Over de Nembutsu - Ekō 15, september 1981 - © 2003 jikōji

Over de Nembutsu

Eigenlijk bedoeld als brief aan Lut en Luc…

Neem het van me aan: het zeggen van NAMU AMIDA BUTSU is zinloos.

Of zou toch geheel zinloos moeten zijn, zoiets als het quia absurdum dat men aan Augustinus toegeschreven heeft.

Versta me goed - je moet de Nembutsu zeggen precies omdat hij zo zinloos is: zo zonder bedoeling.

Gemakkelijk is dat niet, al lijkt het soms wel zo. In ons druk mensenbestaan vol berekeningen en geprakkezeer willen wij zoveel mogelijk ‘efficiency’ aan de dag leggen. We zijn er trots op dat we iets kunnen willen. Ook op spiritueel vlak. We willen overal onze duit in het zakje doen. Dat geeft ons zo’n gevoel van zekerheid.

Van alles willen we doen - en wij zelf weten immers wel wat best is - om de druk van die vervelende innerlijke onzekerheid van ons af te wentelen. Daarom laten we ons psychoanalyseren, verkleven we ons aan drugs en medicijnen, begeven we ons op het pad van yoga of meditatie, dragen we magnetische wonderringen of slapen we onder piramides, storten we honderd frank op 11.11.11, doen we aan afslanking, AA of milieubescherming, lezen we Nostradamus of Merleau-Ponty…

Helpt het? Dat hangt voor het grootste gedeelte af van zaken die ons meestal helemaal ontsnappen: onze suggereerbaarheid, onze graad van zelfvoldoening, onze gevoeligheid voor de mode van de dag of voor het oog van anderen.

En de Nembutsu in dat alles? Geneest hij ons van reuma, hoofdpijn, stress, liefdesverdriet, werkloosheid, rode cijfers op de bankrekening, last met baas of belastingscontrole?

Beslist niet. De Nembutsu opent ons geen paradijzen, verschaft ons geen wonderbaarlijke ‘krachten’, herstelt zelfs de wereldvrede niet.

Immers: de Nembutsu is zinloos.

En precies daarom moeten jullie voortgaan zo veel NAMU AMIDA BUTSU te zeggen als het in je hoofd/hart opkomt.

Zo immers is de Nembutsu wat-ie zijn moet: de uitbarstende uiting van de Boeddha-natuur.

Jullie zeggen me woordelijk: “Tijdens de dag wordt de Nembutsu uitgevoerd op momenten van zwaarte, engheid, pijn, ritme-verlies, maar ook tijdens momenten van vreugde”.

Goed zo. Goed zo.

Zeg de Nembutsu wanneer ‘het’ in je overloopt.

Zoals bij een vulkaanuitbarsting het gloeiende, brandende lava uit de krater vloeit door de druk ergens binnen in de aardkorst, zo komt de Nembutsu verklankt uit je mond door de druk van Amida’s Grote Mededogen.

Goed zo. Goed zo.

Wat een geluk is het voor ons toch dat de Nembutsu zinloos is!

Zo is hij niet gebonden aan voordelen of nadelen, aan angst, verwachting of verlangen.

Als we d’r over piekeren, wat onvermijdelijk is met dat piekerige mensengeslacht dat we zijn, wordt het natuurlijke contact tussen de mens en het oneindige Boeddhaschap in het menselijke bewustzijn en in zijn zintuiglijke werking present.

Het zijn onze lippen (of onze gedachtenfuncties) die de Nembutsu “verwerken”. Het is ons gemoed dat in de Nembutsu door het Grote licht (Amitābha = Onmeetbaar licht) bestraald wordt, alles-omvattend, “nooit meer loslatend” zoals de teksten zeggen.

Dat is de natuurlijke gang van zaken. De natuur zoals ze waarlijk is (yathābhūtam), los van toevalligheden en betrekkelijkheden, de natuur in al haar “leegheid”.

Bedenk daarbij dat het Boeddhaschap zoveel be-lichamingen heeft.

We moeten ons niet blindstaren op de beslist moeilijke terminologie van de Boeddhistische denkmeesters. Maar jullie weten wel dat er een lichaam van de Dharma bestaat, het ‘vorm- en kleurloze’ absolute, ook een lichaam van Heerlijkheid waarin boeddha’s en bodhisattva’s als revelaties van het ideale verschijnen, en ook het lichaam van Verschijning, de nirmānakāya . De wijzen zeggen dat voor dit laatste begrip er twee interpretaties zijn: het Verschijningslichaam van de Beantwoording waarin het Boeddhaschap in tijd en ruimte onder menselijke vorm verschijnt (zoals b.v. Gautama Shakyamuni), maar ook het Verschijningslichaam van Verandering, waarin het Boeddhaschap zich manifesteert in alle mogelijke denkbare vormen: bomen, rotsen, wolken, insecten, duivels, heiligen, tafels, lampen, stoelen…

Zien we dit laatste goed in, dan beseffen we tevens dat we eigenlijk onophoudelijk in de aanwezigheid van Vader-Moeder Amida zijn, - en dat Vader-Moeder Amida juist in de Nembutsu tot ons spreekt. Ons aanspreekt.

Zinloos, die Nembutsu, want in feite is de Verlichting al gerealiseerd.

Zinloos, want wij zijn het die met ons ‘doelbewust’, ‘georiënteerd’ of ‘zelfbevestigend’ gedoe alles in de war sturen, die met ons gestamp in de heldere beek het water vertroebelen en van het nirvāna dat de natuurlijke toestand is, de lijdenswereld maken.

Onze intiemste band met het nirvāna, dat is de Nembutsu!

En zoals het nirvāna geen bedoeling heeft buiten zichzelf, evenmin heeft daardoor de Nembutsu een bedoeling.

Hij is geen rituele formule, geen toverspreuk, geen meditatie- mantra.

Laat daarom de Nembutsu maar door je heen spreken.

Je moet hem zelfs niet tellen, je moet hem niet meten. Hij is ontelbaar en onmeetbaar.

Je moet hem laten stromen als hij in je spreekt.

En misschien ontdek je wel op een mooie dag dat de boom in je tuin (is er een?) of de golfslag van de zee, elk op zijn manier, net als jullie de Nembutsu zegt.

NAMU AMIDA BUTSU.

Jullie Shaku Shitoku.

Ekō 15

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home