eigen begrensde, machteloze want illusoire “zelf” opgeven en volledig opgaan in de Grote Wijsheid van de Boeddha.

Is dit volbracht, dan wordt onze menselijke “wijsheid” één met de Wijsheid van de Boeddha. Op die wijze begrijpen we dan niet enkel de Grote Wijsheid, maar worden wij zelf het Boeddhaschap deelachtig.

(naar “Program of Studies, door de leraars van de Toronto Buddhist Religious School, herwerkt door Takashi Tsuji)

Ekō 9

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home