Het Horen Van De Naam

Esho Sasaki

Toen ik nog studeerde aan de Kyoto Universiteit, ging mijn hoofdbelangstelling uit naar het Indische Boeddhisme, en nu dat ik zelf doceer, bestudeer ik met mijn studenten de Madhyamaka-doctrine uiteengezet door Nāgārjuna en in het bijzonder de gedachtenwereld van Āryadeva die een leerling van Nāgārjuna was. Ik ben dus helemaal geen professional van het Shin-Boeddhisme.

Maar geheel mijn denken en leven is gericht op het Shin-Boeddhisme, de lering van Shinran Shonin, en dit ten gevolge van twee grote invloeden.

Ten eerste ik ben geboren in een gezin van een Shin-Boeddhistische tempel en ben dus opgegroeid geheel in het teken van het Shin-Boeddhisme: ik luisterde getrouw naar de preken en sermoenen van de priesters, elke ochtend en elke avond reciteerde ik vóór het huisaltaar de sūtra’s, ik woonde de ceremonies bij en zo voorts. Onder deze omstandigheden zijn mijn denken en mijn leven vanzelfsprekend en onbewust doordrongen van de lering van Shinran Shonin. Dat heb ik grotendeels te danken aan mijn ouders die me altijd aangeraden en overtuigd hebben naar de leer te luisteren.

Tweede invloed: nu al meer dan tien jaar geleden, had ik het grote geluk Rev. Zuiken Inagaki voor het eerst te ontmoeten. Toen maakte zijn waardige verschijning een diepe indruk op me. Zijn lezing, die een sterke impressie in me naliet, mikte recht naar de waarheid van het Boeddhisme, met een glasheldere verklaring en zonder de wazige woorden die zoveel andere priesters gebruiken. Deze ontmoeting met een sterke persoonlijkheid was één van de belangrijkste gebeurtenissen in mijn leven. Van dan af begon ik naar Shinran Shonins leer te luisteren met geheel mijn hart, ook al was het maar brokje bij brokje.

Rev. Inagaki sprak steeds maar over de “Onafhankelijkheid van de Naam”. Eerst kwam die term me erg vreemd voor en hij bleef lange tijd in mijn geest hangen als zo één van mijn problemen met het Shin-Boeddhisme. Deze term is evenwel nauw verwant met die andere term, “het horen van de Naam”, die vermeld wordt in de passage over de vervulling van de Oorspronkelijke Gelofte en die niets anders is dan shinjin, de overgave aan de Ander-Kracht, in het Shin-Boeddhisme.

Anderzijds heeft mijn studie van de Boeddhistische teksten uit Indië mij heel scherp laten voelen dat “horen” essentieel of centraal is voor het Boeddhistische Pad, en dat dit motief doorloopt zonder onderbreking vanuit het Indische Boeddhisme tot het Japanse Boeddhisme.

Reeds vanaf de vroege tijden van het Boeddhisme is er immers sprake van de drievoudige prajnā (drievoudige wijsheid) als een essentieel Boeddhistisch Pad. Dit betekent dat in het benaderen en uitbouwen van de wijsheid, er drie stadia zijn: het eerste al luisterend (sruta in het Sanskriet) - in dit stadium luistert men naar de Leer zonder er eigen gedachten, meningen of overpeinzingen bij te voegen -, men gaat dan verder met het overwegen (cintā in het Sanskriet) - d.i. het overwegen van hetgeen men gehoord heeft -, en ten slotte de meditatieve praktijk van horen en overwegen (bhāvanā in het Sanskriet). Welnu, deze drievoudige wijsheid (drie stadia der ontwikkeling) is zodoende gebaseerd op de handeling van het “horen”.

In de teksten van het Mahāyāna Boeddhisme kunnen we meer in dit verband interessante passages aantreffen. Bijzonder in de Mahāyānasamgraha (“Samenvatting van het Mahāyāna, in het Frans vertaald als ‘La Somme du Grand Véhicule d’Asanga’ door Et. Lamotte), komt de technische term srutavāsanā voor, die we vanuit het Sanskriet kunnen omschrijven als “de doorgeurende indruk op iemands persoonlijkheid” (vāsanā: geurimpressie, sruta: door te horen).

