Tannishō (6)

Tannishō (Het Betreuren van de Dwalingen) is een werk toe geschreven aan Shinrans directe discipel Yuien-bō. Dit werk wordt algemeen beschouwd als een precieze weergave van de gedachte van de Meester tijdens diens laatste levensjaren en als de volledige openbloeiing van de Reine-Landleer tot in zijn meest logische consequenties.

In dit zesde hoofdstuk behandelt Shinran het probleem van de diverse groepen en leraars die met elkaar in onenigheid leven en twisten om zoveel mogelijk aanhangers te winnen en te behouden. Shinran argumenteert dat zulke betwistingen zinloos zijn, vermits iedereen in de Nembutsu gelijk is, dat de Nembutsu uitsluitend van Amida komt en dat er bijgevolg niet zoiets kan bestaan als “mijn” discipel.

 

Dat er, naar ik verneem, onder de gezellen van de uitsluitende (praktijk van de) Nembutsua,  twisten gerezen zijn over “mijn discipel” (en) “andermans discipel”, dat is een onbegrijpelijke zaak!

a – uitsluitende praktijk van de Nembutsu (senjunembutsu) met uitsluiting van alle overige morele, rituele of meditatieve praktijken. Op deze basis vestigde Shinrans meester Hōnen de Reine-Landschool.

 

Ik, Shinran, ik heb zelfs niet één discipel!a

a - discipel, volgeling (deshi): Shinran zag in al wie mčt hem het pad van de Nembutsu bewandelde een reisgezel, een medereiziger (dōgyō).

 

De reden is als volgt: indien ik er ooit iemand toe zou gebracht hebben de nembutsu te zeggen vanuit mijn persoonlijke berekeningena, dan ik die persoon wellicht mijn discipel kunnen noemen! Maar iemand “mijn discipel” noemen omdat hij de nembutsu zegt ten gevolge van Amida’s werkingb, dat is te belachelijk.

a - berekeningen, plannen (hakarai)  zie Ekō 22, Glossarium.

b - Amida’s werking (Mida-no-on-motooshi): werking (motooshi) wordt gezegd van een persoon of een zaak die iemand anders aanzet of aandrijft iets te verrichten.

 

Wanneer er karmische aanleiding is bijeen te komen, dan komt men bijeen; is er karmische aanleiding uiteen te gaan, dan gaat men uiteen! Maar zoiets zeggen als “Wanneer een persoon een (bepaald) leraar verlaat om de nembutsu met een ander leraar te gaan zeggen, dan zal die persoon zeker niet (in het Reine Lang) geboren worden”, dat is toch wel absurd!

Wat een aanmatiging te beweren dat men de diepe overgavea zal terugnemen, alsof ze privé-eigendom zou zijn, - dan wanneer ze door de Tathagata geschonken werd.

a - diepe overgave (shinjin): gemoed van vertrouwen, van overgave, de verwerkelijking van de Ander-Kracht waarin de menselijke geestelijke berekeningen vernietigd worden door Amida’s werkzaamheid. Is de centrale religieuze ervaring in het Shin-Boeddhisme, maar is niet verwezenlijkt door de wil, door de kracht of door de werken van de mens, maar vindt oorzaak, bron, inhoud en vervulling uitsluitend in de Boeddha.

 

Nogmaals: dergelijke ruzies zouden nooit mogen ontstaan!

Wie in overeenstemming is met de (realiteit van de natuurlijke) spontaneďteita, zo’n persoon zal Amida’s weldaad bewust worden evenals de weldaad van zijn leraar.

a - natuur, natuurlijkheid, het zo-zijn, de authenticiteit, de spontaneďteit (jinen): hier betekent jinen zoveel als ‘ganriki-jinen’, de natuurlijke noodzakelijke werking van de Gelofte-Kracht, welke in niets afhankelijk is van de berekeningen van de volgeling.

 

Dat waren zijna woorden.

a - De auteur van Tannishō staat erop dat hetgeen hij naar voren brengt niet zijn persoonlijke opvatting is, maar de getrouwe weergave van de woorden van zijn leraar Shinran. Daarom sluit praktisch elk hoofdstuk met deze woorden af.

Ekō 25

Tannishō

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home