Overgave En Discussies

Rev. Jack Austin

Hoewel het Shin-Boeddhisme zich in Japan ontwikkeld heeft en er gedurende veel eeuwen ter plaatse gebleven is, toch zijn de fundamentele ideeën ervan universeel. Ik geloof dan ook dat het zich kan aanpassen aan alle omstandigheden.

We zullen evenwel heel wat omzichtigheid, vindingrijkheid en integriteit aan de dag moeten leggen, willen we slagen in de dubbele opdracht Jōdo-Shinshū naar de mensen toe te brengen en het aan te passen aan de locale cultuurpatronen. Het is niet gemakkelijk een onderscheid te maken tussen hetgeen zuiver cultuur is of zelfs nationaal en hetgeen hart en nieren van de religie uitmaakt: de innerlijke kern ervan. Geduld en begrip zullen te allen kanten noodzakelijk zijn, maar de zaak is verwezenlijkbaar. In feite moet die zaak verwezenlijkt worden indien we willen uitgroeien van een minuscule groep gelovigen tot een dynamische kracht die instaat voor de verbreiding van het Reine-Land- Boeddhisme.

 

Het bijzondere genie van Shinran Shōnin bestond er in, in die troebele tijden 700 jaar geleden in Japan, de Dharma naar het gewone volk gebracht te hebben. Net zoals hij, zijn wij nu begaan met Boeddhisme voor al diegenen die geen bijzondere begaafdheden hebben voor discipline of geleerdheid en die dan ook geen aanspraken maken op een of andere vorm van heiligheid.

Het is zoals Shakyamuni Buddha het formuleerde: “mens die ook maar een heel klein beetje van de Leer kan voortvertellen, maar die in die Leer leeft, hij is een waar volgeling van de Verlichte.”

We moeten enerzijds onze verwezenlijkingen niet opblazen, maar anderzijds moeten we ook niet blijven weeklagen over onze tekortkomingen. Deze beide activiteiten zijn volkomen misplaatst, vermits ze ons op onszelf laten concentreren en dus een geraffineerde vorm van egoïsme zijn.

Laten we de blik liever van onszelf afhouden en naar de Boeddha kijken. “AL wat we zijn is het resultaat van hetgeen we gedacht hebben,” zegt het Dhammapada in zijn beginstrofe. De oorspronkelijke betekenis van NEMBUTSU (nen = denken; Butsu = Boeddha) is “denken aan de Boeddha”.

Wanneer we dan ook de Boeddha van het Oneindige Licht (Amitabha) en/of van het Oneindige Leven (Amitayus), die we kennen als “Amida”, in onze geest houden en voortdurend zijn Oneindig Mededogen en zijn Oneindige Wijsheid voor ogen houden, dan zullen we spontaan “dank je” zeggen via het gebruik van zijn Naam.

Zo komen we ertoe zijn Naam uit te spreken, de Nembutsu. De Japanners hebben in de loop der eeuwen het Sanskriet Namo’Mitabhaya Buddhaya via het Chinese Nan Wo Omito Fu omgevormd tot de vorm waarmee wij nu zo vertrouwd geraakt zijn NAMU AMIDA BUTSU, die we bij het plechtige reciet in de erediensten tot NAMANDABU samentrekken. Men kan dus wel zeggen dat de verwoording van de Naam fel veranderd is geworden! Ook voor ons bestaat de mogelijkheid zelfs de Naam in zijn verwoording beter aan te passen aan ons taal- en klankgevoel.

Dit is een houding van nederig aanvaarden in dankbaarheid. Op deze houding komt het aan. Daaruit vloeit op natuurlijke wijze de Naam van de Boeddha: Namu Amida Butsu, Namu Amida Butsu, Namu Amida Butsu… Het is de overgave aan de Naam, aan de gedachte aan de Boeddha, die van belang is. Men hoeft de recitering helemaal niet te tellen, want ook dàt zou de vergissing zijn te vertrouwen op de eigen-kracht, de zelf-kracht.

Het gekwelde menselijke hart geeft niets om de pietluttigheden van geleerde doctrinale disputen; noch is de moderne mens geïnteresseerd in de labyrinten van uiterlijke details. Ook wij, Shin-Boeddhisten moeten onze tijd er niet mee verspillen. Dat zou ons bovendien belachelijk maken in de ogen van onze tijdgenoten, onze betrouwbaarheid in het gedrang brengen en ons de kans ontnemen de essentie van de Jōdo-Shinshū bekend te maken.

 

Hetgeen waar de mensen naar uitkijken, dat is de boodschap die hun hoop en sterkte kan bieden, de gelofte van verlossing uit de misnoegdheden en smarten eigen aan deze wereld, en ook de verzekering van de uiteindelijke Verlichting. En net zoals in Shinrans dagen, is iets anders dan dat echt niet de moeite waard er de straat voor over te steken.

Wij moeten wijde perspectieven hebben, het gehele beeld overschouwen en ons nooit verliezen in details. Iedereen kent het gezegde: door de bomen het woud niet zien. Het is voor religieuze mensen jammer in trivialiteiten vast te lopen en de weidse pracht te missen. Laten we toch niet in deze valstrik lopen! Laten we steeds het ware doel voor ogen houden: de overgave aan, het geloof, het vertrouwen in Amida. Al de rest zal dan wel volgen.

We moeten elkaar in dit vertrouwen helpen, sterken, aanmoedigen. Dat is de belangrijkste verrechtvaardiging voor het bestaan van onze Gemeenschappen. Doen we dit waarlijk, dan zullen anderen duidelijker zien wat we zijn en wat we doen; zo zullen zij aangetrokken worden door het door Amida vrijelijk geboden heil.

Woorden zoals deze zijn nooit geschikt om spirituele waarden en ervaringen over te brengen. Soms kan poëzie heel wat meer zeggen dan een geleerde verhandeling, een glimlach meer dan een hele preek. Kunst, zowel schilderkunst, beeldhouwkunst, muziek, bloemenschikken of zelfs ruwe schetsen spreken vaak duidelijker dan vele woorden.

Maar boven alles staat het lichtende voorbeeld van een leven dat geheel doordrongen Is van de geest van de Dharma, een leven dat geleefd wordt in het licht van de Boeddha en dat daardoor zelf lichtend wordt voor de anderen. Niets minder dan dat moet ons doel zijn!

Ik wil besluiten met een citaat uit de werken van de grote moderne Shin-prediker, Rev. Saizo Inagaki:

“De Grote Overgave is niets anders dat de Naam met vreugde te horen. Vreugde klinkt in de stem zoals de Nembutsu. De Nembutsu is de Overgave, en Zijn Gelofte roept tot ons ‘Kom tot Mij nu en net zoals je bent’. Er is geen gebed, geen vragen nodig.”

Ekō 11

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home