Glossarium Voor Het Shin-Boeddhisme (15)

Ju-aku (de tien slechte daden)

Sanskr. dasākusala-karma-pathāni

Letterlijk uit Sanskr.: de tien onheilzame gangen van handelen. Zijn de 10 onheilzaamheden die een ongunstig karma verwekken. In de literatuur worden ze vaak gekoppeld aan de “Vijf zware vergrijpen (gogyaku, gogyaku-zai - zie aldaar)”. De traditionele opsomming ervan is als volgt:

1)

sesshō

(pranātipata)

het doden van wezens

2)

chūtō

(adattādāna)

het niet-gegevene nemen

3)

jain

(kāma-mithyācāra)

ongepast sexueel gedrag

4)

mōgō

(mrisa-vāda)

leugentaal

5)

akku

(pārusya)

harde woorden, beledigingen

6)

ryōzetsu

(pāisunya)

laster

7)

kigo

(sambhinna-pralāpa)

ijdel geklets

8)

ton’yoku

(abhidhya)

hebzucht

9)

shinni

(vyāpāda)

toom, boosheid

10)

jaken

(mithyā-drsti)

verkeerde inzichten.

“De verrichter van de tien onheilzame daden en van de vijf zware vergrijpen (jūaku gogyaku no zainin: Tannisho XIV,2)” is voor Shinran het beeld bij uitstek van de zondige mens die zonder de Voortijdelijke Gelofte nooit uit de kringloop van geboorte-en-dood kan verlost worden.

Juchō (de verticale sprong)

D. T. Suzuki vertaalt als “sprong voorwaarts”. Verwijst naar een methode van het Zelfkracht-Boeddhisme, waarbij de Verlichting sneller (sprongsgewijze!) kan verwezenlijkt worden dan bij een graduele progressie (jushutsu). Er worden diverse interpretaties gegeven. Vaak denkt men bij juchō aan de scholen die een “plotse verlichting” als doel stellen: Tendai, Shingon, Zen… Soms ook wordt de term anders opgevat: dan is b.v. Rinzai-Zen, waar gebruik gemaakt wordt van de koan-techniek, de ‘sprong-voorwaarts’-doctrine, terwijl Soto-Zen, waar za-zen wordt toegepast, hier als graduele lering (de verticale opgang) gezien wordt.

Jūgan (de Herhaalde Gelofte)

Zo wordt bij Shan-tao (in Ōjōraisan) de 18de Gelofte genoemd. Alle 48 Geloftes (Grote Sūtra, I) hebben de bedoeling alle wezens tot Geboorte in het Reine Land te brengen. De 18de Gelofte vat alle andere samen en stelt de essentie van de heilsleer voor. Vandaar de benaming ‘jūgan’.

Jūnen (tienmaal)

Chin. shih-nien

Tienmaal Boeddha’s naam gedenken/uitspreken, naar de Meditatie Sūtra: “Verlangt gij geboorte in Amida’s Reine Land, spreek dan tienmaal de nembutsu uit”. Ook in de 18de Gelofte komt de uitdrukking “tot tienmaal toe” voor. Volgens Shinran heeft deze uitdrukking geen absolute getalwaarde; de nembutsu staat boven elk numeriek onderscheid; de 10 betekent elk vervuld getal: even goed 1 of 100 000. De tien herhalingen zijn immers vervat in de één-moment-gedachte (zie ichi-nen). “Tien” betekent dus de vervulling van het Grote Vertrouwen.

Ekō 34

Glossarium Voor Het Shin-Boeddhisme

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home