Weldadigheid Van Hemel En Aarde

(Shoji Hondo)

Het leven verwezenlijken:

Het zelf, dat is het leven. Niet het lichaam is het zelf.

Het lichaam is wat vanuit het leven geschapen werd, vanuit de begeertes van het leven.

Het leven is de scheppende kracht; het zit in de eeuwige bedrijvigheid van alle dingen alles wat gestalte heeft te scheppen.

Juist zoals mijn lichaam een product is van mijn leven, evenzo wordt alles waargenomen door mijn zintuigen. Daarom kan inderdaad gesteld worden dat de Drie Rijken manifestaties zijn van Enkel-Geest. De dingen door mijn zintuigen waargenomen hebben geen vaste, onveranderlijke zelf-natuur. Ze ondergaan dan ook geboorte en dood: verandering. Ze zijn in een onophoudelijk, eindeloos heen-en-weerslingeren.

Dat noemt men: de veranderlijkheid van alle dingen. Alle dingen omvatten alles wat in het heelal bestaat. Veranderlijkheid betekent dat er niets, maar dan ook niets is dat eeuwig en onveranderlijk is. Daardoor is mijn lichaam slechts een voorbijgaande manifestering van mijzelf, een schaduwbeeld van mijn leven - en zeker niet het ware zelf.

Zij die dit tijdelijke lichaam aanzien voor een realiteit, zij zijn gewone begoochelde stervelingen. Zij die beseffen dat hun zelf niet dit lichaam is, maar wél het leven, zij beseffen ‘s levens oorspronkelijke zin en bewandelen het Pad van de Voortijdelijke Gelofte. Zij zullen dan ook geboren worden in het Land van het Eeuwige Licht.

Dan zullen zij andere wezens naar dit Land van Licht leiden. Zo worden zowel “zelf” als “ander” verlost. Zij worden uitvoerders van zelf-weldaad en ander-weldaad.

Gods wereld, Boeddha’s wereld onthult zijn ware aard voor wie tot dit leven ontwaakt. Dit leven is de realiteit van zelf, het leven van het Onmetelijke Leven dat het heelal doordringt. In Shinto wordt dit leven “Ame-no-minaka-nushi-no-Mikoto” genoemd: dit is het goddelijke leven dat altijd levend is.

Nochtans zijn de mensen van de wereld gehecht aan oppervlakkigheden en zo bevreesd voor hun uitdoving. Om het even wat dat enige gestalte heeft, is gedoemd te vergaan. Ware religie is de leer die het onvergankelijke, het goddelijke aanwijst: het pad van eeuwigheid en niet-dood aanwijst aan al diegenen die aan gestalte gehecht zijn, die door gestalte begoocheld zijn en daardoor zo bevreesd zijn voor dood en vergankelijkheid. Dit is de leer waardoor wij het leven van niet-dood leren inzien en het onsterfelijkheidspad van de Voortijdelijke Gelofte bewandelen. Het Pad van de voortijdelijke Gelofte heeft uitsluitend deze zin: het verwezenlijken van de wens een beter leven te leven.

Als ik de zaken bekijk: verheven is mijn leven, mijn onsterfelijkheidsleven, het leven van het Onmetelijke Leven, het eeuwige leven, God, Boeddha, Tathagata.

Het eeuwige goddelijke leven dat het heelal geschapen heeft, dat het heelal gemanifesteerd heeft, komt nu tot mij en wordt mijn leven. Ik leef door het leven van de Tathagata.

Mijn leven bestaat in de Ander-Kracht.

Ik word verlost zoals ik ben. Het is een voorwaardeloze bevrijding.

Het bestaan van mijn leven, van mijn lichaam heb ik te danken aan de weldadigheid van mijn ouders, van mijn voorouders, van mijn broeders, van mijn echtgenote en zelfs van mijn nakomelingen.

Ik deel in de weldadigheid van alle wezens, vanaf de keizer neerwaarts tot de meest doodgewone mens in de maatschappij. Ik ontvang weldadigheid van hemel en aarde, van alle wezens in het heelal. Mijn bestaan zou niet mogelijk zijn zonder hun aller weldadigheid.

Ik ontvang de weldadigheid van het heelal. Het is enkel door deze weldadigheid dat ik mijzelf ben. Ik belichaam de weldadigheid.

Zonder de weldadigheid ben ik mezelf niet - een zelf onbekwaam het goede of het kwade te doen.

Door de weldadigheid van de Tathagata, door de kracht van de Tathagata leef ik. Het leven van de Tathagata leeft in mij. De Tathagata en ik, we zijn niet-twee.

De Boeddha en wij stervelingen, we zijn één. De verlosser en de verloste zijn één.

Daarom zijn vreugde en dankbaarheid mijn levenspad. Mijn levenspad is te gaan naar het ware, naar het goede, naar het schone.

En dit levenspad is mij te bewandelen gegeven!

Ekō 35

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

          home