Hoe De Boeddha Het Zag (10)

Enkele Vuistregels Om Toch Iets Van Het Leven Te Volgen En Misschien Zelfs Te Verstaan

Het leven is een serieuze zaak die niet geregeerd wordt door een klavertje-vier, een toverspreuk, een politieke slogan of een horoscoop.

‘t Leven is ook geen sprookje met feeën en heksen, dwergen en reuzen, verraders en helden - een story waarin we almaar op het happy-end zitten te wachten.

Het leven is op zichzelf geen kwestie van geluk of ongeluk. Het volgt een neutrale, objectieve, keiharde lijn, afgebakend door een wetmatigheid waaraan elk wezen onderworpen is.

Het leven is ook geen chaotische boel met door elkaar dwarrelende evenementen die per toeval of per ongeluk zouden gebeuren.

Het leven is zelfs niet ‘gemeen’ met ons. Het is door onze handelingen (ons = de gehele-mensheid = het geheel van alle wezens en dingen en hun onderlinge verhoudingen) dat het leven in onze ogen een goed of een slecht, een heilzaam of een rampzalig aspect krijgt. Vroeg of laat brengen onze gedachten, gevoelens, wilsverlangens, woorden en daden hun ‘goede’ of hun ‘slechte’ resultaten voort. Voor onszelf in de eerste plaats - maar ook voor de anderen die op één of andere manier iets met ons te maken kunnen hebben. En daar staat dan het probleem van onze onbeperkte aansprakelijkheid op ons te wachten!

En vermits alle wezens, over alle tijds- en plaatsbarrières heen, aan elkaar vastgestrengeld zijn in het Karma-net, zal ook de minste van onze handelingen op alle wezens een neerslag hebben.

Het leven In zijn waar aspect is volkomen neutraal. De staat van natuurlijkheid is volkomen evenwicht. Het in-leven in dit natuurlijke evenwicht is de ware, volmaakte vrede van het gemoed.

Daarom kan het leven, ondanks de gewoonlijk overheersende donkere vlekken en schaduwpartijen, toch echt wonderbaar zijn - op voorwaarde dat we er een juist begrip voor winnen en dat we het leren aanvaarden in zijn ware objectieve natuur. Zonder ‘onze duit’ bij ‘in het zakje te doen’.

Tien voornemens het overwegen waard om het leven en meteen ook de leer van de boeddha beter te benaderen en aan te voelen:

1
We zouden steeds open, behulpzaam en meelevend moeten zijn, met onze naasten, dat spreekt vanzelf, maar ook met de ‘verren’, onze even-mensen, alle mensen en ook met de dieren en de planten, zelfs met het zand, de rotsen, de zee, de wolken, de zonneschijn en de regen.

2
We moeten niet enkel onze tanden poetsen en ons haar shampooën; we moeten ook innerlijk zo proper mogelijk worden… of althans eens proberen ook vanbinnen een beetje schoonmaak te houden.

3
We zouden erop moeten waken zo weinig mogelijk egoïstisch te zijn, zelfs al is het maar in een klein achterhoekje van onze gedachten. En niet alles onmiddellijk op ons heilige zelf betrekken, ook (en zeker!) onze ‘goede’ daden niet.

4
Op elk ogenblik van de dag zouden we naar meer wijsheld moeten verlangen, niet naar hoger loon, meer macht of meer prestige. En onze wljsheid, hoe klein die ook is, die moeten we trachten met onze medewezens te delen.

5
We zouden ook in alle omstandigheden van het leven er de moed in moeten houden, nooit hangerig, hopeloos of ontgoocheld zijn. Wat ook niet betekent dat we altijd en overal hupsakee en toffe-jonges moeten krijten.

6
Hoe lastig onze omgeving, ons dagelijks bestaan ook is, we moeten er steeds tolerant tegenover blijven. We moeten begrijpend en geduldig zijn juist dààr waar dat het moeilijkste is.

7
We moeten ons niet passief neerleggen bij het kwade, dwaze, verkeerde, zondige dat we rondom ons zien gebeuren. Maar dat kwade, dwaze, verkeerde, zondige moeten we nooit met gelijke wapens te lijf gaan noch met gelijke munt betaald zetten.

8
In de minste van onze gedragingen, woorden of gedachten (en “gedachten” is hier wel erg belangrijk!) zouden we steeds zowel oprecht als liefdevol moeten zijn, zelfs al schijnen die twee begrippen vaak tegengesteld.

9
We zouden in alles, hoe moeilijk of zelfs pijnlijk het is, steeds een sterke drang naar het goede moeten aankweken. In elk contact met medemensen en medewezens moeten we proberen te begrijpen hoezeer we ze pijn kunnen doen. Vriendelijk zijn betekent toch niet dat men zijn eigen opvatting achterover drukt.

10
In vreugde en leed, bij krijgen en geven, steeds zouden we kalm, rustig, waardig en rechtvaardig moeten zijn, vol overgave aan de aanwezigheid van de Boeddha en open aan Zijn Leer.

En wanneer we niets van al deze goede voornemens terechtbrengen, laten we dan toch telkens gewoonweg het nuchtere feit van dat falen, van de mislukking in ons gemoed noteren. Als we later van die boekhouding eens een balans opmaken, leren we er misschien toch nog wat uit.

 

Onder Ons – Misschien Even Testen Waar We Nu Staan:

1
Noem In jezelf 10 personen tegenover wie je elke dag vriendelijk zou kunnen zijn.

2
Vind je 5 manieren om elke dag vriendelijk te zijn tegenover personen die je onverschillig of vijandig zijn?

3
Besteed je elke dag wel in totaal 5 minuten om in vreugde en liefde te denken aan je gezin, je familie, je vrienden, je collega’s?

4
Maar vind je per dag ook nog 5 minuten om in vreugde en liefde te denken aan de mensen die je niet mag en voor wie je gewoonlijk nors, onverschillig of hatelijk bent?

5
En voel je in jezelf wel waarom alle wezens ‘ergens’ broeders en zusters van je zijn?

Ekō 18
Hoe De Boeddha Het Zag

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home