Acht Vragen Over Jōdo-Shinshū

1
Wat is een Boeddhist?

Een algemene omschrijving zou kunnen zijn: iemand die voor zijn spirituele bevrijding vertrouwen heeft in de Boeddha, in diens Leer en in diens Gemeenschap van leken, monniken en bodhisattva’s; en die dit vertrouwen omzet in een persoonlijke beleving van de Boeddhistische Leer naar het aspect ervan dat hem het sterkst aanspreekt.

 

2
Hoe wordt men Boeddhist?

Deze vaak gestelde vraag kan op tweeërlei wijze opgevat en dus ook beantwoord worden.

De vraag kan terugslaan op het innerlijke ervaren van de Leer van de Boeddha. Meestal gaat hier geen plotse ‘bekering’ aan vooraf, maar wel de ontdekking, soms heel geleidelijk of langzaam, dat de Leer van de Boeddha precies die gedachtegang en die sfeer vertoont die men al geruime tijd in zichzelf had voelen groeien. Men ‘bekeert’ zich dan ook niet tot het Boeddhisme, men begint met de ontdekking van zichzelf als een geestesverwant van de Boeddha.

De andere aanpak van de vraag is meer organisatorisch: is er iets als een ‘lidmaatschap’ of als een ‘doop’ waardoor men als Boeddhist getekend wordt? Hoe geschiedt de opname in de Boeddhistische Gemeenschap?

Door het “nemen van de Drievoudige Toevlucht”: vóór het Boeddha-altaar en in aanwezigheid van een persoon die de ‘overdracht van de Leer’ vertegenwoordigt (een bhikkhu, een bonze, een lama…) spreekt de kandidaat zijn vertrouwen uit in de Boeddha, in de Dharma (de Leer) en in de Sangha (de Gemeenschap), en dit volgens een zeer oude formule uit de eerste tijden van het Boeddhisme. Deze formule is in gebruik bij alle Boeddhistische strekkingen en scholen.

 

3
Wat is een Shin-Boeddhist?

Iemand die zijn Boeddhisme belijdt en beleeft naar het voorbeeld en het onderricht van Shinran Shōnin, volgens een traditie die via de Patriarchen op de historische Boeddha teruggaat en tot ons gekomen is via de meesters van de latere generaties.

 

4
Hoe wordt men, organisatorisch, Shin-Boeddhist?

Een eerste vereiste is natuurlijk dat men Boeddhist is. Naar het gebruik in Jikō-ji (en in de meeste andere Europese Shin-centra is dat net evenzo), wordt na de Drievoudige Toevlucht een proeftijd (theoretisch van 2 jaar) gevraagd waarin de kandidaat de gelegenheid heeft met zichzelf in het reine te komen of deze bijzondere vorm van Boeddhisme hem echt ligt. Daarna kan hij vragen in de Jōdo Shinshū Gemeenschap opgenomen te worden. Deze opname is een soort van “lekenwijding”, de kikyo-shiki en wordt verricht door de Hoofdabt (Monshu), de Ere-Hoofdabt (Zenmon) of, uitzonderlijk, door een door hen gemachtigd hoogwaardigheidsbekleder. De celebrant scheert symbolisch het haar van de kandidaat af; deze ontvangt een ‘kesa’ (stool) en een ‘ho-myo’ (Boeddhistische naam). Hij leest de Shin-Belijdenis (Ryoge-mon) luidop voor. Hij wordt bovendien geregistreerd in de akten van de hoofdtempel en wordt hierdoor een volwaardig lid van de Jōdo-Shinshū Hongwanji-ha.

Een volgende stap is natuurlijk het “priesterschap” verleend na een opleidingsperiode in een plechtige ceremonie, de tokudo-shiki, die tot voor heel kort uitsluitend kon gehouden worden in de Goei-do (Shinran-hal) van de Hoofdtempel te Kyoto; recent werd echter zo’n wijding door de Hoofdabt geofficieerd in de USA ten behoeve van de grote kolonie Shin-Boeddhisten hoofdzakelijk van Japanse afkomst, die daar gegroepeerd zijn in de Buddhist Churches of America.

