R. M. Kiere Is Heengegaan

Midden oktober bereikte ons het bericht dat Raymond Maurice Kiere ons definitief verlaten had.

Zij onder ons die slechts recent met het Boeddhistische leven in België vertrouwd zijn, zal deze naam wellicht ongekend zijn. Maar al wie enigszins vertrouwd is met de prille geschiedenis van de Buddhadharma in ons land, kennen en waarderen de stille en waardige figuur die ons op 4 oktober ontviel.

Namu Amida Butsu.

R. M. Kiere was immers één van de allereersten in onze contreien die het Boeddhisme niet meer zag als een voorwerp van academische curiositeit, maar als een heilsleer die beleefd, ervaren en verwezenlijkt moet worden. En kan worden, ook in onze Westerse Judeo-Christelijke en Hellenistische culturen.

Hij was de eerste die, over alle sektarisme, strekkingen en stromingen heen, een Boeddhistische organisatie opzette en wenste uit te bouwen: de eerste ernstige Boeddhistische groepering, die zich sterk aftekende tegenover de diverse pseudo-Boeddhistische groepjes die tijdens en na de oorlog hun vaak zeer bedenkelijke praktijken commercialiseerden.

Deze striktheid die hem kenmerkte zijn leven lang, en de grote verdraagzaamheid die hem eigen was, waren geen tegenstrijdige eigenschappen, maar vulden elkaar in deze door-en-door oprechte gevoelige mens tot een harmonisch gedragsgeheel aan.

Wel vreemd was zijn levenslot.

Geboren te Brugge in 1897, heeft hij het grootste deel van zijn leven in het Luikse doorgebracht. Hij weigerde zich neer te leggen bij de idee van een strijd van taalgemeenschappen en is zijn leven lang blij geweest zich in beide landstalen uit te drukken. Ook hierin was hij een Boeddhistisch voorbeeld. Beroepshalve was hij in dienst bij de Regie voor Telegrafie & Telefonie, maar elk vrij ogenblik heeft hij aan lectuur, studie en meditatie gewijd.

Reeds lang vóór de oorlog had hij een zeer ruime kennis van het Boeddhisme opgedaan. Na de oorlog zocht hij contact met gelijkdenkenden op, voornamelijk met Boeddhistische organisaties die al geruime tijd in het buitenland bestonden. Vanaf 1949 stond hij in nauwe betrekkingen met o.a. les Amis du Bouddhisme te Paris, de Buddhist Society te Londen, de Alt-buddhistische Gemeinde nabij München. In 1950 ontmoette hij zelfs onze huidige Ere-Hoofdabt Zenmon Kosho Ohtani die in ons land op doorreis was. In 1952 was hij toegetreden tot de Western Buddhist Order (Soto-Zen geïnspireerd), in 1953 ook tot de Arya Maitreya Mandala (Tibetaans georiënteerd). In deze menigvuldige betrokkenheid wenste hij uiting te geven aan zijn all-round interesse voor het geheel van het Boeddhisme.

Zelf had hij de “Mission Bouddhique BeIge” opgericht als een niet-sektarische organisatie, de eerste (we zeiden het al) in België die noch elitair academisch gericht was, noch zich inliet met twijfelachtige of fantastische en mercantilistische activiteiten.

Zijn aangeboren bescheidenheid, zijn essentiële eerlijkheid, zijn groot gevoelig hart en zijn grondige kennis van Boeddha’s Leer werden door ieder die hem kende hoog aangeslagen. Maar tevens hebben diezelfde karaktertrekken hem steeds weerhouden toegevingen te doen aan al wat hij in strijd met zijn zending vond. Zo b.v. was hij mede-oprichter van het Institut BeIge des Hautes Etudes Bouddhiques, waarvan hij ere-voorzitter werd; maar hij distantieerde zich van deze instelling zodra hij gewaarwerd dat ze meer academisch dan actief Boeddhistisch geworden was.

Met het ouder worden, nam lijden in diverse vormen een steeds grotere plaats in zijn bestaan in. Zijn echtgenote was, tot ze in 1978 overleed, zwaar ziek en zo goed als steeds bedlegerig. Niet alleen heeft R. M. Kiere haar zelf met een verbazende toewijding dag en nacht verzorgd, maar ook zelf de woning onderhouden, boodschappen gedaan, liever dan zijn vrouw en zijn huis aan vreemde handen over te laten. En dat terwijl hijzelf met steeds grotere moeite te been kon blijven.

Persoonlijk heb ik R. M. Kiere in 1952 leren kennen. De eenvoud van zijn toch sterke persoonlijkheid heeft toen reeds een diepe indruk op me gemaakt. Bij het overdenken van dit feit kan ik me niet goed ontdoen van de idee dat hij misschien wel de doorslaggevende factor geweest is in mijn toenmalig besluit me te wijden aan de voortdurende studie en de verbreiding van Boeddha’s Leer. Onder éénzelfde impuls ontstonden toen in Brussel en in Antwerpen centra die Kiere’s Mission Bouddhique Belge als morele autoriteit en als voorbeeld erkenden. De omstandigheden (hetu-pratyaya) hebben niet toegelaten dat deze centra een lang leven beschoren was. En toch is Kiere’s beeld voor alle Boeddhisten in België een lichtend voorbeeld gebleven.

Bij de oprichting van het Centrum voor Shin-Boeddhisme, nu 5 jaar terug, was hij de eerste om de zo nodige aanmoedigingen te sturen. Hijzelf, met wel wat bittere en begrijpelijke ontmoediging, had zich uit alle activiteiten teruggetrokken. Ziekte en ouderdom, die twee ‘tekens’ zo goed gekend uit de Boeddhistische literatuur, dwongen hem tot steeds meer inwendigheid. In 1978, schok hij een gedeelte van zijn bibliotheek aan ons Centrum. Nog in juni van dit jaar 1981 schreef hij ons een klein briefje, met als enige tekst “Hou zo vol”.

De schok was diep, toen wij zijn heengaan vernamen, al wisten we ook dat dit heengaan elk moment gebeuren kon. Over zijn laatste ogenblikken schreef zijn dochter ons: “Il est tombé malade après Pâques. Il a souffert énormément… Mon mari et moi l’avons soigné pendant presque 5 mois; il était chez lui dans son appartement. Il est resté lucide jusqu’à la dernière seconde… Il a été incinéré selon sa volonté…”

Uit zijn nalatenschap mocht ons Centrum nog een dertigtal boeken, diverse documenten en rituele voorwerpen en kledingstukken (o.a. kesa’s van Soto-Zen, W.B.O. en AMM). Deze zullen in piëteit bewaard worden in onze Antwerpse Jikō-ji. Wij danken hierbij nogmaals de familie van de heengegane voor dit ontroerende gebaar.

Om de band die ons in het verleden aan R. M. Kiere bond, ook in de toekomst voort te trekken, werd hij in de helaas al lange memoriaallijst van Jikō-ji opgenomen. Op de dag van zijn heengaan (4 oktober) zal bijgevolg voortaan een herdenkingseredienst plaats hebben.

Maar ook buiten die memoriaaldiensten blijft Raymond Maurice Kiere voor ons een aanwezigheid: een voorbeeld van hoe, ook in ons Westen, een ware Boeddhist kan en moet zijn: eenvoudig, oprecht, verduldig en meedogend.

Laat ons hopen dat wij zulk hoog voorbeeld waardig mogen zijn.

Namu Amida Butsu.

Sh. Shitoku A. Peel

Ekō 16

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home