De Edelheid Van Het Leven

Rev. Shōken Yamasaki - Prof. Emer. Ryukoku Universiteit

De essentie van het Boeddhisme kan omschreven worden als “Begoocheling omkeren tot Verlichting”; en in het onderricht van Shinran Shōnin ligt de kern in het “Verwezenlijken van de Reine Overgave”. Anderzijds, wanneer ik gevraagd word om zo kernachtig mogelijk de geest van Shakyamuni Boeddha en het gemoed van Shinran Shōnin uit te drukken, dan ben ik altijd geneigd te zeggen dat het gaat om de erkenning van “de Edelheid van het leven”. Het is op deze wijze dat ik voortdurend onderricht verstrekt heb aan leerlingen en studenten evenals aan alle andere mensen in onze maatschappij. Ik geloof zeer oprecht dat het 80-jarige leven van Shakyamuni Boeddha en het 90-jarige leven van Shinran Shōnin beide hieraan gewijd waren, om iedereen open te stellen voor deze adel van het leven.

Ons tijdperk is er een van wonderlijke vooruitgang in alle takken van de wetenschappen, zodat onze ogen open gegaan zijn voor een werelds panorama waarvan de mensen van gisteren nooit ook maar gedroomd hebben. Maar als we hier dieper over nadenken, dan stellen we vast dat de wetenschap het leven beschouwt als een “ding”, een “object” dat in ons gezichtsveld ligt. Dit betekent dat de wetenschap het leven “objectief” bekijkt. Op dit moment, zijn er in onze wereld zo’n vier miljard vierhonderd of vijfhonderd miljoen van die “objectieve” levens, als we de cijfers van de UNESCO mogen geloven. Vermits dit aantal als te groot beschouwd wordt om in komfort en veiligheid te leven, is geboortecontrole één van de grote problemen geworden waarmee de ontwikkelde naties geconfronteerd worden.

Anderzijds is het ook zo dat hoe verder de wetenschap vordert, hoe meer ze gespecialiseerd wordt, in afdelingen gesplitst die steeds nauwkeuriger en nauwkeuriger tewerk gaan. Dat wat vroeger gewoon ‘geneeskunde’ genoemd werd, is nu onderverdeeld in vakken en vakjes zoals fysiologie, sociale geneeskunde, pathologie, enzovoorts, wat maakt dat wanneer vroeger één arts volstond om alle ziekten van ogen, oren, inwendige organen, enz. te behandelen, men nu te doen heeft met pathomorphologen, otolaryngologen, psychotherapeuten en zoveel anderen waar de arme patiënten naartoe verwezen worden. Is het dan ook niet verbazend dat ondanks het feit dat de ziekte beslist genezen is, de patiënt toch sterft? Synthetische geneesmiddelen zijn doeltreffend gebleken, en toch liggen ze aan de bron van heel wat angsten en zorgen, zoals in het geval van de thalidomide-baby’s, terwijl ook heel wat mensen gedood werden door de schokwerking van penicilline. Blijkbaar is de wetenschap zeer punctueel en precies gericht in het zoeken van oorzaken en gevolgen, maar ze verwaarloost het leven als geheel en snijdt voor eigen behoefte, de mens in allemaal aparte stukjes. Maar juist dàt wat zo belangrijk is in de opbouw van de menselijke persoonlijkheid, vrede, harmonie, vreugde, dankbaarheid, vervulling enz., dat is nu juist geen kwestie van analyse maar van synthese, de erkenning van een geheel waarvan de diverse delen slechts waarde krijgen door het verband waarin ze staan.

Vanzelfsprekend: wetenschap is essentieel. We zouden vandaag de dag niet kunnen leven zonder het komfort en de geruststelling die de wetenschap ons bezorgd heeft. Kijk maar eens rondom je het zachte en toch heldere licht, de elektrische toestellen die ons huis vullen, onze vervoermiddelen, het wordt een hele lijst van voordelen waarvan we zomaar uit gewoonte profiteren.

Maar denk nog maar eens goed en diep na! Hoeveel van die ontwikkelingen en resultaten van de wetenschap hebben iets te maken gehad met het scheppen van de ware mens?

Wanneer onze gedachten gaan naar de edelheid van de mens, dan leidt dit niet naar analyse, maar naar synthese, niet naar kunstmatigheid maar naar natuurlijkheid, niet naar tegenstrijdigheid maar naar harmonie, niet naar discriminatie maar naar overeenkomst: daarin juist ligt de noodzakelijke grond voor vrede en vreugde. Het is maar gelukkig dat tegenwoordig de mensheid stilaan begint te ontwaken tot deze vaststelling.

Wat ik bijzonder onder uw aandacht wil brengen, is dat er in het leven eigenlijk twee facetten zijn. Het éne is het leven dat object van de wetenschappen is, het leven dat als een gerieflijkheid opgevat wordt, het objectieve leven waarover ik daarnet sprak en waarop zovele mensen de nadruk leggen. Het tweede facet is dàt leven dat enkel het mijne is, dat uitsluitend het mijne is, dàt leven dat één is en dat nergens anders ter wereld of in de hemel kan aangetroffen worden, mijn leven dat geen her-leven toelaat. Een jong arts kan een patiënt het leven laten verliezen, maar hij wordt hiervoor verontschuldigd doordat hij misschien door deze ervaring later eens een ander leven zal kunnen redden. Maar wanneer dit leven mij ontvalt, dan is er voor mij geen her-leven meer. Bovendien is het zo dat dit leven van mij op een dag van deze aarde zal verdwijnen. Wanneer weten we niet. Die dag kan zelfs vandaag nog zijn. Hoe voorzichtig men ook wil zijn, iedereen kan plots het slachtoffer worden van een verkeersongeval of van een natuurramp. Want alles bij elkaar, dàt is nu precies het leven!

