Tannishō (8)

Het achtste hoofdstuk van “Het Betreuren van de dwalingen” beklemtoont de Ander-Kracht specificiteit van de Nembutsu, die geen eigenlijke, menselijke heilspraktijk is.

 

De nembutsu is voor de beoefenaar niet-beoefeninga en niet-goedb

a – niet-beoefening, niet-praktijk (higyo) want de eigenlijke heilspraktijk is voor-tijdelijk door de Boeddha zelf verricht. De Nembutsu is enerzijds de stem van Amida en anderzijds, van de kant van de mens, de verwoording van zijn gevoel van dankbaarheid.

b – niet-goed (hizen):          de Nembutsu is geen “goed werk” in de Christelijke theologische zin en staat volkomen los van elke ethische implicatie.

 

Aangezien hij niet beoefend wordt vanuit enige (individuele heils)berekeninga wordt hij “niet-beoefening” genoemd.

a – individuele berekeningen, plannen (hakarai): zie Glossarium, in Ekō 22. De illusie te kunnen beschikken over eigen toekomst.

 

Aangezien hij ook geen goed werk is, verricht (op basis van eigen heils)berekeningen, wordt hij “niet goed”a genoemd.

a – “niet-goed”: de Nembutsu overtreft elke dualiteit van goed en kwaad. De bevrijding (geboorte in het Reine Land, nirvāna) is niet door karmisch goed of kwaad geconditioneerd.

 

Vermits (de Nembutsu) volkomen Ander-Krachta is en los staat van zelf-krachta, is hij voor de beoefenaar niet-beoefening en “niet-goed”.

a – volledige Ander-Kracht (tariki): sluit elke beperking van morele, meditatieve of rituele aard volkomen uit. Amida’s heilswerking is immers een natuurlijke, noodzakende kracht het Ongehinderde Licht (= Wijsheid) en het Grenzeloze leven (= Mededogen).

b – zelf-kracht (jiriki): is gekenmerkt door persoonlijke bemoeiing. Elke morele, meditatieve of rituele praktijk is uiteindelijk een steunen op zelf-kracht en kan dus geen gewone wezens tot verlichting brengen.

 Dit waren zijn woorden.

Ekō 27

Tannishō

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home