De Edelheid Van Het Leven - (vervolg & slot)

Rev. Shōken Yamasaki

Prof. Emer. Ryukoku Universiteit, Kyoto

De vooruitgang in de kernwetenschappen draagt in zich de bedreiging van atoombommen en meteen ook van de volledige uitroeiing van de mens. Is er dan nog wel een oplossing die ons, ook al is het maar één enkele stap, dichter bij een ware en blijvende vrede brengt? Persoonlijk geloof ik dat de filosofie van gemeenschappelijke eigendom van het leven hierop het antwoord is, en zoals vroeger reeds gezegd, als de inslag in het levensweefsel. Maar als dit de inslag is, wat is dan de schering?

Mijn leven van vandaag is de voortzetting van gisteren. En hopelijk zal het zich tot morgen voortzetten. Op een grotere schaal bekeken, betekent dit dat mijn leven in deze wereld de voortzetting is van een vroegere wereld en zich zal uitstrekken in een toekomstige wereld. Althans, dat is wat ik hoop. Maar aangezien er niemand is die dergelijke toekomstige wereld gezien heeft, zijn er velen die beweren dat het dwaas is te geloven in een toekomstig leven. Feitelijk is dit de denkwijze van een eenvoudige geest. Neem b.v. de omstandigheden binnenin een gezin. Ofschoon de kinderen geboren zijn uit dezelfde ouders, en zelfs wanneer het tweelingen zijn, zullen de niveaus van verstand, van gezondheid, van vreugde en leed niet aan elkaar gelijk zijn. Er kan wel een oppervlakkige gelijkenis zijn in gelaatsuitdrukking, in stemhoogte of in lichaamsbouw ten gevolge van overgeërfde kenmerken, zoals verklaard wordt in biologie en anatomie, maar dit zal toch geen verklaring kunnen geven voor de verschillen in houdingen tegenover het leven van deze kinderen.

Zelfs wanneer het om broeders gaat, zullen de genen die ze geërfd hebben van hun ouders zo verschillend zijn dat de éne ‘wenselijke’ genen ontvangt en de andere ‘ongunstige’.

Een vriend van me had twee zoons; de oudste was kerngezond en stevig, maar de jongste, die wèl erg verstandig was, leed aan astma en stierf nog heel jong. De jongste zoon zei dikwijls: “Waarom moet ik alleen aan astma lijden?” De arts die de jongen verzorgde legde hem uit dat het blijkbaar een erfelijk verschijnsel was, vermits ook zijn grootvader aan die ziekte leed. Nu kan het wel zijn dat de arts tevreden was met zijn uitleg, maar toen de jongeman hem daarop vroeg om welke reden hij alleen zo’n gen gekregen had, moest de arts wel toegeven dat dit buiten het wetensbereik van de geneeskunde viel en dat enkel het religieuze beleven hierop enig antwoord kon bieden. Want de geneeskunde en de wetenschap kunnen wèl het fysische verschijnsel verklaren, maar niet het waarom. De genetische wetten zijn geen absoluut antwoord.

Nu zijn er wel mensen die zeggen dat het toeval geluk en ongeluk bepaalt; dat de mensheid op de ene of andere manier door de wispelturige wind van het toeval aangedreven wordt en dat elk resultaat slechts toevallig is. Of sommigen zullen zich beroepen op het noodlot, b.v. op het ogenblik dat een mens geboren wordt en dat op dit ogenblik het gehele bestaanslot van die mens vastgelegd wordt; dat de mensen er zich niet bewust van zijn dat hun leven op sporen loopt en dat die sporen al sedert het begin zo gelegd zijn en dat er buiten die levensrails geen andere weg kan bestaan…

En dan zijn er natuurlijk ook diegenen die alle verantwoordelijkheid afschuiven op de Voorzienigheid; dat een bovenmenselijke kracht, als b.v. een God die de wereld schiep, heerst over de bestemming van ‘s mensen leven, en dat hij die een beter leven verlangt, hiervoor moet bidden tot die bovenmenselijke macht.

Shakyamuni Buddha heeft al deze speculaties als misplaatst verworpen. Net zoals er geen planten zijn die ontstaan zonder zaad, zo heeft ook ‘s mensen leven een oorzaak. En die oorzaak is niets anders dan ik-zelf. Wanneer ‘ik’ de wet van deze oorzakelijkheid begrijp, begrijp ik meteen ook dat ‘ikzelf’ de oorzaak ben van mijn leven op aarde. Dit is de eerste stap naar Boeddha’s Verlichting.

De lange 80-jarige levensloopbaan van Shakyamuni liep ten einde. De discipelen verzamelden zich rond de leraar en ondervroegen hem: “Wanneer gij heengegaan zult zijn, Verhevene, tot wie moeten wij dan gaan voor geestelijke toevlucht?”.

De Boeddha antwoordde hun hierop met twee korte zinnen die heden nog vaak aangehaald worden. De eerste ervan is: “Wees een lamp voor uzelf.” Wat betekenen deze woorden? Ze zeggen ons dat er in deze wereldse wereld niemand is waarvan men kan afhankelijk zijn dan zichzelf. Verstaat men dit goed, dan ziet men hierin dat elkeen aansprakelijk is voor zijn eigen daden. Vanuit het ethische standpunt, vraagt dit ons ons als een autonoom mens te gedragen, een mens die Emmanuel Kant een “vrije” noemde. Pedagogisch betekent dit een mens die bekwaam is zichzelf op te voeden. Meer dan 2 500 jaar geleden had Shakyamuni Buddha al geleerd dat zulk een mens de meest edele mens is.