Volgens deze tekst, is deze indruk (als wierook) op de persoonlijkheid via het horen bestemd om het zaad van een onderbewuste invloed in te planten, waardoor de persoon vanuit het stadium van de blinde driften kan overgaan tot het stadium van het zuivere Boeddhaschap. Bovendien wordt de term in deze tekst zelf verder uitgelegd in de passage die luidt dharmadhātunisyanda-srutavāsanā, d. i. ‘de geurindruk (wierook) op iemands persoonlijkheid door te horen de leer (ware stem) spontaan uitvloeiend uit het universum van reinheid (reine dharmadhātu: rein universum van absolute waarheid)’. Volgens het commentaar hierop van Asvabhāva worden er ons hier enkele belangrijke punten getoond, waaruit ik er hier twee uitpik:

(1)     Het horen van de stem die uit de reine Dharmadhātu neerstroomt is niet het horen met de eigen mogelijkheden; de stem uit de reine Dharmadhātu komt spontaan in de oren/geest wanneer de persoon geneigd is die stem te ontvangen zonder er de eigen ik-gerichte inzichten of de eigen discriminaties in te lassen.

(2)     Wanneer iemand aldus de stem hoort van de Dharmadhātunisyanda, nI. de stem van het universum/waarheidswereld, die spontaan neerstroomt vanuit Dharmadhātu, dan worden zijn boze driften (klesa) uitgezuiverd en verdwijnen stilaan, en zo wordt zijn geest eveneens stilaan tot reinheid gebracht.

Vanuit deze punten die in commentaar gegeven worden, stellen we vast dat het “horen” inderdaad essentieel of centraal is voor het Boeddhistische Pad; het is immers het begin van het pad dat naar de Verlichting leidt en eveneens de uiteindelijke geleiding naar de vervulling van de Verlichting. Hetgeen gehoord is geworden verandert degene die gehoord heeft.

In het Shin-Boeddhisme wordt, zoals u wel weet, het “horen van de Naam” heel in het bijzonder benadrukt. - Maar wat is het “horen van de Naam”? Wat is de Naam? Dat is immers de cruciale vraag, het hoofdprobleem dat zich in het Shin-Boeddhisme wel stelt. Ik zal proberen op dit probleem een klein commentaar te leveren volgens hetgeen ik van mijn levensleraar Rev. Inagaki heb mogen leren.

(I)      De Naam is “Namu-Amida-Butsu” in het Shin-Boeddhisme. Oorspronkelijk gebaseerd op het Sanskrietwoord nāmadheya betekent de Naam gewoon de ‘naam’ van de Boeddha. Zo is in het Japans ‘Amidabutsu’ inderdaad de ‘eigenlijke’ naam. Maar in het Shin-Boeddhisme heeft de term “Naam” een bijzondere betekenis. Daar heet de Naam te zijn “Namu-Amida-Butsu”, d.i. de samenstelling van ‘Namu’ en ‘amidabutsu’. Het eerste woord Namu betekent zoveel als ‘hulde, verering’ volgens het Sanskriet namat/namas/namo. Het tweede deel is natuurlijk de benaming voor Amida Boeddha (Tathāgata Amitābha/Amitāyus). Vandaar dat de letterlijke betekenis van de Naam is: “Hulde zij Amida Boeddha” of “Mijn toevlucht is Amida Boeddha”. Maar zo gezien, slaat dit terug op een handeling die slechts van één kant komt. Volgens Shinran Shonins commentaar op het eerste gedeelte van de Naam, is ‘Namu’ niets anders dan Amida die ons roept doorheen de Oorspronkelijke Gelofte. Dit houdt dan in dat zelfs ‘Namu’ (hulde, verering, devotie) die oorspronkelijk opgevat is geworden als de handeling van een persoon (‘de gelovige’, ‘ik’) of eigen aan personen, eveneens en vooral de werkzaamheid is van Amida Boeddha’s wijsheid-en-mededogen.

