Glossarium Voor Het Shin-Boeddhisme (7)

Hō (beginsel,wetmatigheid, leer, enz.)

Sanskriet: dharma.

Etymol. van de stam dhr houden, dragen. Deze term heeft in de loop der jaren een groot aantal betekenissen gekregen, zodat het niet mogelijk is één enkele hoofdvertaling voorop te zetten. Ook in het gebruik is het niet altijd mogelijk duidelijk te stellen om welke betekenis het gaat. Bij de diverse betekenissen die vaak voorkomen: principe, wet, wetmatigheid; plicht, rechtmatigheid, het gepaste; norm, standaard; leer, in het bijzonder het Boeddhisme; element, eigenschap, beginsel, werking; gedrag, juist gedrag, juiste handelswijze; de handelingen (karma) en hun gevolgen; het heelal als som van de elementen en als voorwerp van de gedachte; het predikaat van een stelling in de Indische logica; religieuze waarheid als tegenstelling tot wereldse waarheid.

Zolang hō gebruikt wordt voor wet of leer, zijn er geen vertaalproblemen; wèl echter zodra de term voorkomt in technische zin als ‘kenmerk, attribuut, essentiële eigenschap, substantie, bestaande, realiteit, wezen’: daar beginnen de moeilijkheden. Dharma/hō is één van de meest controversiële basistermen. D. T. Suzuki: “There are passages in Mahāyāna literature in which the whole significance of the text depends upon how we understand the word dharma.”

In Amida-kyō wordt hō (maar in welke betekenis precies?) gezegd te zijn: “uiterst moeilijk te geloven, ja een uiterst zeldzaam en onverwoordbaar iets” - Vert. Hiuen-tsang IX). In Kyō Gyō Shin Shō slaat hō steeds terug op de leer en wel bepaald Amida’s Voortijdelijke Gelofte, de Ander-Kracht en de Nembutsu; maar Shinran Shōnin gebruikt in zijn latere werken dezelfde term vaak als equivalent voor shinjin.

Hōben (geschikte middelen)

Sanskriet upāya.

Letterlijk “benadering”; komt vaak voor in de uitdrukking upāya-kausalya (Pāli: upāya kosalla): geschikte heilzame middelen.

Twee betekenissen overheersen:

1) de gepaste heilsmethode waarmee de mens de Verlichting kan verwezenlijken, o.a. via karmisch heilzame daden;

2) de gepaste heilsmiddelen waarmee Boeddha’s en Bodhisattva’s de lijdende wezens op de weg naar de Verlichting helpen.

In het Shin-Boeddhisme verwijst hōben meestal naar de diverse manifesteringen van de absolute, uiteindelijke werkelijkheid die buiten tijd en ruimte staat en die de Verlichting is (Boeddhaschap, Boeddha-natuur), maar zich in de relatieve wereld manifesteert. Immers, het “dharmalichaam van Zo-heid” (dharmakāya-dharmāta, hosshō hosshin) treedt in de wereld van geboorte-en-dood op als “dharmalichaam van geschikte middelen” (hōben hosshin) waarmee het dan binnen het bereik van het menselijk begripsvermogen komt. Zie hierover ook hōben hōjin, hōben hosshin, hōben keshin, hosshin, hosshō).

Shinran Shōnin gebruikt de term hōben eveneens voor de praktijken verbonden aan de 19de Gelofte (zelfkracht nembutsu) en aan de 2Oste Gelofte (meditatieve en niet-meditatieve goede praktijken), door Amida aangewend om de beoefenaars van de eigen-kracht (jiriki) geleidelijk te leiden tot de werking van de Ander-Kracht (tariki). De gebruikelijke Boeddhistische praktijken, traditioneel gegroepeerd als moraliteit-meditatie-wijsheid, worden dus niet verworpen, maar niet als doeltreffend beschouwd; het zijn voorlopige “middelen” van waaruit de beoefenaar geleidelijk tot tariki komt.

Hōben hōjin (verheerlijkingslichaam van geschikte middelen)

Namelijk Amida, zoals hij beschreven wordt in de Meditatie-sūtra.

Is volgens Shinran, hetzelfde als hōben keshin, het verschijningslichaam van geschikte middelen (zie keshin, sanshin). Maar vermits Amida’s hōben keshin niet afgescheiden is van zijn verheerlijkingslichaam (sambhogakāya), is het hierin vervat.

Sommige manuscripten van Tannishō lezen hier hōben hosshin (Dharmalichaam van geschikte middelen).

T’an-luan zegt dat alle Boeddha’s twee dharmalichamen bezitten: hosshō hosshin (Dharmalichaam van Dharmanatuur), statisch aspect van het absolute Boeddhaschap, en hōben hosshin, het dynamisch aspect van het Boeddhaschap. In deze tweevoudige indeling zijn zowel Amida’s verheerlijkingslichaam (hōjin) als zijn verschijningslichaam (keshin) vervat in hōben hosshin.