Als we dit juist kunnen beseffen, kunnen we slechts beschaamd worden over ons grommen en klagen. We doen dat omdat we er niet bewust van zijn dat het heden de vrucht is van hetgeen we gezaaid hebben in het verleden. Wordt de wet van de oorzakelijkheid ons helder, dan kunnen we niet langer twistziek blijven of elke schuld aan de anderen wijten. Bovendien bereiken we hiermee het stadium dat alle vormen van bijgeloof meteen verworpen worden.

De mensen denken dat ze goed opgevoed en verstandig zijn, maar is dat wel zo? Kijk maar eens naar al die superstities die overal rondkruipen, zelfs in dit tijdperk dat zichzelf wetenschappelijk en modern noemt! Nog altijd laten de mensen hun oren hangen naar de stand van de sterren, naar waarzeggerijen, handlezen, bezweringen, voodoo, toverkunsten, talismans… telkens de dingen verkeerd gaan. En ook diegenen die zichzelf wijs en intelligent betitelen, plegen te zeggen dat hoewel zij zelf niet in al dat bijgeloof geloven, het geen zin heeft in te gaan tegen de vloed van ‘volkssuperstities’. Maar wanneer iemand de lering van de Boeddha goed begrepen heeft, kan hij zich niet bij zulke dwaasheden neerleggen. Voor hem is er geen ‘gunstige’ of ‘ongunstige’ dag meer, voor hem zijn er geen ‘voortekens’ meer om zijn gedragingen te beïnvloeden.

Ik ben de verantwoordelijke partij. Goed en kwaad bega ikzelf. Mijn leven, de tijd van mijn leven wordt goed of slecht volgens mijn wilsdaden. Mijn wilsdaden en handelingen van vandaag zijn het zaad dat ik vandaag uitzaai om er morgen de vruchten van te oogsten. Daarom is het zo belangrijk dapper en moedig te leven. En in oprechtheid te leven! Niemand anders leeft mijn leven. Hij die een waardig leven leidt is degene die zijn leven veredelt. En dit zou de levenshouding van Boeddha’s volgeling moeten zijn.

De tweede zin die de Boeddha bij zijn heengaan sprak, was: “Laat de Dharma uw licht zijn.” Dat betekent dat de Leer in het leven de lichtbaken moet zijn, de wegwijzer op de levensbaan.

Maar ik heb mooi dapper te praten alsof ik wijs en verstandig was, hoe zwak word ik zodra er iets verkeerd gaat, wanneer de gezondheid me in de steek laat of wanneer er in mijn gezin onenigheid ontstaat; dan verschalen en verwelken mijn mooie woorden en probeer ik de schuld van alles in andermans schoenen te schuiven. Want zo ben ik nu eenmaal…

De wetenschappen hebben snelle vorderingen gemaakt. Redelijkheid, wijsbegeerte, verstand worden van de daken geschreeuwd. Dat is allemaal erg belangrijk voor de ontwikkeling van de cultuur. Maar het leven zelf is toch nog belangrijker! Het leven ligt voorbij en verder dan de woorden.

Bekijk ik mezelf, dan zie ik hoe ikzelf voortdurend de vergissingen en fouten die uit andermans ogen tranen, herneem en herhaal. En daarbij dan ook voortdurend mezelf verontschuldig.

De rol van het religieuze beleven is ons aan te zetten het hoofd te bieden aan de realiteiten die wetgeving, ethica of wijsbegeerte niet kunnen ontwarren. Het religieuze beleven herstelt de misstappen op ons pad, wijst ons de weg die we dienen te volgen en verlicht de baan die ons naar de ware Dharma voert. En het is daarom dat de Verhevene zei: “Wees een lamp voor uzelf, laat de Dharma uw licht zijn.”

Gedurende de twintig jaar die de jonge Shinran Shonin in studie en praktijk op Hiei-San doorbracht, poogde hij tevergeefs de boeien van zijn ego en zijn ego-gerichte passies te doorbreken. En toch, hoewel de Leer intellectueel kon begrepen worden, hoe meer lichtstralen hij kon opvangen van de lamp van de Dharma, hoe meer hij geconfronteerd werd met dat afschuwelijke zelf. Zozeer dat hij uit wanhoop Hiei-San verliet en dat zijn voetstappen hem leidden tot bij Meester Honen die de weg van de Nembutsu onderrichtte.

De Leer van de Nembutsu van het heil door de Ander-Kracht geeft aan de mens, die zich anders hopeloos verloren en verdoemd voelt, deel aan het leven en het mededogen van Amida Tathagata, aangezien de wijsheid van de Boeddha werkzaam is onder de vorm van Namu Amida Butsu. De Nembutsu, NAMU AMIDA BUTSU, is de wenkende stem van Amida Buddha. Geboorte in het Reine Land is ons verzekerd door de eenvoudige aanvaarding van het diepe vertrouwen dat ons spontaan in akkoord brengt met de Nembutsu van dankbaarheid voor Amida Buddha’s grote heilswerking.

Het was in deze lering, die we Jodo Shinshu noemen, de Ware Leer van het Reine Land, dat Shinran Shonin ware vrede en bevrijding van alle angsten vond. Hij leefde voortaan, tot de hoge ouderdom van 90 jaar, in toewijding aan het verkondigen van Namu Amida Butsu. Kan er in het leven van de mens een grotere edelheid bestaan dan deze?

Ekō 21
De Edelheid Van Het Leven

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home