Hoogtepunten Uit De Boeddhistische Kanon – IV

De achtste Abt van de Hongwanji, Rennyo Shōnin, wordt beschouwd als de ware organisator van de Shin-School. Het is aan hem te danken dat de Hongwanji van een onaanzienlijke tempel uitgegroeid is tot de Grote stroming die hij nu nog steeds in Japan is. Rennyo Shōnin kon dit resultaat bereiken dank zij een onophoudelijke activiteit tot op zijn 85ste jaar: reizen, prediken en ook brieven schrijven. Vele van die brieven over de Leer werden opgenomen in de Gobun-shō, een verzameling waaruit bij de meeste erediensten in de Nishi-Hongwanji een brief plechtig voorgelezen wordt.

De Gobun-shō maakt in strikte zin geen deel uit van de Kanon. Desondanks hebben we Brief nr.1 Monto Deshi no Shō (Hoofdstuk over lekenvolgelingen) hier opgenomen omdat deze brieven van Rennyo Shōnin behoren tot de levende religieuze praktijk; bovendien geeft Brief 1 een duidelijk beeld van de sfeer en van de stijl van de Achtste Abt.

Iemand heeft gezegd: “Er zijn er die beweren dat er in onze Jōdo-Shinshū een bepaalde mentaliteit is waarbij een priester de leken van zijn tempel gewoon kan beschouwen als zijn eigen discipelen. Anderen nog beweren dat de lekenvolgelingen alle moeten beschouwd worden als discipels van Amida Buddha en Shinran Shōnin. Ik versta niet goed hoe men tot dit onderscheid komt.

Bovendien zijn er mensen die beweren dat men de vorming van kleine lekengroeperingen best verborgen houdt voor de tempelpriesters. Anderen weer zeggen dat het beter anders is. Waarlijk, al die beweringen scheppen verwarring. Mag ik u eerbiedig verzoeken mij deze punten duidelijker te maken.

(Antwoord)

Ziehier wat, ik hierop antwoorden kan:

Begrijp goed dat deze punten alle zeer belangrijk zijn. Ik zal dan ook zo precies mogelijk weergeven wat ik er lang, heel lang geleden over gehoord heb. Luister aandachtig!

Bij de geschriften van de Shōnin (Shinran), leest men dat hij gezegd heeft: “Shinran heeft zelfs niet één discipel. De reden hiervoor is dat wanneer ik de Leringen van de Verhevene verkondig aan de levende wezens in de tien richtingen, ik enkel maar optreed als diens vertegenwoordiger. Daarom verkondig ik, Shinran, geen enkele nieuwe lering die van mij zou zijn. Doordat ikzelf zo sterk vertrouw op de Leringen van de Verhevene, doe ik niets anders dan die overbrengen naar anderen. Wat leer ik dan buiten het onderricht van de Verhevene dat mij aanleiding zou kunnen geven de mensen die naar me luisteren, mijn discipelen te noemen?”

We zouden allen datzelfde vertrouwen moeten hebben, hetzelfde pad bewandelen. Om deze reden, zegt de Shōnin (ere zij hem) dat wij allen broeders in hetzelfde vertrouwen en mede-reizigers zijn.

Nochtans zijn er, kortgeleden nog, enkele hoofdpriesters van tempels van onze school geweest voor wie de ware betekenis van het Vertrouwen niet geheel duidelijk is en die streng opgetreden zijn voor leden van hun tempelgemeenschap die elders deelgenomen hadden aan discussiegroepen over het thema “Vertrouwen”. Dit heeft dan geleid tot tweedracht. Zo komt het dat de priesters de ware betekenis van “Vertrouwen” niet zorgvuldig kunnen bestuderen. Ook de leken kunnen dit onderwerp niet bestuderen wanneer hun bijwonen van een discussiegroep hierover op dergelijke wijze belemmerd wordt.

Zo winnen de priesters geen Overgave, noch de leken, en het leven van beide groepen verloopt dan tevergeefs. Het wederzijds verlies voor groepen is groot, en het is erg moeilijk deze situatie zonder commentaar te laten. Waarlijk, het is een betreurenswaardige zaak!

In een oud gedicht, staat:

“Lang geleden, droeg ik het geluk gewikkeld in de vouwen van mijn mouw,
Nu is het meer dan mijn gehele wezen kan dragen.”

De betekenis van het eerste vers is dat voordien iemand die geen onderscheid kon maken tussen zelf-kracht en Ander-Kracht, meende dat de Geboorte kon verdiend worden door het reciteren van de Nembutsu.

Het tweede vers betekent dat wanneer iemand tot een juist begrip gekomen is van het verschil tussen zelf-kracht en Ander-Kracht en de Overgave verwezenlijkt heeft in éénheid en oprechtheid van geest, - dat er dan voor hem een reuzegroot verschil bij het reciteren van de Nembutsu is, nu enkel als uitdrukking van dankbaarheid voor het Mededogen van Amida Buddha. Daarom betekent dit geluk (zo sterk dat iemand zelfs in volledige overgave zou kunnen beginnen te dansen van vreugde) een vreugde die sterker is dan de gehele mens kan bevatten.

Met hoogachting, verblijf ik...

15de dag van de 7de maand van het 3de jaar van Bummei (1471)

Ekō 9
Hoogtepunten Uit De Boeddhistische Kanon

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home