Amida’s Mededogen

Mededogen is niet hetzelfde als medelijden.

Mededogen is een actief gevoel, daar waar ‘medelijden’ eerder moet gezien worden als een passieve, emotionele reactie op een pijnlijke gebeurtenis die aan anderen overkomen is.

Men zou ‘Mededogen’ eigenlijk het best nog kunnen omschrijven als het in zich opwekken van een gevoel van liefde en de gave van weldaad, ten opzichte van een voorwerp of een persoon.

Men kan ‘mededogen’ ook wel enigszins in verband brengen met het gevoel dat een moeder heeft ten opzichte van haar kind. Dat kind bedelt niet om liefde van zijn moeder; het is de natuurlijkheid van het moederlijke gevoel die oorzaak is van de liefde en van de zorg van de moeder voor haar hulpeloze kind.

Laten we even deze vergelijking voorttrekken. Kan men veronderstellen dat die moeder evenveel van alle andere kinderen zal houden als van haar eigen kind? Het antwoord op deze vraag is beslist “neen”. Wanneer andere kinderen in nood of in ellende zijn, zal die moeder misschien wel trachten hun lot te verbeteren of hun leed te verzachten, maar ze zal zich nooit zo inzetten als voor haar eigen kind.

We kunnen dus vaststellen dat hoezeer ook de moederliefde kan gebruikt worden als een typisch voorbeeld van mededogen gezien in onze wereldlijke verhoudingen, die liefde toch beperkt blijft tot het eigen kind. Deze liefde, dit mededogen is dus begrensd.

Bovendien is deze moederliefde onderhevig aan schommelingen en intensiteitsveranderingen naargelang de situatie waarin het kind zich bevindt. Zo zal op een zeker ogenblik, bv. als het kind stout geweest is, het gevoel van liefde overspoeld worden door een gevoel van wrevel of woede; op een ander ogenblik, b.v. als het kind ziek is, zal die liefde het sterkst tot uitdrukking komen.

Zo is het met elke vorm van menselijke liefde: met ups en downs, wisselend volgens de omstandigheden. We komen zo tot de bevinding dat er twee vormen van mededogen bestaan: een beperkt mededogen en een onbeperkt mededogen dat we evenwel op het menselijke plan niet (of ten hoogste slechts zeer, zeer zelden) aantreffen.

In het Reine-Land Boeddhisme onderscheidt men dan ook twee soorten van mededogen: het mededogen volgens het Pad van de Wijzen (Shodomon) dat het pad van de zelf-kracht is en het mededogen volgens het Pad van het Reine Land (Jodomon) dat het pad van Amida’s Kracht is.

Het mededogen volgens het Pad van de Wijzen gelijkt zeer erg op de liefde van een moeder tot haar kind. Het is een beperkt mededogen, dat als deugd beoefend wordt (in de dagelijkse praktijk, maar meer nog in de meditatie) door sommige Boeddhisten om het Boeddhaschap te verwerven. Deze Boeddhisten gevoelen scherp medelijden met de wezens die ze zien lijden en trachten geestelijk ervoor te zorgen. Het is echter zeer moeilijk voor alle wezens een even hoogwaardig gevoel van mededogen te ontwikkelen, hoezeer men zich ook in die zin inspant. Vaak blijft het bij een ernstig voornemen op gevoelsvlak. Hoe immers alle wezens met een gelijke intensiteit in éénzelfde liefde omvatten?

Een andere duidelijke illustratie van de problemen eigen aan het zelf-kracht mededogen, treffen we aan bij Leo Tolstoj, de beroemde Russische schrijver. Men weet dat hij eens besloot zijn geld aan de armen uit te delen. Nochtans, terwijl hij ermee begonnen was en nauwer contact had met de behoeftigen en de omstandigheden waarin ze leefden, kwam een ander gevoel in hem op: “In hoeverre ben ik rechtvaardig met hun mijn geld te schenken? En wat indien dit geld hen ertoe zou aanzetten een slechte daad te stellen?”. Hoewel deze beide gedachten oprezen uit zijn mededogend gemoed, leidden ze tot innerlijke conflictsituaties. Pijnlijk getroffen door het besef van zijn begrenzing, verliet Tolstoj verscheurd de plaats waar hij met zijn bedeling bezig was.

