Glossarium Voor Het Shin-Boeddhisme (10)

Ichinen (gedachtemoment)

Sanskr. eka-ksana (eka-citta) Chin. i-nien

Is de kleinst denkbare tijdspanne, de gedachtenflits van één ogenblik. Wordt ook gebruikt als “één gedachte, enige gedachte, één uiting”. Vandaar ook “één gedachte-moment” of zelfs “één-moment-gedachte”.

In het Shin-Boeddhisme is dat “één-gedachte-moment” een centrale term, gebruikt in zinnen als “het éne-gedachte-moment van shinjin” of het “éne-gedachte-moment van de nembutsu”.

Zulk ogenblik is geen ‘tijdsmoment’ in de conventionele betekenis; het is veeleer de kortst mogelijk denkbare tijdsfractie, op de grens van het tijdsdenken. Daarom is ichinen zowel de tijdsdrempel als wat buiten het tijdsbegrip valt. Het is op dit raakvlak van de tijd en het tijdloze dat het gemoed (ook nen!) terugkeert naar de grote oceaan van Amida’s Gelofte. Het is hier dat het gemoed van het dwaze, zondige wezen dat de mens is, één wordt met het gemoed (de activiteit) van de Tathāgata.

Het één-zijn van tijd en tijdloosheid in het éne-gedachte-moment is een essentieel element van shinjin. Het opkomen ervan is ichinen-hokki: het éne-gedachte-moment van het ontwaken (van shinjin). Daarom is het éne-gedachte-moment van het ontwaken van shinjin en het uitspreken van de nembutsu een uniek ogenblik dat zich zowel binnen als buiten de tijd bevindt. Het belang van dit tijdsgebeuren is zijn volheid en rijkdom, juist doordat het doordrongen is van tijdloosheid.

In de betekenis van eka-citta kan ichinen ook ‘eenheid van gedachte, eensgerichtheid van de geest’ betekenen: de concentratie, de ‘één-gedachte in shinjin’ vrij van aarzeling, twijfel en eigen berekening.

Ichinen-Tanen (één-uiting/veel-uitingen)

Probleem gecentreerd rond het begrip nen, ichinen (zie aldaar) dat in dit bijzondere verband terugslaat op ‘uiten, uitspreken van de Naam’ of ‘denken (naar oorspronkelijke bedoeling) aan de Boeddha’. Er ontstond in Reine-Landmiddens een discussie over het volstaan van één uiting of de noodzaak van herhaalde, talrijke uitingen.

Oorspronkelijk rees de vraag, naar aanleiding van het interpreteren van de tekst “zij het ook maar tienmaal” in Kangyō en Amida-kyō, over de frequentie van het uitspreken van de nembutsu. Aan de ene kant, de stelling dat 1 nembutsu, gebaseerd op Amida’s heilskracht, volstaat om de Geboorte in het Reine Land te verzekeren; aan de andere kant, de recitatieve praktijk van de Nembutsu die een voortdurende herhaling veronderstelt, vermits de onwetende mens niet kan weten wèlke nembutsu hem de Geboorte verzekert.

Deze laatste stelling werd (en wordt) verdedigd door de diverse Jōdo-scholen, ofschoon Hōnens houding in dit probleem allesbehalve duidelijk was.

Na Hōnens dood evolueerde het debat naar het ervaren van shinjin dat ofwel slechts één uiting van de nembutsu vroeg, ofwel een voortdurende aandacht gesteund door herhaald reciteren van de nembutsu beklemtoonde.

Om dit debat op te klaren, schreef Shinran Shōnin zijn “Nota’s bij de Eén-Uiting en de Veel-Uitingen (Ichinen-tanen-mon’i)”, een uitgebreid commentaar bij Ryukans “Verheldering van Eén-Uiting en Veel-Uitingen”. Volgens Shinran zijn beide extreme stellingen even geldig en sluiten ze elkaar niet uit, vermits ze beide geworteld zijn in de Voortijdelijke Gelofte. De ene stelling echter exclusief boven de andere stellen, is beroep doen op eigen berekeningen (hakarai). Beide stellingen zijn trouwens niet tegengesteld; ze vullen elkaar aan, vermits, gelijk of men ze als een mentaal gebeuren (shinjin) of als een fysisch verschijnsel (nembutsu) beschouwt, ze beide niet behoren tot de activiteit van de beoefenaar maar tot Amida’s werkzaamheid.

Igaku-iken betsuge-betsugyō

igaku-iken                   andere leringen en overtuigingen

betsuge-betsugyō      afwijkende begrippen en praktijken

Termen voor het eerst gebruikt door Shan-tao om leringen die verschillen van het Reine-Land Boeddhisme aan te duiden. Hōnen rangschikt ze bij het Pad der Wijzen (Shōdō-mon), waarbij hij een onderscheid maakt tussen de verschillen van filosofische aard onder de 8 (Japanse) Mahāyāna-scholen, bv. Tendai en Hossō, en tussen de verschillen in de praktijk, b.v. Tendai en Shingon.