 

5
Wat is het nut en de bedoeling van een Shin-organisatie?

De Jōdo-Shinshū is inderdaad een complexe organisatie met hiërarchie, tempels, scholen, universiteiten, ‘priesters’ en ‘priesteressen’, erediensten. Dan wanneer Shinran Shōnin zelf zo sterk de nadruk legt op de individueel ervaren Nembutsu. Hijzelf had immers geen tempel en de organisatie is eigenlijk begonnen rondom zijn grafplaats. De eigenlijke Hongwanji-organisatie dateert van de 8ste Hoofdabt Rennyō Shōnin (XVde E.).

In strikte zin zijn tempelorganisaties, erediensten of hiërarchie overbodig. Maar contact zoeken met “mede-reizigers”, de behoefte aan vaste tijden en plaatsen voor bijeenkomsten en onderricht, de psychologische noodzaak van morele en sociale steun hebben gaandeweg geleid tot de huidige Hongwanji organisatie. Het is in deze sociaal-psychologische zin dat men nut en zin van de gehele tempelorganisatie en van de erediensten moet zien.

 

6
Welke plaats neemt de Jōdo-Shinshū in het huidige Japan in?

Volgens de meest recente algemene telling (31/12/1978) zouden er in Japan 71 577 162 Shinto-aanhangers zijn, 83 476 060 Boeddhisten, 823 353 Christenen en 11 167 158 “Andere levensbeschouwingen”. Dit geeft een verbazend totaal van 167 043 733, dit is een slordige 50 miljoen meer dan de bevolking van Japan. Dat komt uiteraard doordat heel wat Boeddhisten en “Andere levensbeschouwingen’ tegelijkertijd ook Shinto-aanhangers zijn.

De Boeddhisten worden qua grote stromingen als volgt onderverdeeld:

Tendai

5 473 205

Shingon

11 854 621

Reine Land

21 084 723

Zen

9 579 450

Nichi ren

30 579 306

Nara-scholen

4 697 963

Overige

206 792

Maakt men een onderscheid volgens shū (school, hoofdsekte), dan zijn de belangrijkste, d.i. met meer dan 1 000 000 aanhangers:

Tendai Wa-shū

2 200 700

 

Kōyasan Shingonshū

4 190 800

 

Shingon-shū

3 999 362

(alle obediënties)

Jōdo-shū

5 982 436

 

Jōdo Shinshū

13 655 158

(de 12 obediënties samen)

Sōtō-shū

7 531 546

 

Nichiren-Shū

2 281 368

 

Nichiren-Shōshū

16 225 205

 

Fudōshū

3 533 431

 

Hierbij dient men de talrijke diverse lekenorganisaties te voegen, met als belangrijkste, meestal ontstaan uit de Nichiren-stroming:

Reiyūkai Kyōdan

2 512 452

Bussho Gonenkai Kyōdan

1 391 673

Risshō Kōsei Kai

4 704 452

Bij de 12 ha’s (obediënties) van de Jōdo-Shinshū, zijn er twee belangrijke:

Jōdo Shinshū Hongwanji-ha

6 876 121

Shinshū Ōtani-ha

6 150 141

Deze twee obediënties werden bij overheidsbesluit in de XVIde eeuw van elkaar gescheiden, maar tellen samen toch 13 026 262 geregistreerde aanhangers, d.i. 95,4 % van de Jōdo-Shinshū. Tussen beide obediënties, die aparte hiërarchieën hebben, bestaat niet het geringste doctrinale onderscheid, zodat men ze als religieuze groepering wèl als een eenheid kan beschouwen.

Op 31.12.1980 telde de Jōdo Shinshū Hongwanji-ha 10 390 tempels en 24 469 “priesters”. Maar ook buiten Japan zijn er aanzienlijke Hongwanji-gemeenschappen:

 

Tempels

Aanhangers

Hawaii

37

40 000

U.S.A.

60

80 000

Canada

19

10 000

Brazilië

69

50 000

plus talrijke lekenorganisaties onder auspiciën van Hongwanji.

Wie aandachtig deze cijfers bekijkt, zal vaststellen dat de Jōdo-Shinshū onbetwistbaar bij de belangrijkste Boeddhistische stromingen in Japan hoort en dat Hongwanji-ha en Ōtani-ha tezamen de tweede plaats in rangorde van kwantitatieve belangrijkheid bekleden.

