Drie Aspecten Van De Verlichting

Rev. Prof. E. Kakue MIYAJI

Er zijn heel wat facetten die te voorschijn komen wanneer men poogt de Boeddhistische Verlichting of Wijsheid uiteen te zetten.

Men kan ze wel grosso modo in drie reeksen verdelen.

De eerste reeks is als een trappenhuis het zijn methodes en praktijken die tot de Verlichting leiden; de tweede reeks omvat de kenmerken en de werkzaamheid van de Verlichting; de derde reeks heeft betrekking op de inhoud zelf van de Verlichting.

Wil men een beeldspraak, dan is het alsof je aan je gasten wil uiteenzetten wat voor voedsel je hun wil aanbieden. Eerst zal je praten over de ingrediënten, over de recepten, over de kok. Daarna zet je uiteen hoe voedzaam dat eten wel is, hoe nuttig voor de gezondheid. En dan ten slotte, zal je ook willen uitleggen hoe lekker het eten is.

Net zoals in deze vergelijking met een lekkere maaltijd, kan men het Boeddhisme op drie verschillende manieren uitleggen.

Tot de eerste reeks behoren dan die leringen die betrekking hebben op het naleven van disciplineregels (vinaya), op meditatie of concentratie (dhyāna, samatha-vipasyanā), op de verwezenlijking van extatische vereniging met een goddelijk wezen (yogācārya), op de tien stadia naar de Verlichting, enz.

Leringen die inzichten geven in de principes van leegheid, Niet-Substantialiteit (sūnyatā), van ‘Enkel-Geest’ (vijnāna-mātratā), van het Ontstaan in Afhankelijkheid (pratītya-samutpāda) of van de talloze kenmerken of verdiensten van ‘dharma’, al deze leringen, doctrines en uiteenzettingen behoren tot de tweede reeks.

Leringen die handelen over een verlichte visie op het bestaan (dharma-dhātu) of over de verlichte toestand van het Reine Land (sukhāvatī-vyūha), dat zijn dan de leringen van de derde reeks.

Wanneer je, met ‘n beetje ervaring, een bepaalde passage uit de Boeddhistische schriftuur leest, kan je ook merken tot welke categorie die passage behoort en dan begrijp je ook meteen zijn typische rol in het geheel van de Boeddhistische ‘theologie’.

De diverse sekten, stromingen, scholen, tradities in het Boeddhisme eisen vaak voor zichzelf een soort alleenrecht op vertegenwoordiging van het enige ware Boeddhisme op. Wat mij betreft, ik kan hun eisen best volgen. Immers, elk van ze manifesteert een verschillend aspect van een groot geheel dat bekend staat als “Het Boeddhisme”. De verschillen spruiten voort uit de verschillende manieren dit Boeddhisme te benaderen, te verwoorden, in de praktijk te zetten. Al deze verschillen kunnen dan ook gerangschikt worden in de drie reeksen waarover we het hiervóór hadden.

Wat bij het genieten van een maaltijd van hoofdbelang is, vóór en boven alle andere overwegingen, dat is of je bij machte bent de ware heerlijke smaak van de gerechten te proeven. Bij de studie van het Boeddhisme is het net zo: hetgeen van het uiterste belang is, dat is of je al dan niet in staat bent de zaligheid van de Verlichting te “proeven”, te ervaren.

Het is daarom dat ik geloof dat de Avatamsaka-sūtra (Bloemenkrans-sūtra, Jap. Kegon-kyō) en de Sukhāvatīvyūha-sūtra (Reine-Land-sūtra, Jap. Dai-Muryōju-kyō) terecht de Hoogste en Absolute Lering (Ekayāna sāsana , Jap. Ichijō-kyō) van het Mahāyāna genoemd worden. De reden hiervoor is, dat ze het innerlijke landschap van de verlichtingswereld of ‘Dharma-dhātu’, gerealiseerd door de Vairocana Buddha, het absolute-substantielichaam van het Boeddhaschap, uitdrukken, evenals de werkingswereld van de Oneindige Boeddha (Amida-Buddha), door Sākyamuni zelf beschreven en vereerd als een Volmaakte Wereld verwezenlijkt door een Volmaakte Boeddha.

Ekō 22

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home