Een Kleine Overweging

Vóór het eten, spreken de meeste Shin-Boeddhisten een stille dank uit: “Wij danken de Boeddha en alle wezens voor het heerlijke voedsel dat we ontvangen”, daar komt het op neer. Begint de Shin-Boeddhist daarover te piekeren en beperkt hij zich enkel nog maar tot het brood, dan ontdekt hij al hetgeen nodig was om dat brood vóór zich op tafel te krijgen:

- vader, moeder, man, echtgenote, kind of kleinkind, al wie gewerkt heeft voor het geld om het brood te kopen,

- degene die het brood bij de bakker is gaan halen of de bakkersknecht die het brood aan huis gebracht heeft,

- de bakker die meel, water, gist, zout verwerkt heeft in zijn bakkerij die door architecten, metselaars, schrijnwerkers, timmerlui, loodgieters, elektriciens, en wat al meer opgetrokken is geworden… om van de vereiste ambtenarij nog niet te spreken,

- de hitte, gebundeld in de oven en die dank zij elektriciteit, gas, stookolie, kolen of hout verkregen wordt,

- het zout dat ergens uit de zee of uit een mijn gewonnen werd,

- de brouwer of de chemicus die de gist geproduceerd of verkregen heeft,

- het water dat door een ingewikkeld distributienet en via complexe zuiveringsstations vanuit verre bronnen aangevoerd is geworden,

- de maalder die het koren tot meel verwerkt heeft,

- de boer die bemest, ploegt, egt, wiedt, maait, dorst,

- de zon, de regen, de wind die voor het koren de condities tot groei geleverd hebben,

- het zaaigraan dat afkomstig is van zoveel andere korenaren,

- de planten, schimmels en wieren in de bodem, tot de nederigste regenworm toe waardoor de grond vruchtbaar geworden is,

- die grond zelf, ontstaan uit de afbraak van zoveel bergen door zoveel beken en rivieren en zoveel regens en windvlagen doorheen zoveel geologische tijdperken,

- de aarde die om haar as wentelt en zo dagen en nachten schept, en nog de aarde die rond de zon wentelt en zo de seizoenen veroorzaakt,

- en de zon en de maan en de sterren en de verste nevelvlekken,

- en de Oneindige Boeddha die dat alles is - en nog veel meer…

… dit alles voor één enkele hap in de boterham.

Solidariteit? Wie sprak er ook van solidariteit, als het niet is om die éne bete broods mogelijk te maken.

En wie spreekt er hier van vriend of vijand?

En toch reikt het net van de relaties nog veel verder. Elk onderdeel ervan is immers op zijn beurt ook weer ontstaan in afhankelijkheid van een oneindig groot aantal elementen of structuren, waarvan we de ene wel ergens kunnen lokaliseren, maar waarvan we de meeste, in onze menselijke onwetendheid, slechts ergens in het vage tastbaar voelen.

Als we over dit onderwerp één minuut willen doorpeinzen, dan beginnen we stilaan toch door te hebben hoezeer die Eén-heid werkzaam is in een wereldbeeld dat wij tot onze persoonlijke Veel-heid vervormd hebben.

In plaats van ons nog verder blind te blijven staren op de verschillen, beginnen we dan toch iets te merken van de gemeenschappelijke binding die alle dingen en wezens aan elkaar koppelt.

Immers: niets in de wereld is onafhankelijk, kan op zichzelf bestaan of zelfs op zichzelf gedacht worden los van al het andere. We zijn allen aan elkaar verknoopt als de mazen van een oneindig groot net dat zich over de gehele ruimte en de gehele tijd uitstrekt.

Ekō 16

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home