Net zoals voor Tolstoj, zo is voor ieder mens het mededogen een gevoel dat onvermijdelijk te pletter loopt op dergelijke tegenstrijdigheden, en beperkingen. Om mededogen te beoefenen zonder die tegenstrijdigheden of beperkingen, komt men waarlijk niet uit met mededogen volgens het Pad der Wijzen. Zo’n mededogen bevrijden van begrenzingen, gaat het menselijke vermogen te boven!

Helemaal anders is het mededogen volgens het Pad van het Reine Land! Want dit is het Grote Mededogen van de Boeddha Amida: zijn natuurlijke werking om alles en allen te verlossen uit de oceaan van lijden. Deze kracht is zo groot en dit inzicht is zo diep, dat er geen sprake meer kan zijn van tegenstrijdigheden, begrenzingen of misrekeningen. Het gaat hier om het absolute, niet-discriminerende mededogen dat op elk van ons werkzaam is.

Het Hoofdstuk IV van Tannisho is duidelijk in deze zin geschreven:

Er is een onderscheid tussen het mededogen van het Pad der Wijzen en het mededogen van het Pad van het Reine Land. Het Mededogen van het Pad der Wijzen is voor de wezens medelijden, medegevoel en bezorgdheid te voelen.

Maar het is ontzettend moeilijk de wezens te bevrijden zoals men het graag zou hebben.

Daartegenover staat het Medelijden van het Pad van het Reine Land, dat als volgt moet verstaan worden: vlug een Boeddha te worden, waarbij het uitspreken van de Nembutsu van belang is, en dan, in de geest van hek Grote Mededogen en de Grote Liefde, hiervan alle wezens te laten genieten.

Vermits het zo moeilijk is anderen te verlossen van het lijden zoals wij het willen, ongeacht van welke aard of hoe groot ons gevoel van medelijden in dit leven ook is, is zulk mededogen niet duurzaam. Het uiten van de Nembutsu is evenwel het enige duurzame gemoed van het Grote Mededogen. Aldus is gezegd geworden.

Dit betekent helemaal niet dat we in ons “gewone leven” niet naar mededogen zouden moeten streven. Maar we moeten naar mededogen streven zonder de bijgedachte dat we hierdoor ‘verdiensten verzamelen’ die ons nader hij het Nirvana (= het Reine Land) brengen. Elk gevoel, maar ook elke daad van mededogen moet uit zichzelf en voor zichzelf gesteld worden, niet met het oog op een of andere persoonlijke berekening. Ons kleine, beperkte mededogen kan voor de andere wezens van groot belang zijn, een steun in nood en ellende; maar vergeleken bij het Absolute Mededogen van de Boeddha is het slechts wat emotioneel gestamel!

Maar hoe komen we dan tot het besef dat het Grote Mededogen van de Boeddha bestaat? Moet men eraan of erin geloven gewoon omdat het ons zo gezegd en overgeleverd is geworden?

Het is niet Boeddhistisch iets te geloven gewoon omdat het overgeleverd is geworden. Alles in het Boeddhisme moet geëxperimenteerd, beleefd worden. Het vreemde land, waarover men gelezen heeft, dat moet men zelf bezoeken.

Om het Grote Mededogen te kennen, moet men zichzelf compleet en onvoorwaardelijk plaatsen midden in Amida’s grote liefdesstroom. Heeft men dat gedaan, dan wordt men onvermijdelijk bewust van het feit dat deze stroom, aangekondigd in de Oorspronkelijke Gelofte, geconcretiseerd in de Naam, gehoord als de Nembutsu en gevoeld als de grote overgave (shinjin) niets anders is dan het Grote Mededogen mahākarunā waarvan alle Sutra’s spreken.

Ekō 10

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home