Men vertelt dat toen Siddharta, de latere Boeddha Shakyamuni, geboren werd, hij de handen richtte naar de hemel en naar de aarde en daarbij verklaarde:“ Ik ben de meest edele op aarde en in de hemel!”. Ik geloof dat deze woorden ons de onvergelijkbare edelheid van het leven leren, … van mijn leven. Heel wat mensen zeggen: “Dat Boeddhisme van jullie praat altijd maar over de hel, over het Reine Land, over de dood; hoe pessimistisch! Daar hou ik niet van. De dood is het laatste waaraan ik zou denken!”

Hoe naïef toch! Hoe oppervlakkig mensen toch kunnen zijn! Het is enkel door het begrijpen van de dringende nabijheid van de dood dat men de edelheid van het leven kan herkennen. Het Boeddhisme leert ons de adel van dit leven door onze aandacht te vestigen op de dood. En het is van het allergrootste belang dat we ernstig nadenken over de edelheid van het leven.

Zo de vraag hoe is dit huidige leven van me tot bestaan gekomen? Ik werd in deze wereld geboren dank zij mijn ouders. Dat betekent dat om mijn leven mogelijk te maken, er voordien twee levens noodzakelijk waren, die van mijn ouders; en de generatie ervóór waren het vier levens, die van mijn grootouders. En geloof me of niet, maar er waren 8 miljard vijfhonderd miljoen levens noodzakelijk wanneer ik voor mijn leven 33 generaties terug tel. Anders gezegd mijn leven bevindt zich aan de top van een piramide van 8 500 000 000 andere levens. Sta me toe dit even in de toekomst te projecteren. In de veronderstelling dat ik twee kinderen heb en dat elk van mijn afstammelingen eveneens twee kinderen heeft, dan zullen over 33 generaties 8 500 000 000 mensen mijn directe afstammelingen zijn. En vermits een breuk in deze opeenvolgingen ondenkbaar is en dat die opeenvolging voorbij de 33ste generatie kan voortgetrokken worden, dan worden de getallen werkelijk astronomisch. De huidige wereldbevolking van 4 miljard en nog wat wordt onderscheiden in blank, zwart, geel en nog wat andere rassen; dit onderscheid ontstond blijkbaar onder de invloed van lokale omstandigheden waarin die mensen leefden, zodat men gerust mag aannemen dat globaal gezien, al die mensen aan elkaar verwant moeten zijn. Het kan misschien wat overdreven lijken, maar alle mensen zijn ergens bloedverwant met alle andere mensen.

Vertrekkend van mijn ouders, strekt de verwantschap van mijn leven zich horizontaal en ver in alle richtingen uit; ze is zelfs niet beperkt tot enkel het mensdom. De voedzame melk die ik drink komt van een koe en misschien heeft haar kalf eveneens van die melk gedronken, zodat het kalf en ik zoogbroeders zijn. Ons leven en het leven van alle levende wezens is verwant, of we dit willen of niet. Daarom leert het Boeddhisme ons de grenzeloze en complexe verwantschappen van ons leven met alle andere levens. Dit deelnemen, dit collectieve eigenaarschap van het leven en de levens heeft een diepe betekenis wanneer men het probleem van de wereldvrede in overweging neemt. Reeds Albert Schweitzer, de Duitse zendeling-arts die over de gehele wereld geprezen werd, heeft dit eveneens vastgesteld.

Hoe jammer is het dan niet dat men desondanks voortgaat met confronteringen en tegenstellingen, met verdeeldheden en oorlogen tussen volkeren, rassen en maatschappelijke lagen, en dàt vaak dan nog in naam van een godsdienst. Dat men voortgaat lijden op lijden te stapelen, angsten op angsten, dan wanneer in feite de grote noodzaak van elk volk is te komen tot het verwerkelijken van een humane filosofie en religie die alle differentiaties zal overtreffen.

En welke is dan die filosofie, die religie die de mensheid kan wekken tot ware vrede en harmonie?

Religie is een cultureel verschijnsel dat, in de opvatting van de gelovigen, een verklaring geeft voor de uiteindelijke zin van het menselijke leven, en gedurende dit leven, tevens oplossingen voorstelt voor de menselijke problemen.

Een ware, grondige religie schenkt voldoening op het persoonlijke, emotionele vlak zowel als op het intellectuele vlak. Ze moet de emoties voldoen door middel van een warme en persoonlijke betrokkenheid en tezelfdertijd moet ze ook het intellect voldoening schenken door haar leerstellingen te gronden op een degelijke filosofie.

Het uiteindelijke doel van het Boeddhisme is de vervolmaking van de persoonlijkheid in de volle realisatie van de levenswaarheid.

De ware zin van de Nembutsu is geen terugtrekken uit het actieve leven, maar juist een leven van dynamisch en progressief handelen, waarbij dankbaarheid en nederigheid hun uitdrukking vinden in het uitspreken van Namu Amida Butsu. Het is geen levensbeschouwing van toekomst of van verleden, maar van het hier-en-nu.

Leven met de Nembutsu is werken met blijdschap, is bijdragen tot het geluk van anderen en onze erkentelijkheid uitdrukken voor Amida Buddha’s groot mededogen.

(S.Y.)

(wordt vervolgd)

Ekō 20
De Edelheid Van Het Leven

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home