Betreffende Het Vertrouwen

Zuiken S. Inagaki

Jaag uw gemoed niet af. Uw gemoed beweegt zich naar hier en naar daar en vervolgt tienduizenden verschillende uitwendige voorwerpen. Maak u niet teveel zorgen omtrent uw handelingen. Uw daden van lichaam, mond en geest verzinken toch in de afgrond van het kwaad. Zoek zelfs niet naar geestesrust. Het Reine Land is geen plaats waar ge kunt geboren worden na de rust des geestes verworven te hebben. Vertrouw niet op uw eigen geest. Het gemoed is als heenvloeiend water dat zelfs de tijd van één seconde geen rust kent. Verwacht niets van de dag van morgen. De vreselijke duivel van de Vergankelijkheid kiest geen bepaalde tijd uit om u aan te grijpen. De wetmatigheid van het karma, die is te vrezen: het karma blijft nooit in gebreken wat zijn vruchten betreft.

Tracht daarom ook niet het vertrouwen te begrijpen. Kijk binnenin u en stel uzelf de vraag: “Wie toch is de heer van het gemoed die probeert het vertrouwen te begrijpen?”. Is de geest die probeert het vertrouwen te begrijpen dan niet de geest van de dwaze mens die besmet is met aankleven aan eigen kracht? Amida’s oprecht, rein en ware gemoed kan niet begrepen worden door een dwaze geest die aan eigen kracht vastgekleefd blijft, net als het beeld van de maan in het water niet met de hand kan gegrepen worden.

Vertrouwen kan evenmin in uw geest opgepot worden. Bekommer u dan ook niet om de gedachten die in uw geest opkomen. Bekommer u zeker niet met de kennis die gij vergaard hebt.

Wij zijn karmisch diep en zwaar beladen met zonde; onze gedachten dwalen altijd af; onze daden zijn onhandelbaar en ongebreideld. Jaag daarom niet achter goed of kwaad; laat beide rustig liggen. Het is voorbij goed en kwaad dat er een weg naar het hei l is.

De roep van de Gelofte-Kracht, Namu-Amida-Butsu, is de weg naar het heil. Buiten de verdienstekracht van de Verlichting, vervuld door de Gelofte-Kracht als Namu-Amida-Butsu, dient men geen vertrouwen te zoeken. En vermits er niets is waarmee wij, dwaze lui, kunnen bijdragen om het vertrouwen te vestigen of om een praktijk nodig om in het Reine Land geboren te worden te verrichten, doet Namu-Amida-Butsu al wat nodig is om ons te bevrijden. Amida is onze vader-moeder die weet hoe dwaas ons gemoed wel is en hoeveel boosheid wij sedert het beginloze verleden opgestapeld hebben; hij heeft daarom ons vertrouwen en onze beoefening op zich genomen en vervuld. Hij heeft alles voor ons vervuld, zelfs het horen van zijn Naam en het bereiken van de vrede van de geest vrij van alle twijfel en, bijgevolg ook de realisatie van onze geboorte in het Reine Land.

Amida zoals hij vóór ons staat terwijl hij ons toch in zijn armen houdt, verschijnt ons als Namu-Amida-Butsu. In zijn licht worden wij gevat, omarmd en nooit meer losgelaten.

Al wat we denken, weten, vernomen hebben of geloven is hierbij van geen enkel belang, Zelfs indien wat ik ook doe van geen belang is, toch kan ik me niet losmaken van het luisteren naar de Dharma. En hoe meer ik erover hoor, hoe dieper ik weet hoe onvatbaar de Dharma is. De onvatbare, ondenkbare wijsheid van de Boeddha in actie is Namu-Amida-Butsu. De levende stem van de Boeddha waarmee hij ons roept, zeggende ‘laat al uw zorgen aan mij over’, dat is de Nembutsu, de Namu-Amida-Butsu.

Op het ogenblik dat wij de onvatbare en grenzeloze werkzaamheid van Namu-Amida-Butsu ervaren, verdwijnt de grote oceaan van geboorte-en-dood als een ding uit het verleden. Hoe kunnen we dat begrijpen? Hoe kunnen we dat beschrijven? Dit alles is te danken aan de almachtige werkzaamheid van Namu-Amida-Butsu. Voor ons komt het er enkel op aan die almachtige werkzaamheid van Namu-Amida-Butsu te horen en in ons te aanvaarden. Door de Naam in actie te horen, bereiken wij spontaan, als vanzelf, de vrede van het gemoed en het ware vertrouwen.

Buiten de almachtige werkzaamheid van Namu-Amida-Butsu bestaat er voor ons noch vertrouwen, noch Nembutsu noch vrede van het gemoed. Het volstaat te luisteren naar Amida’s levende stem, “Namu-Amida-Butsu”, waarin samen met ons vertrouwen, ook onze geboorte vervuld is. Die stem roept ons onophoudelijk. Wij horen de al-meedogende stem van de Boeddha; wij horen de Gelofte-Kracht van de onvatbare wijsheid van de Boeddha. Hoe dankbaar ben ik toch voor de Gelofte waarin Amida sprak: “Mochten alle wezens niet in mijn land geboren worden, dan wil ik de verlichting niet verwezenlijken”. Dit is mijn levenslijn.

Het vertrouwen komt niet nà het horen. De gemoedsrust komt niet na het vertrouwen. Luister zorgvuldig naar de roep van de Oorspronkelijke Gelofte die Namu-Amida-Butsu verwerkelijkt heeft: daardoor werd ons horen vervuld, werd ons vertrouwen vervuld en ook de rust van ons gemoed. Wanneer gij juist geluisterd hebt, zult ge bevrijd worden van de zware last die op uw schouders drukt.

Kijk: doorheen het hele heelal straalt Amida’s licht ongehinderd en tijdeloos. Hoe diep moet dit ons inspireren! Hoe dankbaar ben ik!

Namu-Amida-Butsu, Namu-Amida-Butsu, Namu-Amida-Butsu.

Deze tekst werd door Zuiken Saizo Inagaki geschreven op 12 oktober 1957. Tien maanden na zijn dood, kwam de tekst in handen van Mr. Kanemitsu, leider van het Religieuze Programma van de NHK (Japan Broadcasting Corporation). Rev. Gyoei Nasu, in wiens tempel dit stuk geschreven werd, stelde het op tv voor en gaf er een uur lang op zondag 22 november 1981 commentaar op. Dit programma werd geïllustreerd met foto’s, teksten en kalligrafieën van Zuiken S. Inagaki. De tekst werd ons bezorgd door de zoon van de auteur, Rev. Dr. Hisao Inagaki, aan wie Ekō hiervoor diepe dankbaarheid betuigt.

Ekō 16

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home