De Plaats Van Shinran Shonin In Het Boeddhisme (7)

In het tweede hoofdstuk van zijn Kyō Gyō Shin Shō zet Shinran aan de hand van talrijke passages uit sūtra’s en commentaren voorop hoe de Nembutsu alle vormen van menselijke onwetendheid kan verdrijven en aldus de spirituele verlangens van de levende wezens tot vervulling brengt.

Maar in scherpe tegenstelling tot zijn meester Hōnen (of althans in tegenstelling tot de visie van Hōnen zoals die in de Jōdo-shu is overgeleverd geworden), kan Shinran niet aannemen dat het louter uitspreken van de Naam, als een mechanische verwoording, kan leiden tot de uiteindelijke verlossing, noch zelfs tot de verzekering van het verwezenlijken van deze verlossing.

Naar Shinrans opvatting blijft de materiële repetitieve handeling uitwendig en geldt dan als handeling van de recitant zelf, d.w.z. dat het een handeling uit eigen berekening (“eigen-kracht”) is. De verwoordingsdaad die de Nembutsu is, kan zijn vervulling (volheid) enkel bereiken wanneer hij antwoord/vocale reactie is geworden op de natuurlijke werkzaamheid diep binnenin de recitant, een werkzaamheid die de spontane uiting van de “Ander-Kracht” is.

We zagen vroeger reeds dat het tweede hoofdstuk van Kyō Gyō Shin Shō eindigt met de 32 strofen van de Shōshin Nembutsu Ge. Deze situering is evenmin aan enig toeval te danken als de opeenvolging zelf van de hoofdstukken of de opeenvolging van de woorden in de titel van het werk.

Deze verzen, die in het Jōdo-Shinshū ritueel zo’n belangrijke plaats innemen, staan immers juist op de plaats van ontmoeting, van contact en van overlapping van de kapittels gewijd aan de Juiste Praktijk (II) en aan de Juiste Overgave (III). Op deze plaats gelden ze als een symbool, als een aanduiding, als een bewegwijzering. Hiermee wordt geïllustreerd hoe in de Nembutsu de begrippen van “religieuze praktijk” en van “vertrouwensvolle overgave” samenvallen.

Er is dus, naar gelang van het standpunt dat men inneemt, de Nembutsu als praktijk (d.i. het uitspreken van de Naam) zoals beklemtoond was door Hōnen; - maar daarbij eveneens de Nembutsu als belichaming van de Overgave.

Dit typisch Shinranse perspectief vertegenwoordigt een geheel nieuw evolutiestadium in de Nembutsu-lering en verklaart de centrale positie die de 18de Gelofte inneemt.

Als heilsmiddel wordt de Nembutsu gekoppeld aan de innerlijke, oprechte, diepe overgave. Bij Shinran is aldus tussen de Nembutsu als verklanking van de Naam en de overgave (shinjin) een mystieke band ontstaan.

Traditioneel gezien is, tot Shinran, de Leer van de Boeddha steeds opgevat geworden als een opeenvolging van drie leeraspecten: de doctrine (als verkondiging), de praktijk (het beoefenen van de leerinhoud) en de verwezenlijking (nirvāna). Het is uit de kennis van de Leer dat de volgeling de overtuiging, de wil en de energie put om de praktijk(en) te verrichten, waarmee hij dan hoopt zijn geestelijk doel te bereiken: het uitdoven van het lijdensbestaan, de Verlichting, het Boeddhaschap.

Shinran breekt met deze traditionele benadering. Het blijft een open vraag of hij bewust was van deze breuk. Zijn bekommernis om zijn vaststellingen te staven aan de hand van overtalrijke passages uit de schrifturen, doet de vraag rijzen of hij inderdaad bewust was van de nieuwe aanpak die hij voorstond. Anderzijds mag men uit deze aanpak ook concluderen dat hij de intieme overtuiging koesterde dat zijn visie ook die van de schrifturen was, of althans als een secundaire conclusie ervan diende beschouwd te worden.

Voor Shinran immers vertegenwoordigt de Nembutsu de kristallisering (D. T. Suzuki gebruikt de term objectification) van de Boeddhistische Leer in zijn omvattende integraliteit (eerste aspect van de Nembutsu). Wat de vocale praktijk van de Nembutsu echter betreft: hij ziet die nu onder een zeer speciale belichting. Voor hem is de Nembutsu het raakpunt van de overgave en van de praktijk. Het is deze éénwording die de diepere verklaring inhoudt van het inlassen van de waarschijnlijk reeds vroeger bestaande grondtekst van de Shō Shin-ge tussen het tweede en het derde hoofdstuk.

Shinran laat trouwens geen gelegenheid voorbijgaan zijn standpunt ruim te verduidelijken in het 3de hoofdstuk (de Juiste Overgave) van Kyō Gyō Shin Shō. Daar zegt hij b.v. (111, 50):

“De diepe overgave (shingyō) gaat noodzakelijkerwijze samen met (het uitspreken van) de Naam (myōgō). Welnu, (het uitspreken van) de Naam gaat niet altijd samen met de overgave, uitdrukking verwekt door de Gelofte-Kracht.”

Deze, op het eerste gezicht wat complexe, maar alleszins kapitale passage toont aan hoe kritisch Shinran wel stond ten opzichte van de mechanische herhaling van de Nembutsu. Voor hem is immers de ware verklanking van de Nembutsu (de Ander-Kracht Nembutsu) een vertolking van de vertrouwensvolle overgave, maar niet een doelgericht heilsmiddel. Wel benadrukt hij dat er geen praktijk in de ware zin kan bestaan buiten de voorwaardeloze overgave aan Amida’s Voortijdelijke Gelofte!

Ekō 21
De Plaats Van Shinran Shonin In Het Boeddhisme

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home