De verklarende woordenlijst van de Shin Buddhism Translation Series gepubliceerd door het Hongwanji International Center geeft ons een verstaanbare verklaring van de term “Naam” als volgt:

“De Naam omvat “Namu” als een noodzakelijke en essentiële component. “Namu” betekent geroepen worden en uitgenodigd worden tot het Reine Land door Amida. Dit betekent dat men geroepen wordt zichzelf totaal toe te vertrouwen aan Amida’s Oorspronkelijke Gelofte. Daardoor is “Namu” een beslissend onderdeel van de verlichting verwezenlijkt door Amida Boeddha en de opname ervan in de Naam wijst op de absolute natuur van Amida’s mededogen. Wanneer de Naam gezegd wordt, is het bijgevolg geen afsmekend gebed noch een magische formule, maar is het het samengaan van Amida’s roep met ‘s mensen horen van die roep volkomen vervuld door Amida’s diep medeleven met de mens.”

Zo wordt de Naam Namu-Amida-Butsu de volkomen manifestering van Amida’s wijsheid-en-mededogen, of de belichaming van Amida’s Oorspronkelijke Gelofte ter bevrijding van alle levende wezens. Het is dan ook geen overschatting te zeggen dat de Naam de uitdrukking is die neerstroomt vanuit de reine waarheidswereld.

(II)     En wat is dan het “horen van de Naam”? Aansluitend bij de zin van de Naam, is het “het aanhoren van Amida’s Oorspronkelijke Gelofte”. Terug naar de verklarende woordenlijst van het Shin Buddhism Translation Center:

“ Horen is ‘ontwaken’ tot Amida’s Oorspronkelijke Gelofte als de hoogste uitdrukking van het mededogen ten opzichte van de diepgaande crisis eigen aan de existentiële conditie van de mens… Religieus bekeken, is ‘horen’ het horen van de roep van een waar en waarachtig leven, terug te keren naar het oorspronkelijke huis, en ‘ontwaken’ is het met geheel zijn wezen beantwoorden van die roep, en het volgen van die roep tot het huis bereikt is. Deze roep is Namu-Amida-Butsu.”

We kunnen deze roep (de Naam!) slechts volgen met een volkomen oprecht gemoed. We volgen immers de Roep die uitstraalt uit Amida’s grote mededogen, afkomstig uit zijn wijsheid/waarheid. Wanneer we bijgevolg de Naam gedenken of verwoorden, gedenken en overwegen wij in onze geest hoe groot die Naam dan wel is, of hoe groot Amida’s Oorspronkelijke Gelofte dan wel is. En we kunnen dan de Naam ook horen. Maar in al die omstandigheden is er enkel de werkzaamheid van de Naam.

Nu wil ik terugkeren tot wat ik voordien al vermeldde: Rev. Zuiken Inagaki sprak steeds over “Onafhankelijkheid van de Naam”. Deze “Onafhankelijkheid van de Naam” betekent de overgrote werkzaamheid van de Naam, die de uitdrukking is van Amida’s Grote Mededogen. Wanneer de Naam in mijn oren/geest komt, dan komt hij meteen spontaan op mijn lippen met diepe weerklank in mijn gemoed en grote dankbaarheid voor de Grootheid van de Naam en Amida’s Oorspronkelijke-Geloftekracht Namu-Amida-Butsu! Dit is de kracht die ons, levende wezens, redt. Het is shinjin: de Overgave aan de Ander-Kracht. Al wat werkzaam is, dat is de Naam. Het is in deze zin dat “Onafhankelijkheid van de Naam” dient opgevat te worden.

Ik mag dan ook wel zeggen dat deze term “Onafhankelijkheid van de Naam” die de universele lering van het Shin-Boeddhisme manifesteert, waarlijk de steun van mijn hele leven is en mij ertoe voert met steeds meer aandacht de ware Leer van het Shin-Boeddhisme te “horen”.

Ekō 20

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home