Woorden van de Shōnin - Ekō 15, september 1981 - © 2003 jikōji

Woorden van de Shōnin

Het boek Tannishō, toegeschreven aan Shinrans rechtstreekse leerling Yuien-bo, bevat in korte hoofdstukken de essentie van de Nembutsu-leer. Ziehier het eerste hoofdstuk.

Wanneer het vertrouwen in ons opkomt dat we zullen geboren worden in het Reine Land door de heilzame werking van Amida’s onverwoordbare Gelofte, dan komt in ons de lust op de Nembutsu uit te spreken. En op datzelfde moment worden we (door de Boeddha) omarmd en nooit meer losgelaten.

Wij moeten goed bedenken dat Amida’s Oorspronkelijke Gelofte geen onderscheid maakt tussen jong en oud, tussen goed en kwaad, want enkel het diepe vertrouwen is van belang. Deze gelofte is er immers op gericht alle levende wezens te redden, belast met zware vergrijpen en verteerd door brandende lusten.

Daarom, als we vertrouwen hebben in de Oorspronkelijke Belofte, dan hebben we echt niets anders meer nodig. Er is immers niets beters dan de Nembutsu. Ook hoeven we niet meer voor het kwade bevreesd te zijn, want er is geen enkel kwaad bij machte de werking van Amida’s Oorspronkelijke Belofte te hinderen.

Aldus sprak de Wijze Man.

Ekō 15

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home