De Boeddha Als Ware Werkelijke Mens
En Uiteindelijk Doel Van Het Boeddhisme

Rev. Prof. Kakue Miyagi

In Japan hebben we een oud spreekwoord dat als volgt luidt:

“In de grote menigte van menselijke wezens
zijn er geen ‘Ware Mensen’:
Hee, menselijke wezens, wordt toch eens ware mensen,
zet anderen aan ware mensen te worden!”

Maar wat is een “Ware Mens”? Het antwoord op deze vraag is het Boeddhisme. Het Boeddhisme is immers een religie die ons leert een “Boeddha” of “Tathāgata” te worden, d.w.z. de hoogst mogelijke verpersoonlijking van een “Ware Mens”.

“Buddha” is een woord in het Sanskriet dat letterlijk betekent: “de ontwaakte”, “de verlichte”. Want dit woord heeft betrekking op de redelijkheid of wijsheid van het menselijke wezen. De eerste voorwaarde om een mens te zijn, is redelijk te zijn, wijsheid te bezitten. Blaise Pascal (1623-1662) noemde de mens een “denkend riet” en redelijk denken is toch het meest bijzondere kenmerk van het menselijk wezen.

Daardoor kan men een “Ware Mens” worden, wanneer men maar een totale wijsheid bezit, d.i. volkomen verlicht wordt. En dàt is nu precies de “Buddha” in de Boeddhistische Leer.

“Tathāgata”, een ander Sanskriet synoniem voor “Buddha” komt neer op “de meest ware werkelijke mens”. Letterlijk betekent dit woord “Degene die als zo-heid gegaan of gekomen is”, nl. degene die zijn principes zoals ze zijn, verwezenlijkt heeft, of “degene die bekwaam geworden is zich te gedragen als de ware mens zoals hij is”. Want dit woord heeft betrekking op de “Natuurlijkheid” van het menselijke wezen.

Hoe ook, men dient goed te noteren dat “Buddha” en “Tathāgata” niet verwijzen naar een of andere geheimzinnig, bijgelovig bestaan dat ons redelijk denken zou uitsluiten. Het zijn veeleer begrippen voor de geïdealiseerde, verfijnde verpersoonlijking van het effectieve menselijke wezen.

Immers, waartoe is de Boeddha ontwaakt? Tot “Dharma”. En wat is het dat ons ‘natuurlijk’ maakt. Dat is “Dharma”.

Oorspronkelijk betekent “Dharma” zoveel als ‘principe’, ‘wet’, ‘norm’ of ‘categorie’, wat toch het voorwerp is van ons redelijke kennen.

“Redelijkheid” of “Wijsheid”, die de essentie is van “Buddha” en “Natuurlijkheid” die de essentie is van “Tathāgata”, vormen beide de volmaakt verfijnde verpersoonlijking en zijn beide de fundamentele eigenschappen (of Dharma) van Boeddha of Tathāgata. De eigenschap van Wijsheid brengt ons de onafhankelijkheid door ons te wekken voor de werkelijke situatie van harmonie en disharmonie in de wereld, in het bijzonder van mens en maatschappij. En de eigenschap van Natuurlijkheid leidt ons tot de ‘menselijke menselijkheid’, waarvan de essentie “Liefde-en-Mededogen” is.

De werkzame eigenschappen van Absolute Wijsheid en Mededogen zijn de fundamentele natuur van Amida-Buddha, die symbolisch uitgedrukt wordt als Boeddha van het Oneindige licht (amitābha) en van het Eindeloze leven (amitāyus). Daarom is Amida Buddha het hoogste concept van de meest verfijnde persoonlijkheid in het Reine Land, dat eigenlijk niets anders is dan het hoogste concept van de volledig tot rust gekomen en harmonische maatschappij.

Ware beleving van Boeddha’s Leer moet dus ertoe leiden het menselijke wezen te vormen tot een ware werkelijke mens en het scheppen van een tot rust gekomen harmonische maatschappij.

De Boeddhist dient dus het ideale beeld van mens-en-maatschappij voor ogen te houden. En in de Jōdo-Shin-leer zijn de figuren van Amida-Buddha en zijn Reine-Land, beide gevormd uit de werkzaamheid van Absolute-Wijsheid-en-Mededogen, de afbeeldingen van de volmaakte mens-en-maatschappij.

Shinran Shōnin, die volkomen vertrouwen kon hebben in de verlossing door Amida-Buddha, kon ook geloven dat hij dezelfde Boeddha als Amida Buddha zou worden. Immers, Amida-Buddha, voor hem de grote Verlosser in het huidige bestaan, was tegelijkertijd ook de uiteindelijke toestand van de Volkomen Persoonlijkheid die Shinran zag als vervulling van zijn toekomstig leven.

Deze twee-aspecten natuur van Amida-Buddha is één van de opvallendste kenmerken die volkomen verschillen van de natuur van God in het Christelijke Geloof.

Shinran Shōnin, die wist dat hij dezelfde Boeddha zou worden als Amida zelf, kon ook geloven dat “Zij die blijdschap vinden in Shinjin (Diep-vertrouwen) in deze wereld, zij zijn als Tathāgata’s … want de Grote Shinjin is de Boeddha-natuur.” (Jōdo-wasan 94; cfr. Mattoshō 3, 15, 18)

De belijder van het Jōdo-Shin-Boeddhisme wordt aldus in staat gesteld Amida’s zalig bestaan te leven; ofschoon hij er niet naar zoekt of er bewust van is, toch schenkt de Boeddha hem zijn deugden en verdiensten, die evenwel niet door de menselijke geest kunnen gepeild worden (cfr. Ichinen-tanen-mon’i, 5, 10). Zijn leven wordt dan een leven van Natuurlijkheid, een leven in overeenstemming met de Dharma, het leven van de ware werkelijke mens.

Ook in deze zin is de Jōdo-Shinshū de uiteindelijke en hoogste Boeddhistische weg, vermits het voor gewone mensen als u of ik de binnenweg is om “Buddha” of “Tathāgata” te worden de verwezenlijking van de ware werkelijke mens.

Ekō 19

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home