Hōben hosshin (Dharmalichaam van geschikte middelen)

Bijzonder facet door de Reine Landscholen toegekend aan het Dharmalichaam (zie sanshin).

In Ōjoron-chū (vol. 2) schrijft T’an-luan “Boeddha’s en Bodhisattva’s hebben twee soorten van Dharmalichaam: ten eerste het Dharmalichaam van Dharma-natuur, ten tweede het Dharmalichaam van geschikte middelen. Dit Dharmalichaam van geschikte middelen ontstaat in afhankelijkheid van het Dharmalichaam van Dharma-natuur. Het Dharmalichaam van Dharma-natuur openbaart zichzelf in functie van het Dharmalichaam van geschikte middelen. Deze twee Dharmalichamen zijn verscheiden, maar niet gescheiden; ze zijn één, maar niet identiek.”

Hōben hosshin is dus de gemanifesteerde vorm van het Grote Mededogen dat Verlichting is, maar vorm- en kleurloos als Dharmalichaam van Dharmanatuur. Het Dharmalichaam van geschikte middelen heeft een denkbare vorm aangenomen en is werkzaam. Vandaar dat men kan spreken van een tijdelijke manifestering van Dharmakāya. Het is de verlichaamde vorm van de Zo-heid (tathāta, shinnyo) of Dharma-natuur (dharmatā, hosshō), die zich manifesteert om bijstand te verlenen aan de lijdende wezens.

Dit “lichaam” wordt hōben (upāya) geheten omdat het voortgebracht wordt door de geloften en praktijken van een bodhisattva (in casu die van Hōzō , Dharmākara Bodhisattva); het wordt hosshin (dharmakāya) geheten omdat het alle verdiensten van het Boeddhaschap in zich samenbalt en daarbij de manifestatie van de Zo-heid is.

Hōben kedo (Verschijningsland van geschikte middelen)

Synoniem voor henji; zie aldaar, en ook onder hōdo.

Het verschijningsland van geschikte middelen is een heilstoestand die niet volledig verwezenlijkt is. In dit “land” worden de volgelingen van de 19de en 20ste Geloften (d.w.z. zij die op eigen-kracht het heil willen verwezenlijken) geboren, in afwachting dat ze shinjin verwezenlijken en naar de 18de Gelofte in het ware Reine Land (shinjitsu-hōdo) geboren worden. Deze lering is gebaseerd op de Meditatie-sūtra.

Hōben keshin (Verschijningslichaam van geschikte middelen)

Zie hiervóór onder hōben hōjin.

Hō butsu (Verheerlijkings-Boeddha, Belonings-Boeddha)

De Boeddha als verheerlijkingslichaam, gemanifesteerd als gevolg van geloften die door een bodhisattva afgelegd werden, b.v. Amida gezien ten opzichte van Hōzō . De gelofte-afleggende bodhisattva is de oorzakelijkheidtoestand van het Boeddhaschap; de hō-butsu is dan het Boeddhaschap gezien als gevolg. Er is echter geen fundamenteel onderscheid tussen beide.

Hōdo (het Verheerlijkingsland, Beloningsland)

Synoniem voor Jōdo, het Reine Land. Amida’s Reine Land wordt ook Verheerlijkingsland of Beloningsland genoemd daar het geactualiseerd is in de “beloning” voor de Geloften en de Grote Praktijk van Dharmākara Bodhisattva (Hōzō Bosatsu), vervuld in het discipline stadium van zijn religieuze ontplooiing (het causale stadium van Amida).

Net als Jōdo, is Hōdo het bereik waarin zij die shinjin in de 18de Gelofte verwezenlijkt hebben, geboren worden. Hōdo staat dan ook in tegenstelling tot kedo (hōben kedo), Amida’s Verschijningsland, bestemd voor diegenen die nog met jiriki-gemoed de nembutsu en andere goede praktijken beoefend hebben. Doordat ze echter twijfel zijn blijven koesteren wat betreft Amida’s Wijsheid, Mededogen en Werkzaamheid, worden ze in Kedo geboren door de werking van de 19de en 20ste Geloften.

In het traditionele Boeddhisme verwijst Hōdo vaak naar de wereld waarin iemand geboren wordt ten gevolge van het voorbije karma: hel, hemel, mensenwereld, dierenrijk, enz.

Hōjin (Verheerlijkingslichaam)

Sanskriet sambhoga-kāya, tweede belichamingvorm van de “Drie Boeddhalichamen”. Ook “beloningslichaam”.

In de Mahāyāna-doctrine van de Drie Lichamen (Trikāya; zie ook sanshin), het lichaam van de verheerlijkte verschijning, zoals de Boeddha in meditatie verschijnt. Stelt de geïdealiseerde vorm van het Boeddhaschap weer, actief inwerkend op de wezens, b.v. als verlichtende werkzaamheid. In de iconografie worden de Boeddha’s veelal als hōjin afgebeeld. De meeste afbeeldingen van Amida, Yakushi of Dainichi, b.v. zijn hōjin-afbeeldingen.

Ekō 23

Glossarium Voor Het Shin-Boeddhisme

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home