Tannishō (11)

Betreffende de nembutsu: niet-activiteit is activiteita

a – Te lezen als: niet-zelf-activiteit is de ware (doeltreffende)activiteit. Niet te verwarren

Nadat in de eerste 10 hoofdstukken een algemeen overzicht gegeven werd van de problematiek i.v.m. de ‘Ander-Kracht” (tariki), gaat het tweede deel van Tannishō over diverse ‘afwijkingen” die kort na Shinrans overlijden opdoken. De auteur (waarschijnlijk Yuien-bō) weerlegt in de volgende 8 hoofdstukken uitspraken die niet overeenstemmen met de uiteenzettingen van de Meester.

Het elfde hoofdstuk is bijzonder belangrijk in dit opzicht, maar zeer moeilijk van lectuur. Om deze tekst niet nog weer te verzwaren, werden nota’s geweerd. De vier begrippen welke hierin aan bod komen (Voortijdelijke Gelofte, Naam, nembutsu, hakarai), werden trouwens reeds uitvoerig belicht in tekst en nota’s bij vorige afleveringen waarnaar we dus verwijzen.

Betreffende het verwarring scheppen over het uitspreken van de Nembutsu bij eenvoudige mensen, door hun te vragen: “Zegt gij de Nembutsu uit vertrouwen in de onverwoordbare (werkzaamheid van de) Gelofte of uit vertrouwen in de onverwoordbare (werkzaamheid van de) Naam?” zonder hierbij enige duidelijke verklaring te geven van deze twee onverwoordbaarheden of hun bijzondere kenmerken.

Deze zaak is iets waaraan we beslist aandacht moeten besteden en wat we zorgvuldig moeten afwegen.

Door de onverwoordbare (werkzaamheid van de) Gelofte, vestigde (Amida) de gemakkelijk te onthouden en gemakkelijk uit te spreken Naam en (dus ook) meteen de Gelofte de persoon die (de Naam) uitspreekt, te omvatten.

Welnu, om te beginnen:

Wanneer wij ertoe komen in volle overgave de Nembutsu uit te spreken, (zonder de minste twijfel eraan) dat, verlost door de onverwoordbare (werkzaamheid van) Amida’s Gelofte van Groot Mededogen, wij uit (deze wereld van) geboorte-en-dood zullen treden, dan is dit op zichzelf reeds de werking (“hakarai”!) van de Tathāgata;

Wanneer we tot dit besef komen, dan zijn onze eigen inspanningen en berekeningen (“hakarai”!) hierbij niet in het minste betrokken; daardoor ook zijn we dan in harmonie met de Voortijdelijke Gelofte en zullen we geboren worden in het Ware Land van Vervulling (= Reine Land, nirvāna).

Dit is:

Wanneer we onszelf volkomen overgeven aan de (werkzaamheid van de) Voortijdelijke Gelofte, dan is de onverwoordbare (werkzaamheid van de) Naam hierbij volkomen inbegrepen;

De onverwoordbare (werkzaamheid van de) Gelofte en die van de Naam zijn immers één en zonder enig onderling onderscheid.

Ten tweede:

Denken dat goed en kwaad (in onze daden en gedachten) twee begrippen zijn die de geboorte hetzij bevorderen hetzij hinderen, waarbij men de eigen berekeningen (“hakarai”!) laat tussenbeide komen, dat is trachten naar handelingen die zouden leiden tot geboorte volgens ons eigen oordeel en van de Nembutsu die men uitspreekt een eigen praktijk te maken zonder volkomen vertrouwen in de onverwoordbare (werkzaamheid van de) Gelofte.

Een persoon met dergelijke attitude kent dus ook geen overgave aan de onverwoordbare (werkzaamheid van de) Naam.

Ook al kent (die persoon) zulke overgave niet, hij wordt geboren in het Grensland, Land van Inertie, Burcht van Twijfel, Baarmoederpaleis,

maar dank zij de Gelofte van (de uiteindelijke) Vervulling, zal hij uiteindelijk toch in het Ware Land van Vervulling geboren worden.

(Zo immers) is de kracht van de onverwoordbare (werkzaamheid van de) Naam.

Maar dit (tevens) is niets anders dan de onverwoordbare (werkzaamheid van de) Gelofte:

(beide) zijn immers één!

Ekō 30

Tannishō

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home