Shinran maakt een meer verfijnd onderscheid. Volgens hem verwijst “andere leringen en overtuigingen” naar de diverse Mahāyāna-tradities, de lekenfilosofieën, de magisch-religieuze praktijken, de bezweringen en talismans, de horoscopen en voorspellingen, alle geïnspireerd door ik-gerichtheid.

“Afwijkende begrippen en praktijken” slaat terug op de scholen en stromingen die weliswaar nembutsu-praktijken aanhangen, maar meer op eigen kracht dan op Amida’s werkzaamheid betrouwen.

Igyō (gemakkelijke praktijk)

Verwijst naar het ‘Pad van de Gemakkelijke Praktijk’ waarin het volstaat de nembutsu uit te spreken in overeenstemming met Amida’s Gelofte om geboren te worden in het Reine Land en de Verlichting te verwezenlijken. Hieraan tegengesteld is het ‘Pad van de Moeilijke Praktijk’ (nangyō).

De term komt het eerst voor in het 9de hoofdstuk (Igyō-Hon) van de Jūjūbibasharon, een aan Nāgārjuna toegeschreven commentaar op de “Sūtra van de Tien Velden (van de Bodhisattva)” (Dasabhūmikasāstra) als benaming voor één van de twee mogelijke benaderingen van de ‘toestand van niet-terugkeer’ (futaiten, zie aldaar): “Er zijn ontelbare paden (‘mon’ = poorten) in de wereld. Dit betekent dat zoals reizen over land moeizaam is en varen in een boot gemakkelijk is, zo zijn ook de paden van de bodhisattva’s. Sommigen praktiseren ijverig en sommigen beoefenen de gemakkelijke praktijk van het vertrouwen (‘shin’, raddha) en bereiken aldus snel de staat van niet-terugvallen.”

T’an-luan (in Ōjōronchū): “Op het Pad van de Gemakkelijke Praktijk verlangt men geboren te worden in het Reine Land, dank zij de enige en uitsluitende oorzaak van het vertrouwen in de Boeddha. In afhankelijkheid van Boeddha’s Ander-Kracht, wint (de vertrouwende) geboorte in het Reine Land waar hij, gesteund door de werkzaamheid van de Boeddha, de Gemeenschap van de waarlijk in het Grote Voertuig gevestigden vervoegt. De ‘waarlijk gevestigde toestand’ is de toestand van niet-terugkeer.

Shinran werkte deze idee verder uit en stelde dat de ‘mens van shinjin’ nog in dit leven de Waarlijk Gevestigde Toestand bereikt, om de Verlichting te verwezenlijken op het moment-zelf van zijn Geboorte in het Reine Land. Dit moment van de Geboorte is hetzelfde als dat van zijn dood.

Igyō-dō (het pad van de gemakkelijke praktijk)

De heilsmethode waarbij Geboorte in het Reine Land verkregen wordt dank zij diep vertrouwen in de Geloften van de Boeddha.

Igyō-no-ichimon (de éne poort van de gemakkelijke praktijk)

Komt voor in de inleiding tot Tannishō: “Hoe kan iemand toegang verkrijgen tot de éne poort van de gemakkelijke praktijk zonder afhankelijk te zijn van een echt leraar (chishiki, zie ook zenjishiki) met wie hij, tot zijn groot geluk, karmische verbindingen heeft.”

Ikkō-shū (de “uitsluitend”-school)

Vroegere benaming van de Jōdo-Shinshū. Ikkō verwijst naar de opvatting van ‘uitsluitend shinjin’, ‘uitsluitend Ander-Kracht’ e.d.m. die de lering van Shinran definiëren.

Aangezien de Hongwanji, onder aanvoering van Rennyō Shōnin, actief deelgenomen heeft aan de boerenopstanden in de 15de eeuw, worden deze sociaal-revolutionaire bewegingen Ikkō-ikki genoemd.

Sedert de 14de eeuw betwiste de Jōdo-shū aan de ‘Ikkō-shū’ het recht de benaming ‘Jōdo-Shinshū’, d.i. Ware School van het Reine Land, te voeren, ofschoon deze benaming (zie aldaar) reeds door Shinran Shōnin ingevoerd werd, zij het dan ook niet om de ‘sekte’ maar om de lering aan te duiden. Eerst op het einde van de 19de eeuw werd de benaming ‘Jōdo-Shinshū’ bij keizerlijk besluit definitief toegewezen aan de Reine-Land strekking die op Shinran teruggaat.

Ekō 26

Glossarium Voor Het Shin-Boeddhisme

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home