Hoe De Boeddha Het Zag (11)

Kernen Van Boeddha’s Leer

In Gautama Shakyamuni’s dagen was het niet gebruikelijk het onderricht van een leraar schriftelijk vast te leggen. Het heeft daarom nog eeuwen geduurd eer de discipelen de behoefte voelden de leerredenen van de Boeddha te boek te stellen.

De ‘definitieve’ versies dateren voor alle strekkingen in het Boeddhisme, zowat van de 4de, 5de of zelfs 7de en 8ste eeuw van de Christelijke tijdsrekening: dat is dan zowat tussen de 800 en de 1 300 jaren nadat de Boeddha het parinirvana ingegaan is. Men weet zelfs niet heel precies welke taal de Boeddha sprak; zeker is in elk geval dat het noch Sanskriet noch Pali was.

Om de lering van hun meester te onthouden, moesten de discipelen en volgelingen hoofdzakelijk op hun geheugen vertrouwen. Dat geheugen was indertijd heel wat beter ontwikkeld dan het bij de mensen van nu het geval is.

Het is blijkbaar om tegemoet te komen aan zulk geheugenwerk dat de Boeddha bij zijn onderricht veelvuldig gebruik gemaakt heeft van redelijk eenvoudige, gemakkelijk te onthouden gelijkenissen, symbolen en getallenreeksen, waarin overigens geen magie of enige verborgen esoterische symboliek moet gezocht worden, maar enkel een mnemotechnische methode.

Daardoor is het toch mogelijk geweest Boeddha’s Leer degelijk en redelijk vlot in de geest van de Boeddhisten te prenten.

Liever dat aan zijn toehoorders het memoriseren van lange, saaie uiteenzettingen en dorre opsommingen op te leggen, presenteerde de Boeddha zijn onderricht steeds als het ware gecentreerd rondom enkele kernpunten, die telkens vanuit verschillende standpunten belicht en benaderd werden. In deze zeer geconcentreerde fundamenten ligt dan ook telkens mogelijkheid en aanleiding tot latere discussie en uitweiding.

Dit wil daarom nog niet zeggen dat zulke basispunten een soort digest, vereenvoudigde, voor-verteerde versie van de Leer zouden zijn. Zelfs deze fundamenten vragen een intellectuele inspanning.

Evenmin als het leven een wissewasje is, kan iets dat zo moeilijk is als een volledige heilsleer die geheel het geestesleven van de mens beheerst en waarin beroep gedaan wordt op alle faculteiten en mogelijkheden van het menselijke denken, met één helder zinnetje uitgedrukt worden. Het onderricht dat de historische Boeddha gaf, heeft niets gemeens met publicitaire slogans, politieke beloftes of kernachtige gezegdes die meteen een conversatie ‘platleggen’.

Zoals we voordien het reeds vaststelden, omvat Boeddha’s lering niets minder dan het gehele leven. En vermits het leven ontzettend complex is, zal onvermijdelijk de Boeddhistische Leer eveneens zeer complex zijn.

Wie zich de moeite wil geven het Boeddhisme uit te diepen, moet zich voorbereiden op een veeleisende studie en een niet te onderschatten geestelijke inspanning. Met een hele serie mensenlevens komt men beslist nog niet toe!

Bovendien - en dit is allicht nog het moeilijkste, het gevaarlijkste! - men moet daarbij zonder aflaten proberen zichzelf los te maken van de meeste conventionele denkpatronen die men vanuit zijn opvoeding, zijn school, zijn werk- en leefmilieu meegekregen heeft.

Men moet eveneens op zijn hoede zijn tegen het risico sluimerende eigen verlangens of opvattingen in het Boeddhisme binnen te schuiven!