Neemt men de Hongwanji-ha echter afzonderlijk, dan komt hij op de derde plaats, nl. na:

Nichiren-Shōshū

(nationalistisch getint en daarom door sommige auteurs als éxtra-Boeddhistisch beschouwd)

Sōtō Zenshū

(sterk gestructureerd door nawerking van het samurai-ideaal)

Hongwanji-ha

 

(Het zou trouwens interessant zijn later bij gelegenheid terug te komen op de sociologische aspecten van de hoofdstromingen in het Japanse Boeddhisme.)

 

7
Wat is Jikō-ji?

De naam van de Antwerpse Shin-Tempel betekent: Tempel van het Licht van Mededogen; hij werd gegeven ter gelegenheid van de plechtige inauguratie op 6 mei 1979. Deze inhuldiging geschiedde in naam van Ere-Hoofdabt Zenmon Kosho Ohtani door Rev. Prof. Kakue Miyaji.

Het tempelstatuut stelt Jikō-ji buiten de normale Hongwanji-administratie; de band met de Hoofdtempel wordt gevormd door:

1 de spirituele en morele autoriteit van de Hoofdabt;

2 het persoonlijke beschermheerschap van Zenmon Kosho Ohtani.

Jikō-ji is de eerste Jōdo-Shinshū tempel in Europa. In augustus van dit jaar worden er evenwel 2 nieuwe Shin-tempels ingehuldigd, beide in Zwitserland.

 

8
Is het bijwonen van de erediensten een verplichting voor de Shin-Boeddhist?

Er bestaat geen “zondagsplicht”. In de afwijzing van het ritualisme, leert het boeddhisme dat, binnen het netwerk van oorzaken en omstandigheden, de menselijke wil ‘vrij’ is. Erediensten hebben op zichzelf geen waarde; ze zijn uitsluitend bedoeld tot lering van de aanwezigen en tot gemeenschappelijke beleving van de Leer. Bovendien kan het contact in sommige gevallen ook ‘een riem onder het hart’ zijn. Men begaat als Shin-Boeddhist geen “zonde” wanneer men een dienst verzuimt: men mist enkel een kans op lering en contact.

Neem b.v. een memoriaal-dienst daarbij wordt de gedachtenis van de overledene gebruikt tot onderricht van de aanwezigen, gezinsleden of niet. Dat heeft niets te maken met het “zieleheil” van de afgestorvenen, een begrip dat Boeddhistisch een absurditeit is.

De leer van de Boeddha geldt de levenden, hier en nu. Voor het overige werkt in samsāra de wet van het Karma… En anderzijds (nirvānisch) heerst het Oneindige Licht van het Boeddhaschap.

In de 15de eeuw leefde in Japan een groot Zen-meester, Ikkyū, die tevens een bekend dichter was. Hij was erg goed bevriend met Rennyō, de achtste Hoofdabt van de Hongwanji.

Op een dag bevestigde Ikkyū een groot paneel tegen een oude kromgegroeide pijnboom tegenover de poort van de Daitoku-ji tempel. Op het paneel stond geschreven: “Ik, Ikkyū, beloof een flinke beloning aan degene die deze boom recht kan zien.” Heel wat mensen kwamen het knotsgekke opschrift bekijken. Sommigen bekeken de boom langs alle kanten, maar konden er geen rechte lijn in vinden; anderen, de meesten, dachten dat Ikkyū nu helemaal waanzinnig geworden was.

Zo’n man ging naar Rennyō van de Hongwanji en vroeg hem of Ikkyū inderdaad gek was. Rennyō lachte luidop en antwoordde ontkennend. Daarop ondervroeg de man hem naar de betekenis van het opschrift. Rennyō legde hem die betekenis uit, waarop de man ijlings naar Ikkyū rende om de beloning op te eisen. Op Ikkyū’s vraag, antwoordde de man: “Je moet gewoon recht naar de boom kijken!” Ikkyū betaalde hem de beloofde beloning uit en grommelde: “Man, jij hebt met Rennyō gepraat!”

Ekō 18

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home