Men moet steeds goed voor ogen houden dat de Boeddha geen louter systeem van ethische of filosofische aard voortgebracht heeft, in de aard van Aristoteles of Kant of dergelijk. In de filosofie, zoals het Westen die kent, wordt in hoofdzaak geviseerd op de mogelijkheden van hetgeen men het “menselijke intellect” of “de rede” noemt. Het Boeddhisme gaat veel verder. Zonder in conflict te komen met “intellect” of “rede”, krijgt het Boeddhisme zijn echte dimensie pas wanneer het als globale heilsleer dagelijks beleefd en toegepast wordt. Het is uitsluitend door zulke constante beleving van de Leer, dat men de diepere inhoud ervan ook met het “intellect” zal kunnen vatten.

Een gewone, externe intellectuele benadering van het Boeddhisme slaat de bal helemaal mis. Toch is voor heel wat mensen zo’n benadering beslist een noodzaak. Men moet ze dan zien als een kennismaking, een eerste stap. Maar daarbij mag het niet blijven.

Bij “nog ‘n boekje lezen” mag het zeker niet blijven. De Leer van de Boeddha beleeft en ‘begrijpt’ men uitsluitend langs de binnenkant.

Er is dan ook nog de emotionele benadering: “Ach, wat is dat Boeddhisme toch mooi! Je leert erin van alle wezens te houden, geen geweld te gebruiken, je driften te overwinnen!”

In onze dagen, met alles wat verband houdt met groen- en milieubescherming, voelen velen zich aangetrokken tot wat ze “natuur” noemen; het Boeddhisme valt dan ook in dit opzicht erg in hun smaak, want er gaat van geheel de Leer een bijzondere vorm van “natuurlijkheid” uit (de “terugkeer tot het ware zelf”, “de wereld zien zoals hij in wezen is”), maar die heeft, de ‘groenen’ ten spijt, heel weinig gemeens met de bio-ecologische opvattingen die nu zo’n opgang kennen, vaak ten koste van wetenschappelijke geloofwaardigheid of realiteitszin.

Het is zeker niet door zich op zijn emoties te laten drijven dat men de hartslag van het Boeddhisme zal aanvoelen.

Zelfs de op het eerste gezicht zo eenvoudige basispunten van Boeddha’s Leer dient men met geheel zijn wezen, ja zelfs het lichamelijke toe, te benaderen, maar alle ik-gerichte impulsen dient men te schuwen.

Die basispunten zullen we hier, wat willekeurig op eigen houtje, tot drie reeksen herleiden. Elk van die reeksen kan op haar beurt ook weer onderverdeeld worden. Hierbij zullen we weliswaar de traditionele overdracht en betekenis volgen, maar daarbij trachten we toch aan al die punten een inhoud te geven die misschien wat dichter bij ons hedendaagse aanvoelen ligt.

Veel elementen uit die basisreeksen lopen met elkander parallel; soms zijn ze ineengestrengeld of overlappen ze elkaar. Alle leerpunten van het Boeddhisme zijn immers zo hecht verbonden dat men ze gewoon niet kàn afzonderen en afscheiden.

De reeksen die we straks van naderbij gaan bekijken, die treft men aan in alle Boeddhistische geschriften (sūtra’s = leerredenen en sāstra’s = commentaren); ze zijn aan alle strekkingen en scholen waarin het tegenwoordige Boeddhisme onderverdeeld is, gemeenschappelijk:

A. De vier kenmerken van het leven
B. De Vier Edele Waarheden
C. Het Edele Achtvoudige Pad

Zo de Leer van de Boeddha voorstellen, is erg relatief. Zo zien we b.v. dat C eigenlijk niets anders is van een onderdeel van B, en dat B op zijn beurt niets anders is dan de logische gevolgtrekking uit A.

Maar het is om deze zaken toch beter te belichten en in ons te prenten, dat we één en ander toch uit mekaar houden.

Later, in de diepten van ons gemoed, als de intellectuele (d.i. afscheidende, splitsende, discriminerende) inspanning gemilderd is, groeit in ons wel het besef van hun fundamentele eenheid en samenhang.

(wordt voortgezet)

Ekō 19
Hoe De Boeddha Het Zag

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home